Het positieve aan de begrotingscontrole van de regering-Michel is dat er geen truken van de foor worden gebruikt zoals ten tijde van de regering-Verhofstadt: sale-and-lease-back-operaties van overheidsgebouwen om de rekening te doen kloppen. Evenmin koos de Zweedse coalitie voor de gemakkelijkheidsoplossing van Di Rupo: enkel nieuwe of hogere belastingen doorvoeren. De regering-Michel kiest voor een k...

Het positieve aan de begrotingscontrole van de regering-Michel is dat er geen truken van de foor worden gebruikt zoals ten tijde van de regering-Verhofstadt: sale-and-lease-back-operaties van overheidsgebouwen om de rekening te doen kloppen. Evenmin koos de Zweedse coalitie voor de gemakkelijkheidsoplossing van Di Rupo: enkel nieuwe of hogere belastingen doorvoeren. De regering-Michel kiest voor een klassieke mix van besparingen op de uitgaven, nieuwe inkomsten en quick wins.Goede punten voor de regering-Michel? Dan toch eerder voor de aangekondigde structurele hervormingen, zoals het loslaten van de 38-urige werkweek, een strenger tijdskrediet, het stimuleren van de herintegratie van de arbeidsongeschikten op de arbeidsmarkt en vooral de plannen om de ambtenarenpensioenen te hervormen. Maatregelen die noodzakelijk zijn maar budgettair pas op langere termijn tot resultaat zullen leiden.Het is het altijd terugkerende verhaal: als de regering de overheidsfinanciën verder wil saneren, dan zal ze op korte termijn nog veel moeten besparen, vooral via de uitgaven die nog altijd meer dan 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen. De begrotingssanering is nog niet eens halfweg. Het structurele begrotingssaldo wordt nu verminderd van 1,83 procent van het bbp (7,4 miljard) naar 1,23 procent (5,1 miljard euro). Maar dat tekort moet de regering de komende twee jaar nog wegwerken. Een loodzware opdracht. Dat betekent jaarlijks 0,6 procent van het bbp structureel saneren.En eigenlijk is er meer nodig. Volgens het Planbureau zal de Belgische staatsschuld in 2021 nog altijd 102,6 procent van het bbp bedragen. Om de schuld af te bouwen tot onder 100 procent moet de regering een jaarlijkse structurele sanering van 0,8 procent van het bbp doorvoeren om zo snel tot een positief primair saldo (ontvangsten min uitgaven zonder rentelasten) te komen. Volgens het Planbureau moet de overheid de komende drie jaar 8 miljard euro vinden.