In de speech waarmee Ursula Von der Leyen er vorige week in slaagde het Europees Parlement te overtuigen van haar kandidatuur als Commissievoorzitter, stond de roep om een eerlijke belasting op internetgiganten centraal. Terwijl de handelsperikelen tussen de Verenigde Staten en China de internationale aandacht trekken, speelt namelijk ook een andere oorlog, die om een rechtvaardig internationaal fiscaal systeem.

President Trump verzette zich twee weken geleden nog tegen 'oneerlijke handelspraktijken', ditmaal van Frankrijk die net zijn digitale belasting invoerde, waardoor technologiebedrijven een omzetbelasting van 3 procent zullen moeten betalen. Ook de Britten zullen naar verwachting met een gelijkaardig plan op de proppen komen. Het Franse plan is slechts een symptoom van het fiscale gepingpong tussen landen in de strijd om buitenlandse investeringen aan te trekken. Tegelijk voert het de druk op het internationale toneel op voor een duurzame hertekening van ons internationale fiscale systeem. De inzet is hoog en de uitdagingen allerminst gering.

Drempel voor internationale handel

Doordat een duurzaam internationaal kader ontbreekt, ontspruiten zulke unilaterale initiatieven bijna continu. Inderdaad, in fiscaliteit is het protectionisme al enige tijd in de internationale relaties geslopen. Landen proberen in de fiscale race to the bottom elkaar af te troeven met de invoering van lagere tarieven en gunstregimes. Op die manier riskeert fiscaliteit steeds meer een verkeersdrempel te worden op de snelweg van de internationale handel. De veelbesproken vennootschapsbelasting wordt daardoor onrechtstreeks een katalysator voor protectionisme.

De steile opmars van de digitale economie heeft dat debat rond eerlijk belasten nog prangender gemaakt. Alle ogen gaan vaak naar de grote technologiebedrijven, die al snel met de vinger worden gewezen dat ze op slinkse wijze de grenzen opzoeken tussen wat de wet wel en niet toelaat bij de beperking van de fiscale factuur. Tegelijk doen ze alleen nog maar cashloze - dus transparante - betalingen, wat de grijze economie sterk heeft teruggeschroefd. Dat is zeker deugdzaam voor de nationale economie, maar daarvoor werd tot nog toe geen politiek kapitaal opgebouwd. Het pijnpunt is dat de fiscale spelregels ver van de digitale realiteit afstaan.

Belasting op internetgiganten: fiscale rechtvaardigheid of protectionisme?

Digitale transformatie raakt niet alleen technologiebedrijven, maar alle sectoren. De komst van de digitalisering zet onze internationale fiscale spelregels daarmee op een fikse helling. Neem nu het volgende voorbeeld: een Belgische patiënt wordt geopereerd door een robot die wordt aangestuurd door een chirurg in Japan, die op zijn beurt een in China ontworpen implantaat gebruikt, dat met een 3D-printer in Nederland tot stand is gekomen en online door het Belgische ziekenhuis werd aangekocht op een Amerikaanse website. Niemand - ook die ondernemingen zelf niet - weten welk land een vennootschapsbelasting zou kunnen heffen en zo ja, op welke winsten.

De nieuwe waardecreatie

The Economist schreef in augustus 2018 terecht dat niemand meer weet waar multinationals eigenlijk nog winst maken of waarde creëren. Consumenten doen hun aankopen steeds vaker met een simpele muisklik via een onlinemarktplaats in plaats van in een winkel. Heel wat bedrijven halen hun waarde uit merken, octrooien, schaalvoordelen, netwerkeffecten en andere immateriële 'dingen' zoals de gegevens van personen die gebruik maken van online zoekmachines. De waardecreatie bij online-ondernemingen is dus fundamenteel verschillend van klassieke 'bakstenen' vennootschappen.

Is het waar de gebruikers gevestigd zijn, van sociale media, onlinemarktplaatsen of zoekplatformen? Is het waar ondernemingen hun afzetmarkt creëren? Daar zijn onze fiscale regels niet aan aangepast. Sterker nog, indien het antwoord 'ja' is, zou dat weleens de zwanenzang van de vennootschapsbelasting kunnen inzetten en is een indirecte belasting op consumptie - een soort btw - het mogelijke antwoord.

Economische voetafdruk

Internationaal wordt naarstig gezocht naar een kader. De G20 gaf onlangs een mandaat voor het uittekenen van een radicale belastinghervorming aan de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Er staat veel op het spel. Rechtvaardige belastingen zijn één zaak maar ook de rechtszekerheid mogen we zeker niet uit het oog verliezen in deze snel veranderende toekomst. We moeten daarom het fiscale wiel niet heruitvinden louter wegens de politieke druk om snel resultaat te boeken.

Laat ons misschien ons gezond verstand gebruiken en de complexe bepaling van waardecreatie invullen met beproefde concepten. Belasting betalen gebeurt dan bijvoorbeeld waar de investeringen plaatsvinden of op basis van de gemiddelde kosten om klanten te werven en te binden, ook al heeft men in die landen geen winkel waar die mensen terechtkunnen. Het gaat daarbij om de economische voetafdruk - de digitale investering, zeg maar - in plaats van de fysieke aanwezigheid van bedrijven.

Al tegen eind 2020 moet er een antwoord op tafel liggen. Die snelheid heeft er vooral mee te maken dat de eerste die erin slaagt een hernieuwd kader te scheppen, de regels in de wereldorde mee zal kunnen bepalen. Dat de internationale belastinghervorming nu hoog op de politieke agenda staat, biedt tegelijk de kans om een lans te breken om meer maatschappelijke stakeholders te betrekken. Elk vernieuwd fiscaal systeem moet weldoordacht zijn en daarbij kan advies van verschillende actoren het systeem robuuster maken. Want vergis je niet: dit gaat niet enkel om belastingen voor bedrijven want die gaan ze proberen door te rekenen aan u en ik. Fiscaliteit raakt zowat alle facetten van onze economie. Ook al lijkt 2020 dichtbij, we hebben nog een lange weg voor de boeg en het einde is nog niet in zicht.

De auteur is global transfer pricing leader bij PwC Belgium en neemt als expert deel aan de OESO-werkgroep die zich buigt over de uitwerking van een rechtvaardig internationaal fiscaal systeem, onder andere in het kader van de digitale economie.