Op 18 mei is het zover. Dan stopt Marc Moens (68) officieel als voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS). De afscheidnemende voorzitter geeft geleidelijk al zijn mandaten door. Hij stond de jongste decennia in de kijker als voorvechter van de artsenbelangen en combineerde een indrukwekkend aantal mandaten met een praktijk als klinisch bioloog in het Imelda-ziekenhuis in Bonheiden. Aan dat tijdperk komt deze maand een einde. "Maar ik verdwijn niet helemaal van het toneel", zegt Moens. "Ik stel mezelf graag ter beschikking als wandelend geheugen voor de jongere generatie die het roer zal overnemen. Al zal ik niet langer in de raad van bestuur zitten."

U bent ruim dertig jaar actief als artsensyndicalist. Wat is de belangrijkste evolutie geweest?

MARC MOENS. "De opeenvolgende staatshervormingen hebben het steeds ingewikkelder gemaakt. We zitten al aan de zesde ronde en daar is veel bricoleerwerk mee gemoeid. Het maakt ons zorgstelsel erg versnipperd.

"De voortdurende communautarisering van de zorg veroorzaakt ook problemen voor onze organisatie. Het aantal mandaten dat we moeten invullen vermenigvuldigt, terwijl jongere collega's vaak de syndicale reflex missen om te participeren in de overlegorganen van de ziekteverzekering. Dat is een lastige paradox: enerzijds hebben we meer mensen nodig, terwijl het anderzijds moeilijker is om ze te vinden."

Is dat de reden waarom de machtsverhoudingen opschuiven en de minister van Sociale Zaken al eens cavalier seul speelt?

MOENS. "Dat is vooral een fenomeen van de jongste jaren. Minister De Block vroeg zich begin dit jaar tijdens een interview af wat de representativiteit van de artsensyndicaten nog is. Ze verwees naar de lage opkomst bij de jongste syndicale verkiezingen, die nota bene onder haar verantwoordelijkheid slecht waren georganiseerd. Sorry, maar dat vind ik onzin. Het klopt dat slechts een op de vier artsen zijn stem uitbracht, maar BVAS behaalde wel 58 procent van de stemmen. Dat is nog altijd een beter resultaat dan Open Vld en MR bij de jongste parlementsverkiezingen.

"De uitspraak leidde er bovendien toe dat Pedro Facon, de directeur-generaal van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, hardop vraagtekens plaatste bij het overlegmodel dat onze gezondheidszorg kenmerkt. Dat model staat altijd onder spanning. Uiteraard hebben ziekenfondsen en artsen andere zorgen en is het ene syndicaat niet het andere, maar wij streven er nog altijd naar zo veel mogelijk mensen toegang te bieden tot zo veel mogelijk kwaliteitsvolle zorg. Die grote toegankelijkheid bewaren, blijft cruciaal. Ik geef toe dat bij het overleg tussen artsen, ziekenfondsen en de politiek ook een beetje folklore komt kijken, maar dat helpt om tot goede resultaten te komen."

MARC MOENS "Honoraria voor artsen worden niet via vogelpik bepaald." © Dieter Telemans

Zijn de resultaten nog altijd goed? Een steeds groter deel van het bruto binnenlands product gaat naar de ziekteverzekering, excessen zoals onbetaalbare geneesmiddelen inbegrepen.

MOENS. "Geneesmiddelen zijn een aparte sector. Artsen schrijven ze voor, dat klopt. Maar ze helpen er veel mensen mee. Neem bijvoorbeeld hiv. 25 jaar geleden ging een patiënt daaraan dood, maar nu neem je de juiste medicijnen en word je tachtig. Uiteraard hangt daaraan een prijskaartje. En dat geldt ook voor zoveel andere ziekten. We kunnen veel mensen redden, maar dat kost geld.

"Daarom vind ik het zo belangrijk dat we in de Technisch Geneeskundige Raad alle nieuwe verstrekkingen blijven evalueren om de balans tussen de kostprijs en het nut te bewaren. Honoraria voor artsen worden niet via vogelpik bepaald. Elke vraag wordt ernstig bekeken en deskundig onderzocht voor er terugbetaling komt. En ja, dat systeem werkt nog altijd goed. Al dient gezegd dat de beruchte groeinorm (wettelijk vastgelegd percentage dat de jaarlijkse stijging van het gezondheidsbudget bepaalt, nvdr) zich wel laat voelen. Onder Frank Vandenbroucke (sp.a) was die 4,5 procent. Tegenwoordig is dat officieel 1,5 procent, maar in de praktijk heeft De Block - hoewel ze zei dat haar zakken waren dichtgenaaid - die zelfs naar 0,5 procent moeten terugdraaien."

Wij streven er nog altijd naar zo veel mogelijk mensen toegang te bieden tot zo veel mogelijk kwaliteitsvolle zorg

De jongste decennia was er vooral een opwaardering van de eerstelijnszorg. Zijn we nu beter af?

MOENS. "De eerste lijn is in elk geval beter af sinds de invoering van het globaal medisch dossier in mei 1999. Het oorspronkelijke voorstel was die taak aan de huisartsen toe te vertrouwen voor 50 frank per patiënt. We onderhandelden en het uiteindelijke bedrag lag tien keer hoger. Vandaag ontvangen huisartsen 32,5 euro per patiënt en voor chronische patiënten zelfs 53,5 euro.

"Van BVAS wordt weleens gezegd dat het een specialistensyndicaat is, maar dat klopt niet. Wij hebben wel degelijk mee gezorgd voor de opwaardering van de eerste lijn. In onze raad van bestuur zitten evenveel huisartsen als specialisten. Dat geldt ook voor het aantal Franstaligen en Nederlandstaligen. Wij zijn een gemengd syndicaat en dat willen we zo houden."

Groepspraktijken zijn intussen de norm en de dorpsdokter is verleden tijd. Wat brengt de toekomst?

MOENS. " Mijnheer doktoor is inderdaad dood. Dat is al langer duidelijk. Uiteraard raden we onze mensen aan samen te werken, maar wel in een groepspraktijk, als zelfstandige zorgverstrekkers in een associatie. Dat heeft een gunstig effect op de work-lifebalans. Maar zo'n groepspraktijk met enkele zelfstandige artsen is niet hetzelfde als een wijkgezondheidscentrum waar een praktijkmanager de plak zwaait. Wij staan niet achter dat model.

"Patiënten zijn veel mondiger, onder meer dankzij dokter Google. Dat heeft positieve kanten. Omdat ze beter geïnformeerd zijn, kan een arts zijn boodschap ook beter overbrengen. Maar het geeft ook problemen. Het gebeurt dat mensen met twee dagen hoofdpijn niet willen vertrekken zonder een voorschrift voor een CT-scan. Soms worden ze zelfs agressief."

Wat vindt u van het de dominantie van ziekenhuizen in ons zorgmodel?

MOENS. "De afgelopen veertig jaar is dat duidelijk verergerd. En dat moet stoppen, want het heeft een negatieve impact op de uitgaven. Aan een ziekenhuis draaiende houden, hangt een prijskaartje. Minister De Block heeft dat duidelijk begrepen en heeft daarom de ziekenhuisnetwerken op de rails gezet. Of de ziekenhuisnetwerken zullen lukken, weet ik niet. Dat is een werf die meer dan één legislatuur in beslag zal nemen. Dat was ook zo in Denemarken, het land waar de minister haar ziekenhuishervorming op heeft geïnspireerd.

"De keerzijde is wel dat het comfort van nabijheid en toegankelijkheid voor patiënten vermindert. Er zal niet overal nog een materniteit of een spoeddienst zijn. Als syndicalist heb ik bovendien mijn bedenkingen bij de gevolgen voor de artsen. Als je vier ziekenhuizen in een netwerk steekt, en slechts twee materniteiten en twee pediatriediensten overhoudt, wat doe je dan met de artsen van de diensten die sluiten?"

Volgens de jongste MAHA-studie van Belfius zijn de ziekenhuizen meer dan ooit afhankelijk van de afdrachten op artsenhonoraria om zich te financieren. Hoe dramatisch ervaart u die stijging?

MOENS. "Die stijging is een feit. Gemiddeld is het nu bijna 41 procent. Van elke 100 euro die een ziekenhuisarts verdient, moet hij er 41 afgeven aan het ziekenhuis. Op de 59 euro die hij overhoudt, wordt hij fiscaal belast. Dat wordt te gemakkelijk vergeten in de discussies over de artsenhonoraria.

"En het probleem groeit. Personeelskosten zijn een van de grootste kostenposten in een ziekenhuis. De werknemerslonen worden terecht geïndexeerd en opgewaardeerd volgens anciënniteit. De beheerder van een ziekenhuis moet die kostenstijging ergens compenseren, terwijl de financiële middelen die aan het ziekenhuis worden toegekend volgens de groeinorm slechts met 1,5 procent mogen stijgen. De retrocessies, zoals ze in het MAHA-jargon heten, zijn op die manier in enkele jaren tijd opgelopen van 39 naar 41 procent."

Wat ziet u als uw grootste verwezenlijking van uw jaren op de syndicale barricades?

MOENS. "Ik ben trots dat we huisartsen en specialisten, Franstaligen en Nederlandstaligen nog altijd rond de tafel krijgen om een interne consensus te vinden en te verdedigen tegenover de minister, de media en de ziekenfondsen."

En de grootste ontgoocheling?

MOENS. "De perikelen met de numerus clausus. We hebben bij BVAS, ook de Franstalige collega's, steevast de numerus clausus verdedigd. Het ontmoedigt te zien dat de Waalse minister van Onderwijs er maar niet in slaagt een redelijke filter op het aantal instromende artsen te realiseren. Maar eigenlijk is dat een ontgoocheling over de communautarisering. Op datzelfde terrein vind ik het jammer dat we zo achterophinken in preventieve geneeskunde. In het Riziv krijgen we te horen dat het de bevoegdheid van de regio's is. Nochtans is er een grijze zone. Borstkankerscreening gebeurt met behulp van medische beeldvorming en dat wordt integraal terugbetaald door het Riziv. Hetzelfde voor baarmoederhalskankerscreening. En ook voor de NIPT-test geldt dat."

Sluit u zich aan bij minister De Block dat sommige zaken beter opnieuw federaal zouden verlopen?

MOENS. "Ik ben het daar volmondig mee eens. Maar heel wat van mijn Vlaamse collega's gaan daarmee nooit akkoord. Zij willen liever alles splitsen. BVAS neemt daarin geen positie in. Wij proberen te schipperen en een compromis te bekomen dat voor beide groepen aanvaardbaar is."

Wat gaat u met de vrijgekomen tijd doen?

MOENS. "Wat meer met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen bezig zijn. En wat ik de voorbije 35 jaar aan kennis heb vergaard, nog een poosje ten dienste stellen van de vereniging. Ik zit in veel raden en bestuursorganen. Ik bouw dat geleidelijk af en hoop opnieuw wat meer te gaan lezen. Ik bedoel niet meteen tijdschriften, maar echt romans zoals in mijn jonge jaren toen ik boekenverslaafd was. En ik wil ook graag meer naar concerten gaan. Ik hou van klassieke muziek. Ik heb ooit viool gespeeld, maar daarmee zal ik niet meer herbeginnen."

Bio

- Doctor in de Geneeskunde, UGent (1975)

- Specialisatie klinische biologie, KU Leuven (1980)

- 1980-2017: klinisch bioloog verbonden aan het Imelda-ziekenhuis in Bonheiden

- 2002-2017: lid van de Medische Raad Imelda-ziekenhuis

- 1990-2018: voorzitter van het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Artsen-Specialisten (VBS)

- Sinds 1998: voorzitter van Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS)

- Sinds 1990: lid van diverse beleidsorganen in het Riziv

- Lid van de raad van bestuur van het Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) en van het eGezondheidsplatform