Na een gesmaakte pitchsessie van een tiental Belgische scale-ups in Singapore nam de Aziatische topman van het bekende investeringsfonds Eight Roads Ventures me even apart. "Had ik geweten dat er zich zulke knappe bedrijven kwamen voorstellen, had ik mijn hele team meegebracht", zei hij. Zulke reacties zijn eerder regel dan uitzondering als je met Belgische technologiebedrijven de hort opgaat. Enkele weken geleden nog werden maar liefst vier van onze start-ups tot winnaar uitgeroepen in een wedstrijd van de Verenigde Naties, waarin ze moesten opboksen tegen honderden concurrenten uit 182 landen. Geen land deed beter.

België geneest de wereld.

Onze bedrijven mogen dan top zijn, toch staat België nauwelijks op de kaart als tech-hub, ondanks onze centrale ligging, onze steden waar het nog goedkoop leven is en de sterke innovatie-ecosystemen rond onze universiteiten en onderzoeksinstellingen. België wordt nog altijd meer geassocieerd met chocolade en bier dan met toptechnologie. We weten intussen ook waar het schoentje knelt: drie gewesten met elk hun eigen dynamiek zorgen voor een gefragmenteerd technologielandschap en een verwaterde positionering. Tel daarbij de hoge loonkosten, de weinig transparante fiscaliteit en het ontbreken van een langetermijnvisie. Een gevolg is dat internationaal toptalent België links laat liggen. Dat zou ons moeten verontrusten, want talent aantrekken en aan boord houden is noodzakelijk om onze digitale parels naar een hoger niveau te tillen en ze te doen uitgroeien tot wereldspelers.

De lijst met kleine landen die zich wel op de kaart zetten, wordt ook langer. Het verhaal van Portugal is bekend, maar enkele dagen geleden was het de beurt aan Letland, dat door de gerenommeerde durfkapitalist Index Ventures werd uitgeroepen tot 'meest start-upvriendelijk land' ter wereld. In vergelijking met België heeft Letland een beperkte techscene, maar de introductie van een fiscaal gunstige regeling voor aandelenopties volstond om alle schijnwerpers te richten op Riga.

Behalve doorgedreven marketinginspanningen zijn doordachte fiscale hervormingen krachtige tools om een land te positioneren als interessante biotoop voor techstart-ups. In de lijst van Index Ventures over de aandelenopties staat België op een schamele 24ste plaats. Er is dus nog ruimte voor verbetering. De Belgen hebben ook hopen geld op hun spaarboekje staan, geld dat niets opbrengt. Een betere manier vinden om dat kapitaal te injecteren in de economie lijkt een must. De taxshelter voor investeringen in start-ups was een druppel op een hete plaat. Misschien kan de wet-Cooreman-De Clercq tot inspiratie dienen, die er in de jaren tachtig voor zorgde dat Belgen zich ontpopten van spaarders tot investeerders. En waarom zouden opbrengsten uit succesvolle investeringen niet wat minder of zelfs niet belast kunnen worden als ze terug naar het ecosysteem vloeien? Of misschien kunnen we kortingen toekennen op de loonkosten voor start-ups die met innoverende projecten bezig zijn?

De oefening om België aantrekkelijker te maken en beter te positioneren rond belangrijke domeinen zoals biotech, digitale gezondheidszorg en slimme logistiek wordt intussen wel gemaakt door de regio's. De hamvraag is of we ambitieus genoeg zijn om ons te kunnen onderscheiden. Zit er een duidelijke visie achter de initiatieven? Laten we geen kansen liggen? Waar blijft de campagne die toont dat België de wereld geneest van corona? Ons land speelt een sleutelrol in de ontwikkeling en de productie van de vaccins, en aan het hoofd van het Amerikaanse Warp Speed-programma staat een Belg die hier de kneepjes van het vak heeft geleerd. Waar wachten we nog op om daar mee uit te pakken? België geneest de wereld. Dat moet de mentaliteit zijn.

Na een gesmaakte pitchsessie van een tiental Belgische scale-ups in Singapore nam de Aziatische topman van het bekende investeringsfonds Eight Roads Ventures me even apart. "Had ik geweten dat er zich zulke knappe bedrijven kwamen voorstellen, had ik mijn hele team meegebracht", zei hij. Zulke reacties zijn eerder regel dan uitzondering als je met Belgische technologiebedrijven de hort opgaat. Enkele weken geleden nog werden maar liefst vier van onze start-ups tot winnaar uitgeroepen in een wedstrijd van de Verenigde Naties, waarin ze moesten opboksen tegen honderden concurrenten uit 182 landen. Geen land deed beter. Onze bedrijven mogen dan top zijn, toch staat België nauwelijks op de kaart als tech-hub, ondanks onze centrale ligging, onze steden waar het nog goedkoop leven is en de sterke innovatie-ecosystemen rond onze universiteiten en onderzoeksinstellingen. België wordt nog altijd meer geassocieerd met chocolade en bier dan met toptechnologie. We weten intussen ook waar het schoentje knelt: drie gewesten met elk hun eigen dynamiek zorgen voor een gefragmenteerd technologielandschap en een verwaterde positionering. Tel daarbij de hoge loonkosten, de weinig transparante fiscaliteit en het ontbreken van een langetermijnvisie. Een gevolg is dat internationaal toptalent België links laat liggen. Dat zou ons moeten verontrusten, want talent aantrekken en aan boord houden is noodzakelijk om onze digitale parels naar een hoger niveau te tillen en ze te doen uitgroeien tot wereldspelers. De lijst met kleine landen die zich wel op de kaart zetten, wordt ook langer. Het verhaal van Portugal is bekend, maar enkele dagen geleden was het de beurt aan Letland, dat door de gerenommeerde durfkapitalist Index Ventures werd uitgeroepen tot 'meest start-upvriendelijk land' ter wereld. In vergelijking met België heeft Letland een beperkte techscene, maar de introductie van een fiscaal gunstige regeling voor aandelenopties volstond om alle schijnwerpers te richten op Riga. Behalve doorgedreven marketinginspanningen zijn doordachte fiscale hervormingen krachtige tools om een land te positioneren als interessante biotoop voor techstart-ups. In de lijst van Index Ventures over de aandelenopties staat België op een schamele 24ste plaats. Er is dus nog ruimte voor verbetering. De Belgen hebben ook hopen geld op hun spaarboekje staan, geld dat niets opbrengt. Een betere manier vinden om dat kapitaal te injecteren in de economie lijkt een must. De taxshelter voor investeringen in start-ups was een druppel op een hete plaat. Misschien kan de wet-Cooreman-De Clercq tot inspiratie dienen, die er in de jaren tachtig voor zorgde dat Belgen zich ontpopten van spaarders tot investeerders. En waarom zouden opbrengsten uit succesvolle investeringen niet wat minder of zelfs niet belast kunnen worden als ze terug naar het ecosysteem vloeien? Of misschien kunnen we kortingen toekennen op de loonkosten voor start-ups die met innoverende projecten bezig zijn? De oefening om België aantrekkelijker te maken en beter te positioneren rond belangrijke domeinen zoals biotech, digitale gezondheidszorg en slimme logistiek wordt intussen wel gemaakt door de regio's. De hamvraag is of we ambitieus genoeg zijn om ons te kunnen onderscheiden. Zit er een duidelijke visie achter de initiatieven? Laten we geen kansen liggen? Waar blijft de campagne die toont dat België de wereld geneest van corona? Ons land speelt een sleutelrol in de ontwikkeling en de productie van de vaccins, en aan het hoofd van het Amerikaanse Warp Speed-programma staat een Belg die hier de kneepjes van het vak heeft geleerd. Waar wachten we nog op om daar mee uit te pakken? België geneest de wereld. Dat moet de mentaliteit zijn.