Al 100 jaar vormt de hoge overheidsschuld een molensteen om onze nek. Al 100 jaar bedreigt een gebrekkige concurrentiekracht onze welvaart. Al 100 jaar leren we niet uit onze fouten. Al 100 jaar botsten regeringen die grondig willen hervormen op een muur van gevestigde belangen, inerte sociale structuren en chronische angst voor verandering. Alleen als het land met de rug tegen de muur of onder externe dwang staat, wordt het hoogstnodige gedaan. Denk aan het saneringsbeleid van de regeringen-Martens in de jaren 80, of aan het Globaal plan van Dehaene in de jaren 90. Maar de huishouding ten gronde en voor lange tijd op orde zetten? Geen regering is daar de voorbije 100 jaar in geslaagd. Die hardleersheid vertaalt zich in een aanhoudend hoge staatsschuld en krakkemikkige concurrentiekracht.
...

Al 100 jaar vormt de hoge overheidsschuld een molensteen om onze nek. Al 100 jaar bedreigt een gebrekkige concurrentiekracht onze welvaart. Al 100 jaar leren we niet uit onze fouten. Al 100 jaar botsten regeringen die grondig willen hervormen op een muur van gevestigde belangen, inerte sociale structuren en chronische angst voor verandering. Alleen als het land met de rug tegen de muur of onder externe dwang staat, wordt het hoogstnodige gedaan. Denk aan het saneringsbeleid van de regeringen-Martens in de jaren 80, of aan het Globaal plan van Dehaene in de jaren 90. Maar de huishouding ten gronde en voor lange tijd op orde zetten? Geen regering is daar de voorbije 100 jaar in geslaagd. Die hardleersheid vertaalt zich in een aanhoudend hoge staatsschuld en krakkemikkige concurrentiekracht. "De gevolgen van dit status quo zullen nog decennia op het land en zijn economie wegen", schrijft de Leuvense econoom Erik Buyst in het boek Het gestolde land, waarin haarfijn het verhaal van de Belgische economie sinds de Eerste Wereldoorlog uit de doeken wordt gedaan. De auteurs leggen uit hoe de Eerste Wereldoorlog een brutaal breekpunt werd voor de Belgische economie. De dynamische, liberale economie die aan de spits stond in verschillende sectoren, sneuvelde in de loopgraven. Er werd naarstig getimmerd aan overlegstructuren en een ruime sociale zekerheid. Voor een open economie als de Belgische, die als geen ander moet waken dat de exportprijzen niet uit de pan rijzen, werd het een dure laag van geborgenheid. De ingebakken tegenstelling in het beleid veroordeelde de Belgische economie tot een kruisgang van crisis naar crisis, zonder structurele oplossingen, en zonder radicale vernieuwing.Ook de kracht van verandering lijkt anno 2016 niet opgewassen tegen deze vastgeroeste structuren. Een indexsprong hier, een taxshiftje daar, een pensioenhervorming ginder,... het volstaat niet om de impasse te doorbreken. Ook de regering-Michel zit gevangen in het Belgische stramien van pappen en nathouden, van bijsturen en oplappen, maar niet van grondig renoveren of revolutionair hervormen. Het overheidsbeslag bedraagt 54 procent van het bbp, maar toch slaagt de regering er niet in het begrotingstekort dicht te rijden. Haar maatregelen zorgen voor extra jobs, maar de werkgelegenheidsgraad stijgt niet en blijft op een te laag niveau hangen. De concurrentiepositie kreeg een likje verf, maar de loonhandicap bedraagt nog altijd 10 procent, en de nieuwe verflaag riskeert snel af te bladeren. En erger nog, de ambitie om de lakens op te schudden, lijkt weg te ebben. Nu al. De lobbymachines en sociaalconservatieve krachten zijn, net zoals de voorbije decennia, aan de winnende hand. Het kabinet van federaal minister van economie Kris Peeters (CD&V) is zo'n mitrailleursnest dat de opmars van het hervormingsbeleid regelmatig stuit.De golf van sluitingen en afdankingen van de voorbije weken toont aan dat de Belgische economie met de demonen van het verleden blijft worstelen. Per saldo komen er nog banen bij dankzij de redelijke conjunctuur en de inspanningen van de regering-Michel, maar onze industriële exportbasis, de hoeksteen van onze welvaart, staat nog altijd onder druk. "De levenscyclus van industrieën is niet meer dan 40 tot 50 jaar. We zijn te traag om telkens die vernieuwingen door te voeren. Precies door die stolling blijven we vasthouden aan oude sectoren, want die hebben machtige drukkingsgroepen, zowel in de werknemer- als werkgeversfederatie als in de overheid. Die worden te langzaam afgebouwd. We investeren te weinig in nieuwe technologie. En dat verhaal komt altijd maar terug", zegt Erik Buyst.We sukkelen al 100 jaar verder, dus waarom doen we dat ook de volgende 100 jaar niet? Belgen hebben het zo slecht niet, en we hebben de crisis van 2008-2009 als een van de betere in Europa doorworsteld. Meer nog, onze hoge overheidsuitgaven vormen een buffer tegen conjuncturele inzinkingen, en we gaan ons toch niet kapot besparen, zoals de Nederlanders? Precies zulke kortetermijnredeneringen doen dit land de das om. Ja, de Nederlanders hebben misschien iets te enthousiast het mes gezet in de uitgaven, maar het Nederlands bbp is nog altijd 10 procent hoger dan het Belgische, en Nederland staat er veel beter voor om de vergrijzing en de steeds snellere verandering van de economie het hoofd te bieden. "Als we nu niet bijsturen, dan riskeren we een fatale crisis. Een soort Wilfried Martens in het kwadraat zal dan niet meer genoeg zijn. De Belgische oplossing zal dan plaats moeten maken voor een structurele oplossing", besluit Erik Buyst.