Om de zware economische impact van de coronacrisis te verzachten, riep de Europese Unie onder meer een Europees herstelfonds (voluit het Next Generation EU fonds) ter waarde van 750 miljard euro in het leven. Dat geld wordt grotendeels als transfers doorgestort aan de lidstaten, in ruil voor uitgewerkte investeringsplannen en hervormingen.
...

Om de zware economische impact van de coronacrisis te verzachten, riep de Europese Unie onder meer een Europees herstelfonds (voluit het Next Generation EU fonds) ter waarde van 750 miljard euro in het leven. Dat geld wordt grotendeels als transfers doorgestort aan de lidstaten, in ruil voor uitgewerkte investeringsplannen en hervormingen.Voor het Belgische herstelplan is er in principe 5,9 miljard euro beschikbaar uit het Europese herstelfonds. Het Belgische nationale plan voor herstel- en veerkracht is opgemaakt vertrekkende van dit bedrag. De Nationale Bank waarschuwt echter dat België 750 miljoen euro minder zal ontvangen op basis van de recente economische zomerprognoses van de Europese Commissie.De 5,9 miljard euro was berekend op basis van de najaarsprognoses van 2020 van de Europese Commissie. Dit bedrag kan echter herzien worden in 2022, als de evolutie van het bbp van de lidstaten tussen 2019 en 2021 bekend is. Hoe groter de economische schade als gevolg van covid-19, hoe meer een lidstaat krijgt uit het Europese herstelfonds. In het najaar van 2020 zat België nog in de greep van een stevige tweede besmettingsgolf, maar in de loop van dit jaar won het herstel snel vaart. Omdat de Belgische economie relatief sneller herstelt van covid-19 dan gemiddeld in de Europese Unie, zal België daarom een kleiner deel krijgen uit het Europese herstelfonds. "België zou 750 miljoen euro minder kunnen krijgen omdat de economische prestaties er recentelijk beter waren dan in andere EU-lidstaten", schrijft de Nationale Bank vandaag in een nieuwe studie over de Europese begroting.Eind juni lag het Belgische bbp nog 2,2 procent onder het pre-covidniveau, net zoals dat het geval was voor de hele EU. Een aantal grote, zwaar getroffen landen heeft echter nog een veel grotere achterstand goed te maken. Het Spaanse bbp ligt nog 6,8 procent onder het pre-covidniveau. Het Italiaanse bbp moet nog 3,8 procent goedmaken. Het Belgische herstel verliep de voorbije kwartalen sneller dan gemiddeld in de EU , waardoor de verdeelsleutel van de Europese fondsen ongunstig evolueert. Op zich is dat logisch. De Europese begroting en het Europese herstelfonds is gebaseerd op solidariteit en niet op een 'eerlijk rendement'- principe. De zwaarst getroffen economieën krijgen dus de grootste steun.De verdeelsleutel om de transfers vanuit het Europese herstelfonds toe te kennen, was aanvankelijk gebaseerd op het aantal inwoners, het bbp per capita en de werkloosheidsgraad voor covid-19 toesloeg. Een aantal landen, waaronder België, maakte bezwaar tegen deze verdeelsleutel omdat er geen rekening werd gehouden met de economische impact van covid-19, terwijl het fonds net deze impact moet temperen. In de zomer van 2020 werd de verdeelsleutel daarom aangepast voor de verdeling van de tweede schijf vanaf 2023. In deze verdeelsleutel wordt ook voor 30 procent rekening gehouden met de economische schade. De landen die het snelst herstellen van covid -19, zoals België, Nederland, de Baltische staten en een aantal Oost-Europese lidstaten, krijgen daarom straks minder uit het herstelfonds, terwijl landen met een trager herstel, zoals Spanje en Italië, op meer steun mogen rekenen.