Er klopt iets niet met de Britse economie, blijkt uit een rapport van de Europese Commissie. Het land heeft alles wat bedrijven wensen kunnen: openheid, efficiëntie, een vriendelijk ondernemersklimaat en er is geen overdreven belastingdruk. In de rangschikking van de Wereldbank voor het gemak van zakendoen staat het land op een voortreffelijke negende plaats op een totaal van 190 landen. Maar het mag niet baten. De Britse economische motor blijft krachteloos: de productiviteit behoort al tien jaar tot de zwakste van de G7 en zelfs van de Europese Unie. Op termijn is dat een bedreiging voor de Britse levensstandaard, stelt het rapport.
...

Er klopt iets niet met de Britse economie, blijkt uit een rapport van de Europese Commissie. Het land heeft alles wat bedrijven wensen kunnen: openheid, efficiëntie, een vriendelijk ondernemersklimaat en er is geen overdreven belastingdruk. In de rangschikking van de Wereldbank voor het gemak van zakendoen staat het land op een voortreffelijke negende plaats op een totaal van 190 landen. Maar het mag niet baten. De Britse economische motor blijft krachteloos: de productiviteit behoort al tien jaar tot de zwakste van de G7 en zelfs van de Europese Unie. Op termijn is dat een bedreiging voor de Britse levensstandaard, stelt het rapport. Economen krabben zich in het haar. Misschien is de zwakke productiviteit te wijten aan de terugval van de industrie, die goed is voor nog slechts 10 procent van de Britse werkgelegenheid. Te veel mensen en middelen zijn gevloeid naar laag productieve sectoren, zoals de retail en de horeca. Of misschien ligt het aan de vastgoedbonanza, vooral in de Britse groeiregio's. Afgeschrikt door de hoge vastgoedprijzen, verhuizen te weinig werknemers en bedrijven naar de succesvolle regio's, waar ze nochtans veel productiever zouden zijn. Allicht is de belangrijkste reden het gebrek aan investeringen. De Britten geven te weinig geld uit aan onderzoek, nieuwe machines en infrastructuur, zoals wegen en spoorwegen. Alles samen bedroegen de Britse investeringen in de laatste twintig jaar gemiddeld 16,7 procent van het bruto binnenland product, het laagste niveau van een groep van dertig ontwikkelde economieën. De Britten hebben zelfs minder geïnvesteerd dan de Italianen. Een lichtpunt is dat de arbeidsmarkt loopt als een trein. Met 4 procent is de Britse werkloosheidsgraad in tientallen jaren niet meer zo laag geweest. Maar te veel Britten zitten vast in slecht betaalde en precaire banen, aldus het rapport van de Europese Commissie. De gebrekkige band tussen de bedrijven en de werknemers leidt tot minder investeringen in opleiding, wat opnieuw de productiviteit drukt. Dat verklaart ook waarom de reële lonen al tien jaar stagneren, ondanks de stijgende werkgelegenheidsgraad. Volgens schattingen moet maar liefst een op de vijf Britse werknemers een tweede baan erbij nemen om de eindjes aan elkaar te knopen. Je kunt in het Verenigd Koninkrijk gemakkelijk een baan krijgen, maar vooruit raken is lastig, aldus het rapport. Zo bekeken is het welvaartsniveau van Singapore - waar het inkomen per hoofd dubbel zo hoog is als in het Verenigd Koninkrijk - niet meteen weggelegd voor de Britten. En dan moet de brexit nog komen. Bij een harde brexit, waardoor het Kanaal opnieuw een echte tolmuur wordt, wordt de klap het grootst, rekende de Leuvense hoogleraar economie Hylke Vandenbussche uit. Op korte termijn zou de Britse economie krimpen met 4,5 procent. Meer dan een half miljoen banen gaan verloren. Ook een zachte brexit - met niet-tarifaire handelsbelemmeringen, zoals grensformaliteiten - kost het Verenigd Koninkrijk nog altijd welvaart en banen. Maar wat op lange termijn, als het land als een vrije vogel eigen handelsakkoorden zal afsluiten en nieuwe internationale productienetwerken zal vormen? Een rijkelijk aanbod aan studies heeft zich daarover geboden. De resultaten bieden weinig hoop. "Onder alle plausibele scenario's zal een brexit het Verenigd Koninkrijk armer maken vergeleken met het EU-lidmaatschap", besluit MIT-econoom John Van Reenen in zijn paper Brexit's Long-Run Effects on the UK Economy. Want een brexit, in welke vorm dan ook, zal het handelsverkeer met de Europese Unie belemmeren. Zelfs als het Verenigd Koninkrijk kiest voor het statuut van Noorwegen - dat een tariefvrije toegang tot de Europese Unie heeft en zich heeft aangepast aan de regels van de Europese interne markt - blijven er rompslomp en tijdverlies bij het inklaren van goederen aan de grens. Na de brexit kan het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie proberen te vervangen als handelspartner en eigen handelsakkoorden sluiten met de rest van de wereld, maar dat wordt een huzarenstukje. Europa was vorig jaar goed voor 46 procent van de Britse uitvoer, en 53 procent van de Britse invoer. Er valt gewoon niet te ontkomen aan de zwaartekracht van de Europese Unie, een vlakbij gelegen markt met een half miljard consumenten. De belemmerde handel met de Europese Unie betekent niet alleen dat de Britten export, en dus groei mislopen. Het betekent ook dat de Britse economie opnieuw meer zelf moet doen. Dat wordt lastig. De Britten zullen dan producten moeten maken die ze vroeger uit de Europese Unie importeerden en waarin ze niet gespecialiseerd zijn. Dat zal de Britse productie en dus de groei afremmen, terwijl de consumenten hogere prijzen zullen betalen voor minder kwaliteit. Ondertussen zal de Europese Unie haar eengemaakte markt verder uitdiepen, met een nog vlottere handel tussen de lidstaten, meer specialisatie, en dus meer groei, betere producten en lagere prijzen. De Britten zullen verstoken blijven van de vruchten van de verdere Europese integratie. Maar daar houden de verliezen niet op. Er zijn ook heel wat indirecte effecten. Handelsbelemmeringen wegen op de productiviteit. Handel stimuleert de concurrentie, wat bedrijven aanzet tot innovatie. Dankzij handel komen bedrijven in contact met nieuwe ideeën en technologieën. Een land zonder handelsbelemmeringen is bovendien aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Voor veel multinationals is het ondernemersvriendelijke Verenigd Koninkrijk een aantrekkelijke toegangspoort tot de Europese markt. De indirecte effecten kunnen de verliezen door de verminderde specialisatie verdubbelen of zelfs verdrievoudigen, aldus Van Reenen. De totale verliezen overklassen de veronderstelde winsten van de brexit, zoals het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU-begroting, of de mogelijkheid van een soepelere regelgeving. De Britse product- en arbeidsmarktregels behoren nu al tot de soepelste van de OESO-landen. Een verdere versoepeling zal het verschil niet maken, aldus nog Van Reenen. De Britten maken zich maar beter geen illusies, blijkt ook uit tal van andere studies. De Britse denktank The Institute for Government zette de resultaten van vijftien studies op een rij. In het uiterste geval wordt de Britse economie tegen 2030 zowat een vijfde kleiner dan ze zou zijn geweest als lid van de Europese Unie. Dat zal hard aankomen in de portemonnee van de gemiddelde Brit. De Britse premier Boris Johnson stelt zijn hoop op een toekomstig Verenigd Koninkrijk als belastingparadijs, om bedrijven aan te trekken. Maar daarvoor moeten de belastingen lager, en dat kost geld. Dat geld zal de gemiddelde Brit willen gebruiken voor andere prioriteiten, in de eerste plaats zijn sociale behoeften, aldus Iain Begg, Brit en hoogleraar aan de London School of Economics. "De Britten stemden voor een vertrek uit de Europese Unie, niet voor een ontmanteling van de welvaartsstaat. De National Health Service (de Britse publieke gezondheidszorg, nvdr) is voor de Britten zowat een religie. Dat budget willen ze op geen enkele manier naar beneden zien gaan, net zo min als andere sociale budgetten, inclusief het onderwijsbudget. Het Verenigd Koninkrijk heeft een overwegend Europees sociaal model. Ons denken zit veel dichter bij de Europese mainstream dan je zou vermoeden, like it or not. " Lage belastingen zouden evenmin de relaties met Europa bevorderen. Als Boris Johnson ooit een vrijhandelsakkoord met de Europese Unie wil, onthoudt hij zich maar beter van belastingconcurrentie met zijn voornaamste handelspartner. Johnson kan zijn wagonnetje ook vasthaken aan de Verenigde Staten, maar daar zal hij een prijs voor moeten betalen, aldus Begg. "Elke week belooft Donald Trump de Britten een vrijhandelsakkoord 'binnen de twintig minuten'. Dat is een hoop retoriek. Trump wil maar één ding: make America great again. Hij heeft het gemunt op landen die een handelsoverschot hebben met de Verenigde Staten. Welnu, Groot-Brittannië is een van die landen. De prijs voor de Britten wordt nu al zichtbaar. Zo wil Trump toegang tot de Britse gezondheidszorg. Maar voor veel Britten is de overname van de gezondheidszorg door Amerikaanse bedrijven gewoon ondenkbaar." Hoe de politieke stellingenoorlog rond brexit zal aflopen in Londen, durft Begg niet te voorspellen. "Ik ben niet eens zeker of het wel tot een brexit komt. De Britten zijn enorm verdeeld. Als de politici er niet uit raken, zullen ze naar het volk moeten stappen. Komt er morgen een tweede referendum, dan kan dat uitdraaien op het afvoeren van de brexit, zeggen peilingen. Dat zou de Britse samenleving vergiftigen. Dan krijg je hier toestanden die de discussies tussen Vlamingen en Walen op een picknick doen lijken."