Kent u Glencore? Veel kans dat die naam niet meteen een belletje doet rinkelen. Het bedrijf is nochtans 's werelds grootste mijnbouwmultinational. Glencore mag dan al een nobele onbekende zijn bij het brede publiek, de Zwitserse reus is niet bepaald onbesproken. De activiteiten van het bedrijf worden in verband gebracht met tal van gevallen van corruptie, mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling, van Congo tot Colombia. Onlangs nog raakte bekend dat de multinational zo'n 1,3 miljard euro aan schikkingen en boetes zal betalen wegens corruptiepraktijken, naar aanleiding van verschillende gerechtelijke onderzoeken.

Ver van ons bed? Niet helemaal. De grondstoffen die Glencore ontgint en verhandelt, gebruiken we allemaal. En Europese banken, waaronder BNP Paribas, investeerden de voorbije jaren miljarden in het bedrijf, mogelijk ook met uw spaargeld. De projecten waar dat geld naartoe gaat, zijn op zijn minst omstreden te noemen.

Toxische mijnbouw in de Andes

In Peru, bijvoorbeeld, exploiteert Glencore een uitgestrekt complex van kopermijnen. Met een geplande uitbreiding van de mijnen wil het bedrijf nog minstens dertig jaar langer profijt halen uit de rijke Peruaanse ondergrond. De mondiale vraag naar koper zit immers in de lift, maar hoog in het Andesgebergte eist de ontginning ervan al decennialang een zware tol. De landbouwgrond en het drinkwater van de omliggende inheemse boerengemeenschappen zijn vervuild. De boeren en hun vee worden ziek. Dat mijnbouw er ontwikkeling zou brengen is een fabeltje: meer dan de helft van de bevolking in de provincie heeft geen toegang tot gezondheidszorg of degelijk onderwijs.

Onderzoek van partnerorganisaties van Broederlijk Delen, in samenwerking met Amnesty International, toonde aan dat inheemse gemeenschappen in de invloedssfeer van de mijnen blootgesteld worden aan te hoge gehaltes zware metalen (zoals lood, cadmium en kwik), met ernstige gezondheidsrisico's tot gevolg. Denk aan Hoboken of Zwijndrecht, en opnieuw lijkt Vlaanderen plots niet zó ver weg van de Andes.

België moet mijnbouwmultinationals mee aan banden leggen.

Noch het bedrijf, noch de overheid heeft tot op vandaag een ernstig antwoord op die problemen geformuleerd. Integendeel: vreedzame protestacties van lokale organisaties die de vervuiling aanklagen, werden de voorbije jaren hardhandig neergeslagen. Sociale leiders werden opgepakt en juridisch vervolgd op basis van arbitraire aantijgingen. Er vielen zelfs al doden.

Voor de lokale gemeenschappen en organisaties is het een uitputtende strijd voor gerechtigheid, van David tegen Goliath. Ze zijn trouwens niet tegen mijnbouw - daarvoor leven ze al te lang samen met opeenvolgende mijneigenaren. Maar ze willen wel concrete oplossingen. Daarom lanceren ze deze maand een internationale campagne. Van 13 tot 17 juni is een delegatie uit Peru in Brussel om bij politici en journalisten meer zichtbaarheid te geven aan hun zaak.

Europese wetgeving over zorgplicht

In de eerste plaats is het aan de Peruaanse overheid om de rechten van haar eigen bevolking te beschermen. Maar ook Europese beleidsmakers, bedrijven en banken dragen een verantwoordelijkheid. De mijnbouw in Peru is immers geen louter Zuid-Amerikaans verhaal.

Niet alleen komt Peruaans koper op de Europese markt terecht (onder meer in de Duitse auto-industrie), de EU heeft ook een handelsovereenkomst met het land, en gaat er prat op dat die relatie gebaseerd is op respect voor de mensenrechten en de milieunormen. De realiteit is anders. Vakbonden van mijnwerkers in dienst van Glencore dienden onlangs een formele klacht in bij de EU, wegens schendingen van arbeidsrechten in het kader van dat handelsakkoord.

Europa heeft nog een hefboom in handen. De Europese Commissie, het Parlement en de lidstaten onderhandelen momenteel over wetgeving die de zorgplicht van bedrijven op het gebied van mensenrechten en milieu moet vastleggen. Dat houdt in dat ondernemingen proactief hun wereldwijde waardeketen onder de loep moeten nemen, en mogelijke problemen dienen aan te pakken.

De wet zou zowel gelden voor bedrijven met zetel in de Europese Unie, als voor bedrijven met een grote omzet op de EU-markt, zoals Glencore. Voor inbreuken op de zorgplicht voorziet het wetsvoorstel in burgerlijke aansprakelijkheid. Bedrijven kunnen dan bijvoorbeeld boetes krijgen.

Toch voldoet het Europese wetsvoorstel nog lang niet om ook gerechtigheid en herstel te garanderen voor de slachtoffers van schendingen. Daar hebben ze volgens internationale richtlijnen van de Verenigde Naties nochtans recht op.

Eerst en vooral moet de wet ook een sterkere zorgplicht bevatten voor financiële instellingen. Zij worden in het huidige wetsvoorstel grotendeels ontzien. Daarnaast is het cruciaal dat de slachtoffers gemakkelijker toegang krijgen tot Europese rechtbanken. En de wetgeving moet ook expliciet verwijzen naar het internationaal erkende recht van inheemse gemeenschappen op voorafgaande, vrije en geïnformeerde toestemming, vooraleer nieuwe mijnbouwprojecten van start kunnen gaan. Dat recht werd in het geval van de zaak in Peru meermaals geschonden.

Ook de federale regering kan die punten op tafel leggen in de onderhandelingen over de zorgplichtwet. Daarnaast moet de regering, als belangrijkste aandeelhouder van BNP Paribas, haar gewicht gebruiken om de bank aan te spreken op haar problematische investering in Glencore. Volgens onderzoek in opdracht van Broederlijk Delen verleende BNP Paribas de voorbije vijf jaar voor meer dan 130 miljoen euro krediet aan de specifieke mijnbouwprojecten van Glencore in Peru.

Tot slot: ook u bent niet machteloos. Bent u klant bij BNP Paribas (of ING en Deutsche Bank, andere belangrijke geldschieters van Glencore)? Schrijf dan uw bank aan. Eis dat ze een striktere zorgplicht toepast in haar relaties met mijnbouwgiganten, en bedrijven uitsluit die internationale mensenrechten- en milieunormen blijven schenden. Het lijkt misschien een druppel op een hete plaat. Maar voor de gemeenschappen in Peru is het een concreet gebaar van solidariteit.

Kent u Glencore? Veel kans dat die naam niet meteen een belletje doet rinkelen. Het bedrijf is nochtans 's werelds grootste mijnbouwmultinational. Glencore mag dan al een nobele onbekende zijn bij het brede publiek, de Zwitserse reus is niet bepaald onbesproken. De activiteiten van het bedrijf worden in verband gebracht met tal van gevallen van corruptie, mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling, van Congo tot Colombia. Onlangs nog raakte bekend dat de multinational zo'n 1,3 miljard euro aan schikkingen en boetes zal betalen wegens corruptiepraktijken, naar aanleiding van verschillende gerechtelijke onderzoeken.Ver van ons bed? Niet helemaal. De grondstoffen die Glencore ontgint en verhandelt, gebruiken we allemaal. En Europese banken, waaronder BNP Paribas, investeerden de voorbije jaren miljarden in het bedrijf, mogelijk ook met uw spaargeld. De projecten waar dat geld naartoe gaat, zijn op zijn minst omstreden te noemen.In Peru, bijvoorbeeld, exploiteert Glencore een uitgestrekt complex van kopermijnen. Met een geplande uitbreiding van de mijnen wil het bedrijf nog minstens dertig jaar langer profijt halen uit de rijke Peruaanse ondergrond. De mondiale vraag naar koper zit immers in de lift, maar hoog in het Andesgebergte eist de ontginning ervan al decennialang een zware tol. De landbouwgrond en het drinkwater van de omliggende inheemse boerengemeenschappen zijn vervuild. De boeren en hun vee worden ziek. Dat mijnbouw er ontwikkeling zou brengen is een fabeltje: meer dan de helft van de bevolking in de provincie heeft geen toegang tot gezondheidszorg of degelijk onderwijs.Onderzoek van partnerorganisaties van Broederlijk Delen, in samenwerking met Amnesty International, toonde aan dat inheemse gemeenschappen in de invloedssfeer van de mijnen blootgesteld worden aan te hoge gehaltes zware metalen (zoals lood, cadmium en kwik), met ernstige gezondheidsrisico's tot gevolg. Denk aan Hoboken of Zwijndrecht, en opnieuw lijkt Vlaanderen plots niet zó ver weg van de Andes.Noch het bedrijf, noch de overheid heeft tot op vandaag een ernstig antwoord op die problemen geformuleerd. Integendeel: vreedzame protestacties van lokale organisaties die de vervuiling aanklagen, werden de voorbije jaren hardhandig neergeslagen. Sociale leiders werden opgepakt en juridisch vervolgd op basis van arbitraire aantijgingen. Er vielen zelfs al doden.Voor de lokale gemeenschappen en organisaties is het een uitputtende strijd voor gerechtigheid, van David tegen Goliath. Ze zijn trouwens niet tegen mijnbouw - daarvoor leven ze al te lang samen met opeenvolgende mijneigenaren. Maar ze willen wel concrete oplossingen. Daarom lanceren ze deze maand een internationale campagne. Van 13 tot 17 juni is een delegatie uit Peru in Brussel om bij politici en journalisten meer zichtbaarheid te geven aan hun zaak.In de eerste plaats is het aan de Peruaanse overheid om de rechten van haar eigen bevolking te beschermen. Maar ook Europese beleidsmakers, bedrijven en banken dragen een verantwoordelijkheid. De mijnbouw in Peru is immers geen louter Zuid-Amerikaans verhaal. Niet alleen komt Peruaans koper op de Europese markt terecht (onder meer in de Duitse auto-industrie), de EU heeft ook een handelsovereenkomst met het land, en gaat er prat op dat die relatie gebaseerd is op respect voor de mensenrechten en de milieunormen. De realiteit is anders. Vakbonden van mijnwerkers in dienst van Glencore dienden onlangs een formele klacht in bij de EU, wegens schendingen van arbeidsrechten in het kader van dat handelsakkoord.Europa heeft nog een hefboom in handen. De Europese Commissie, het Parlement en de lidstaten onderhandelen momenteel over wetgeving die de zorgplicht van bedrijven op het gebied van mensenrechten en milieu moet vastleggen. Dat houdt in dat ondernemingen proactief hun wereldwijde waardeketen onder de loep moeten nemen, en mogelijke problemen dienen aan te pakken.De wet zou zowel gelden voor bedrijven met zetel in de Europese Unie, als voor bedrijven met een grote omzet op de EU-markt, zoals Glencore. Voor inbreuken op de zorgplicht voorziet het wetsvoorstel in burgerlijke aansprakelijkheid. Bedrijven kunnen dan bijvoorbeeld boetes krijgen.Toch voldoet het Europese wetsvoorstel nog lang niet om ook gerechtigheid en herstel te garanderen voor de slachtoffers van schendingen. Daar hebben ze volgens internationale richtlijnen van de Verenigde Naties nochtans recht op.Eerst en vooral moet de wet ook een sterkere zorgplicht bevatten voor financiële instellingen. Zij worden in het huidige wetsvoorstel grotendeels ontzien. Daarnaast is het cruciaal dat de slachtoffers gemakkelijker toegang krijgen tot Europese rechtbanken. En de wetgeving moet ook expliciet verwijzen naar het internationaal erkende recht van inheemse gemeenschappen op voorafgaande, vrije en geïnformeerde toestemming, vooraleer nieuwe mijnbouwprojecten van start kunnen gaan. Dat recht werd in het geval van de zaak in Peru meermaals geschonden.Ook de federale regering kan die punten op tafel leggen in de onderhandelingen over de zorgplichtwet. Daarnaast moet de regering, als belangrijkste aandeelhouder van BNP Paribas, haar gewicht gebruiken om de bank aan te spreken op haar problematische investering in Glencore. Volgens onderzoek in opdracht van Broederlijk Delen verleende BNP Paribas de voorbije vijf jaar voor meer dan 130 miljoen euro krediet aan de specifieke mijnbouwprojecten van Glencore in Peru.Tot slot: ook u bent niet machteloos. Bent u klant bij BNP Paribas (of ING en Deutsche Bank, andere belangrijke geldschieters van Glencore)? Schrijf dan uw bank aan. Eis dat ze een striktere zorgplicht toepast in haar relaties met mijnbouwgiganten, en bedrijven uitsluit die internationale mensenrechten- en milieunormen blijven schenden. Het lijkt misschien een druppel op een hete plaat. Maar voor de gemeenschappen in Peru is het een concreet gebaar van solidariteit.