Schrikken deden ze geenszins, toen ze vorige week hun krant opensloegen en lazen dat voor een meerderheid van de Vlamingen zelfs een perfect geïntegreerde migrant nooit een 'echte' Vlaming kan zijn. Voormalig voetballer Beloy 'Paul' Beloy en journalist Frank Van Laeken verdiepen zich al jaren in het fenomeen discriminatie. Vijf jaar geleden schreven ze Vuile zwarte, over racisme in het voetbal, en nu is er een boek vol geschiedenis, getuigenissen, studies en voorstellen voor oplossingen.
...

Schrikken deden ze geenszins, toen ze vorige week hun krant opensloegen en lazen dat voor een meerderheid van de Vlamingen zelfs een perfect geïntegreerde migrant nooit een 'echte' Vlaming kan zijn. Voormalig voetballer Beloy 'Paul' Beloy en journalist Frank Van Laeken verdiepen zich al jaren in het fenomeen discriminatie. Vijf jaar geleden schreven ze Vuile zwarte, over racisme in het voetbal, en nu is er een boek vol geschiedenis, getuigenissen, studies en voorstellen voor oplossingen. "Ik ben zeker niet verbaasd over De Stemming", zegt Beloy. "In die peilingen zit ook veel ergernis over het gebrek aan sociale correcties, over de stijgende prijzen van basisproducten. De werkende mens heeft het gevoel dat hij wordt gestraft. Voeg daarbij de wrevel over de migratie naar ons land, en dan ontstaat er een kortsluiting in sommige hoofden." Ook Van Laeken is allerminst verbaasd. "Xenofobe reacties op migratie zijn zo oud als de straat. En het zijn niet alleen burgers die laten verstaan dat migranten er nooit echt bij zullen horen, hoe hard ze ook hun best doen. Sommige journalisten hebben die reflex ook, helaas. Eén voorbeeld uit ons boek: op oudjaar 2018 waren er rellen met jongeren in Molenbeek. 's Anderendaags peilde Radio 1 naar een reactie bij Theo Francken (N-VA), die drie weken eerder was afgetreden als staatssecretaris voor Asiel en Migratie. Maar die jongeren zijn hier geboren! Het zijn Belgen, geen migranten. Op zo'n moment geeft een radiozender, wellicht onbewust en ongewild, aan dat die jongeren er niet bij horen en dat nooit zullen doen. Dat is heel contraproductief." BELOY BELOY. "Daar is geen duidelijk antwoord op. Je ziet wel evoluties. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de jeugd. Die is kleurrijker, en veel jongeren weten niet precies meer van welke afkomst een ander is. Maar het is hun vriend en ze vinden het niet oké als die scheef wordt aangekeken. Ik zie en hoor ook kinderen die hun mama's corrigeren, die vragen om bepaalde woorden en stereotypes niet meer te gebruiken. Dat is positief. Maar anderzijds zie ik ook het omgekeerde. Mensen durven meer te zeggen. Men is vranker, men durft openlijker racistisch te zijn." BELOY. "Ja, en dat heb ik de afgelopen jaren zien toenemen. Ik ga nog vaak naar het voetbal en dan zijn er blanke vrienden die zeggen: 'Ja maar, Paul, niet te ver gaan hè, we mogen toch nog iets zeggen?' Van mij mogen die mensen zeggen en roepen wat ze willen, maar je gaat niet iemand persoonlijk aanvallen om zijn fysiek of zijn huidskleur." FRANK VAN LAEKEN. "De ironie van dat alles, en dat heeft met woke te maken, is dat er nu vaak over een cancelcultuur wordt gesproken. Maar net de mensen die het daarover hebben, zijn diegenen die dat zonder problemen kunnen schrijven en zeggen. Degenen die nooit aan bod komen, zijn heel vaak andere mensen, met een andere huidskleur of een vreemd klinkende naam. Zij zijn het die in de realiteit gecanceld worden." BELOY. "Dat is helemaal niet zo moeilijk te begrijpen. Dat komt voort uit schrik. Wie aan de knoppen zit, bepaalt wat er gebeurt. Dus probeer je zo lang mogelijk aan de knoppen te blijven zitten en zo weinig mogelijk van die anderen in je kring toe te laten. Mensen willen hun voordelen absoluut niet verliezen. Kijk naar het proces rond Sanda Dia. Daar zie je rare bewegingen, het establishment dat zich aan het verenigen is, de cirkel wordt gesloten. Die papa's zitten allemaal in de juiste structuren, die gaan het onderste uit de kan halen voor hun zonen om een zo goed mogelijk verdict te krijgen. Dat kan heel ver gaan." VAN LAEKEN. "Het wordt om te beginnen niet eens als structureel of systemisch gezien. Want als je dat zou aanvaarden als bewindvoerder, dan kun je er iets aan doen. Maar als je dat ontkent, waarom zou je dan racisme aanpakken? Want je ziet het toch maar uitsluitend als individuele incidenten tegen individuele mensen." BELOY. "Dat klopt, maar het probleem begint al vroeger, op de basisschool en de middelbare school. Daar worden mensen in een bepaalde richting gestuurd, want in de A-stroom zullen ze het zeker niet redden. Daar zitten mensen bij met talent, en sommigen halen het toch, ondanks alle obstakels, en dat is knap. En dan komen ze op de universiteit en worden ze geconfronteerd met proffen die geen besef hebben dat we in een multiculturele maatschappij leven." VAN LAEKEN. "Dominique Mbog vertelt in zijn getuigenis in ons boek over proffen die racistische uitspraken doen. Los van het feit dat een racistische gedachte nog verschilt van echt racisme, zit daar ook heel veel zelfbescherming in. En dat moet eruit. Want anders gaan we heel veel talenten mislopen, talenten die al van in het middelbaar gedraineerd worden naar technische richtingen, terwijl ze de capaciteiten hebben om iets anders te doen. Die mensen lopen inkomen mis, maatschappelijk aanzien, een beter gevoel in het leven." BELOY. "Dominique Mbog heeft een jaar moeten wachten om af te studeren, omdat niemand aan de Antwerpse balie hem een plek wilde geven als stagiair. De cirkel sloot zich." BELOY. "Precies! Waarmee ben je dan bezig? Dit is een talentvolle jongen die op zijn zestiende als wees naar België is gekomen, alles in zijn eentje heeft gedaan, snel Nederlands heeft geleerd, toegelaten wordt tot de universiteit, terwijl het OCMW hem ieder jaar vroeg om te stoppen met zijn studie, want hij kostte geld! En toch heeft hij doorgebeten. Om vervolgens geen enkel advocatenbureau in Antwerpen te vinden waar hij stage kon lopen. Geen één! Gelukkig vond hij een jaar later een advocaat van Marokkaanse origine waar hij terecht kon. Maar daardoor heeft hij een jaar verloren. En hij is nu jurist en advocaat, maar hij weet: eigenlijk hebben ze het niet graag. Ze vinden het erg dat ik het gehaald heb." VAN LAEKEN. "Het frappante aan het verhaal van Dominique Mbog is dat zijn cliënten helemaal niet naar zijn kleur kijken, maar ervan uitgaan dat een man die zijn studie heeft afgerond in staat is hen bij te staan en te verdedigen. Daar moeten we heen!" VAN LAEKEN. "Daar heb ik alle begrip voor. We moeten die mensen niet blijven bekijken als iemand met een andere huidskleur, een andere afkomst, maar als landgenoten die buitengewoon capabel zijn, die enorm goed zijn in wat ze doen. Ik vind het wel hoopvol dat Dalilla om de twee dagen een column heeft in De Standaard waar ze het kan hebben over heel universele dingen als het moederschap. Of dat iemand als Aster Nzeyimana het anker is van een talkshow over voetbal, en als hij al eens kritiek krijgt, het hoogstens gaat over het feit dat hij te veel voor Anderlecht of Club Brugge zou zijn." BELOY. "Laat die mensen zijn wie ze zijn! Er zijn ongelooflijk veel voorbeelden van mensen die het hebben gemaakt, ondanks hun niet-Belgische afkomst en de moeilijke situaties die ze hebben meegemaakt. Daar wil ik wel over spreken, over mensen die de cirkel hebben kunnen doorbreken." BELOY. "Ik word er wel wat moedeloos van, ja. Ik maak dit al zo lang mee. Ik zie wel een lichtpuntje bij de volgende generaties. Als die jongeren geen kansen krijgen, gaan ze die zelf creëren. Het zijn mijn kleinkinderen die zullen bewijzen dat de multiculturele maatschappij een feit is. Dat kun je niet meer tegenhouden." VAN LAEKEN. "Ik moet ook eerlijk zeggen dat er weinig is dat me hoopvol stemt, al deel ik Pauls gevoel over de jeugd, en hun gevoeligheid voor bepaalde uitspraken. Ik denk dat we een soort Greta Thunberg nodig hebben, een witte jonge vrouw, die mee de strijd gaat voeren, internationaal. Iemand die ook bereid is om te luisteren. Niet alleen maar om standbeelden af te breken, daar krijg je misschien een goed gevoel van, maar je lost er de problemen niet mee op, je krijgt er geen baan door. We hebben die jonge mensen echt nodig, dwarsliggers die tegen de stroom inroeien, en niet alleen mensen van kleur." VAN LAEKEN. "Absoluut. Ook al klinkt dat heel pretentieus, als ik het zo terughoor. Ik pas perfect in het beeld van de witte man met privileges. Ik zou gemakzuchtig kunnen zeggen: ik heb geen last van racisme, waar ik woon moet je met een vergrootglas zoeken naar mensen met een andere origine. Maar ik vind niet dat je kunt aanvaarden dat een samenleving zo ontwricht wordt omdat mensen kansen worden ontzegd. Stel dat je dat zou toepassen op het voetbal. Dat Anderlecht zou hebben gezegd: die Vincent Kompany kan misschien wel een beetje voetballen, maar we gaan die toch niet in de eerste ploeg zetten. Dat zou absurd zijn! Terwijl net dat in de samenleving gebeurt. Eigenlijk is het ongelooflijk dat de bedrijfswereld nog onvoldoende inziet dat je alle talent moet aanboren, welke identiteit of afkomst de mensen ook hebben." VAN LAEKEN. "Een beetje logisch, want die moeten winst maken." BELOY. "Maar wie is de overheid? Dat zijn de partijen. Die hebben de macht en willen graag het status quo behouden. Want de macht wisselt niet zo heel veel. En als je zoals de N-VA kiezers van het Vlaams Belang wilt aantrekken, kun je niet plots helemaal proper worden. Welke mensen, welke partijen zijn in staat om de dingen echt te veranderen? Dat is heel moeilijk."