De Britse Jane Goodall was 23 toen ze in 1960 naar Afrika vertrok. Ze bestudeerde er chimpansees in het wild en deed enkele baanbrekende ontdekkingen, bijvoorbeeld dat chimpansees werktuigen gebruiken - indertijd werd gereedschap als iets unieks menselijks beschouwd. In de jaren tachtig gaf Goodall haar carrière een wending. Ze begon de wereld rond te reizen om het grote publiek bewust te maken van de noodzaak van natuurbehoud. Dat reizen ligt nu stil door corona, maar Goodall, inmiddels 87, gaat onvermoeibaar verder met haar missie. Zopas heeft ze een nieuw boek uit, Het boek van hoop (haar vijfde boek met 'hoop' in de titel), waarin ze haar geloof uitspreekt in de overlevingskracht van mens en natuur. "Als we het samen doen, ons intellect gebruiken en allemaal ons steentje bijdragen, iedereen, dan kunnen we manieren vinden om de klimaatverandering tegen te gaan en diersoorten voor uitsterven te behoeden", stelt ze.
...

De Britse Jane Goodall was 23 toen ze in 1960 naar Afrika vertrok. Ze bestudeerde er chimpansees in het wild en deed enkele baanbrekende ontdekkingen, bijvoorbeeld dat chimpansees werktuigen gebruiken - indertijd werd gereedschap als iets unieks menselijks beschouwd. In de jaren tachtig gaf Goodall haar carrière een wending. Ze begon de wereld rond te reizen om het grote publiek bewust te maken van de noodzaak van natuurbehoud. Dat reizen ligt nu stil door corona, maar Goodall, inmiddels 87, gaat onvermoeibaar verder met haar missie. Zopas heeft ze een nieuw boek uit, Het boek van hoop (haar vijfde boek met 'hoop' in de titel), waarin ze haar geloof uitspreekt in de overlevingskracht van mens en natuur. "Als we het samen doen, ons intellect gebruiken en allemaal ons steentje bijdragen, iedereen, dan kunnen we manieren vinden om de klimaatverandering tegen te gaan en diersoorten voor uitsterven te behoeden", stelt ze.Ze stichtte het Jane Goodall Institute, dat fondsen werft bij privépersonen en ondernemingen. Daarmee realiseert het projecten voor armoedebestrijding, opvangcentra voor dieren en natuurreservaten, vanuit de gedachte dat de lot van mens, dier en milieu onlosmakelijk samenhangen. Het instituut heeft vestigingen in tientallen landen, waaronder België, waar het op een vijftigtal vrijwilligers kan rekenen. Elk Jane Goodall Institute heeft ook zijn Roots & Shoots-groepen, die jongeren aanmoedigen om zelf projecten uit de grond te stampen, om zo 'toekomstig leiderschap' te kweken. JANE GOODALL. "Ik heb weet van sommigen die in de politiek zijn gegaan, anderen belandden in het zakenleven, heel wat zijn leraar geworden. Iemand werd minister van Milieu in Congo, een andere was minister van Milieu in Tanzania - hij durfde in de clinch te gaan met de vorige president over een stuwdam die een reservaat onder water zou zetten. Hij is een geweldige kerel, die vasthoudt aan de waarden die we van in het begin koesteren met Roots & Shoots: respect voor de medemens, voor de dieren, voor het milieu." GOODALL. "Ik kan hen geen ongelijk geven, hun toekomst staat op het spel. Zelf denk ik dat het beter werkt om mensen in hun hart aan te spreken dan hen beledigingen naar het hoofd te slingeren. Maar we zijn in zo'n kritieke situatie dat beide benaderingen nodig zijn." GOODALL. "Wat ik altijd zeg is: leg je bevoorradingsketen onder de loep. Zijn er schakels die de omgeving schaden? Zijn de lonen rechtvaardig? Reken je alle milieukosten door in de prijs? Er is verandering, dat merk ik. Alleen is de vraag of ze snel genoeg gaat." GOODALL. "Ik praatte met de CEO van een grote firma in Singapore. Drie dingen hadden hem bewogen om zijn bedrijf socialer en milieubewuster te organiseren. Hij zei: sommige grondstoffen verbruiken we sneller dan de natuur ze kan aanvullen, dus dat moeten we anders aanpakken. Ten tweede dringen consumenten almaar meer aan op ethisch geproduceerde goederen. Maar wat voor hem de balans had doen doorslaan, was zijn dochter. Toen ze acht was, kwam ze terug van school en zei: 'Papa, ik heb gehoord dat je fabrieken de planeet pijn doen. Dat is toch niet waar, hé papa? Het is toch ook mijn planeet?' Dat deed voor hem de deur dicht. Dat bedoel ik met mensen in hun hart aanspreken: dan veranderen ze op een oprechte, authentieke manier." GOODALL. "Stel je voor dat we in een duistere tunnel zitten. In de verte fonkelt een lichtje. De optimist rekent erop dat het schijnsel vanzelf dichterbij zal komen. Hoop zit anders ineen. Hoop betekent dat je bereid bent naar het lichtje toe te klauteren, over alle obstakels die in de weg zitten. Hoop is de bereidheid om actie te ondernemen. Het is die hoop die we moeten cultiveren." GOODALL. "Nee, het verraste mij niet. Wolfgang Köhler, een Duitse psycholoog, had in het begin van vorige eeuw intelligentietests gedaan met chimpansees in gevangenschap. Die bleken in staat van bamboestokken één lange paal te maken om bananen naar beneden te halen. Köhler liet kinderen dezelfde test doen. Zij gebruikten de stokken ook, maar gooiden ermee naar de bananen. Wetenschappers wuifden Köhlers bevindingen weg: die apen in gevangenschap hebben gewoon de truc afgekeken van mensen, zeiden ze. Ik was de eerste die zo'n instrumenteel gedrag in het wild observeerde. Hoewel, de eerste... Omdat niemand het aan de pygmeeën had gevraagd, want die wisten het ook, hoor." GOODALL. "Dat was een grote schok voor mij. Ik dacht dat apen waren zoals wij, maar vriendelijker. Ze konden een kort lontje hebben, en schreeuwen en dreigen, maar dat was vooral vertoon, meende ik. De vaststelling dat ze ook moordden en brutale raids op soortgenoten ondernamen, gooide dat hele beeld overhoop. Toen ik daarmee naar buiten kwam, ondervond ik in wetenschappelijke kringen druk om dat te minimaliseren, velen klampten zich vast aan het idee dat apen lief en vreedzaam waren. "Maar dit gezegd zijnde, is het mijn overtuiging dat alleen mensen in staat zijn tot ware kwaadaardigheid. Menselijke slechtheid stijgt hoog uit boven de zwaarste agressie bij chimpansees. Chimpansees handelen in het moment. Ze plannen niet vooraf hoe ze anderen zullen martelen of ombrengen. Wij, mensen, kunnen dat wel. Dat is pas pure boosaardigheid." GOODALL. "Nou ja, ze willen hun territorium beschermen. Maar de vraag is terecht: beseft een chimpansee dat hij anderen pijn en lijden kan toebrengen? Misschien wel. Ik weet het niet. Maar ik weet wel zeker dat mensen opzettelijk en doelbewust wreed kunnen zijn." GOODALL. "Als ze iemand van de groep in nood zien, schieten ze spontaan ter hulp. Die reactie spruit voort uit moeder-kindgedrag dat uitgedijd is over de hele groep. Ze denken niet na vooraleer ze in actie komen. Wij kunnen morele overwegingen maken die het hier en nu overstijgen. Dat kan een chimpansee niet. Mijn conclusie is: wij, mensen, zijn beter dan zij, en erger dan zij." GOODALL. "Als u zoiets beweert, moet u ook een lijstje maken van vooraanstaande mannelijke primatologen, hoor. Maar goed, ik spreek voor mezelf: Louis Leakey, de fossielonderzoeker die mij aanwierf (in 1957, nvdr), meende dat vrouwen geduldiger en opmerkzamer waren als veldonderzoekers. Je kunt dat kaderen in de evolutietheorie: sinds de oertijden moeten goede moeders geduld hebben, opmerkzaam zijn en de groepsdynamiek aanvoelen, als ze hun kleintjes in gunstige omstandigheden willen grootbrengen. Laat dat nu net eigenschappen zijn die van pas komen bij veldonderzoek naar sociale dieren." U doet mij denken aan Franciscus van Assisi. Die communiceerde ook met dieren en riep zijn tijdgenoten op in harmonie met de schepping te leven. GOODALL. "Dan moet ik u beslist dit verhaal vertellen. Ik was uitgenodigd in de Kathedraal van Genade in San Francisco, op Werelddierendag. Mensen konden hun dier laten inzegenen. De kerk zat vol katten, honden, een aap, papegaaien. Denk je in hoeveel kabaal dat gaf, en hoe de priester uit alle macht probeerde zijn draaiboek te volgen. Mij was gevraagd de preek te houden. Op zeker moment is het mijn beurt. Ik beklim het spreekgestoelte. Ik begin te spreken. En ineens is alles muisstil. Niet één dier kefte of krijste of piepte nog. Mijn hele sermoen lang! ( Lachje) Wonderbaarlijk, niet?" GOODALL. "Het is een gevoel dat mij geregeld overrompelt als ik alleen in de wildernis ben. Dan ervaar ik een intelligentie die werkzaam is in alles wat mij omgeeft, en is het alsof er een vonk van die spirituele macht aanwezig is in elk levend wezen. Je kunt dat God noemen, of Allah. Wellicht is het door de taal, met haar capaciteit om dingen ter sprake te brengen, dat uit zo'n gevoel religie is ontstaan." GOODALL. "Zelfs daar ben ik niet zo zeker van. In het reservaat waar ik werkte, is een majestueuze waterval. Chimpansees gaan er soms naartoe. Ik heb kunnen gadeslaan hoe hun haren overeind komen en ze indrukwekkende dansen uitvoeren. Vol ontzag volgen ze met hun blik het water dat donderend naar beneden stort - en dat water blijft komen en blijft komen, en het zal er ook de volgende keer zijn. Het ontbreekt hen aan taal om die ervaring uit te drukken, maar je kunt hierin de kiem zien van oude natuurgodsdiensten die de zon, de maan en de natuurelementen aanbidden." GOODALL. "Dat is een quote van mij. Dit heeft mij zó lang beziggehouden. Merkwaardig, toch? Want elkaar begroeten doen ze wél. Misschien ervaren ze verwijdering anders dan wij. Misschien hebben ze niet echt het gevoel dat ze weggaan. Want ze weten dat ze elkaar terug zullen zien."