De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft - eindelijk, zou ik zeggen - een klare definitie van een burn-out opgesteld. Die notie werd aanvankelijk gebruikt om de algehele afstomping te beschrijven die zware drugverslaafden ervoeren. Maar de onderzoekers stelden vast dat ook de personen die hen verzorgden, zich na enkele jaren opgebrand voelden. Later werd de notie gebruikt voor leerkrachten, maatschappelijk werkers of politiemensen - mensen die zichzelf letterlijk weggeven. Nog wat later werd de term uitgebreid tot veeleisende banen, inzonderheid die van informatici. Nu slaan burn-outs overal toe.

Een burn-out is volgens de WHO een syndroom dat wordt veroorzaakt door slecht gemanagede chronische werkstress. Een handvol, maar toch wel heel duidelijk. Een syndroom - en dus geen symptoom op zich, zoals slapeloosheid, het bedriegerssyndroom of gewoon oververmoeidheid. Er is ook voldoende consensus over de essentiële bestanddelen: je voelt je uitgeput, je voelt een gebrek aan impact (geen self-efficacy) en je bent vervreemd van je werk. Je bent er niet meer bij betrokken als persoon, je bent bijvoorbeeld cynisch en onverschillig.

Met die definitie plaatst de WHO de burn-out waar het moet: bij het bedrijf - niet bij het zwakke individu - en bij chronische stress. Je hebt acute stress: gelukkig dat we die hebben, daardoor springen we opzij als een elektrische autoped komt aanstormen. Volgens sommigen heb je zelfs positieve stress: een boeiende uitdaging die je wel zal aankunnen.

Het echte, cortisol producerende probleem is de chronische stress, het bijna permanente gevoel dat je het zaakje niet onder controle hebt. Steeds meer jongeren klagen over milieu- of klimaatstress. Zal de wereld zichzelf vernietigen? En helpt betogen wel, want de kiezer stemt vaak op klimaatontkenners? Robert Kennedy wist het al: te veel lenen is een grote stressor. En je toxische baas is ongetwijfeld een grote stressor.

Burn-out: eindelijk een definitie.

Strikt genomen is niet de objectieve situatie belangrijk, maar het gevoel de illusie van controle kwijt zijn. De toxische baas heeft misschien zelf persoonlijkheidsproblemen, maar zijn gedrag is voor hem misschien helemaal geen bron van stress. Maar als zijn bedrijf 360 gradenfeedback ernstig begint te nemen en hij voelt dat zijn positie bedreigd wordt en dat zijn klassieke scheldpartijen zich tegen hem zullen keren, dan kan het wél dat de man langzaam burn-outrijp wordt. Dat mijn Frans verre van perfect is voor een verkoopgesprek, is alleen een probleem als ik perfectionistisch ben ingesteld. Uiteraard stellen zowat alle onderzoekers ter wereld vast dat perfectionisme de rode loper voor een burn-out uitrolt.

De oplossing voor burn-outs in het bedrijf - het gaat dus om slecht gemanagede bedrijfsprocessen - is samen vast te stellen waar de diepere oorzaken liggen. Een dwaze toepassing van 'agility' of 'holocratie', incompetentie bij de digitale strategie, de vierde reorganisatie in drie jaar tijd, politieke spelletjes (en zet je geld op die laatste factor maar in), of ja, die toxische baas waar de hogere leiding niet tegen optreedt? Zijn de KPI's slecht gekozen? Hebben te veel mensen door een dwaze matrixstructuur te veel verantwoordelijkheden, maar te weinig bevoegdheden? En vooral in de gezondheidssector en het onderwijs heeft de overheid weer eens gerationaliseerd - lees: blind gespaard en gebureaucratiseerd - waardoor het werkplezier nog maar wat is verminderd en het aantal lijstjes dat je moet invullen weer eens flink is gestegen.

Plots word ik overvallen door een schuldgevoel. Is dit het begin van een burn-out? Is deze column te alarmistisch? In de zomermaanden zal ik mijn grootschalige antiburn-outplan ontplooien.