Statutaire ambtenaren behouden hun voordelige statuut. Een minimumpensioen is mogelijk na tien jaar effectief gewerkt te hebben, en zelfs periodes als jobstudent tellen mee. Het stelsel van het vervroegd pensioen wordt lichtjes bijgestuurd. Een pensioenbonus en deeltijds pensioen zijn mogelijk na een carrière van 42 jaar. Het fiscale voordeel van de tweede pensioenpijler blijft buiten schot. Ziedaar het pensioenplan van minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS).
...

Statutaire ambtenaren behouden hun voordelige statuut. Een minimumpensioen is mogelijk na tien jaar effectief gewerkt te hebben, en zelfs periodes als jobstudent tellen mee. Het stelsel van het vervroegd pensioen wordt lichtjes bijgestuurd. Een pensioenbonus en deeltijds pensioen zijn mogelijk na een carrière van 42 jaar. Het fiscale voordeel van de tweede pensioenpijler blijft buiten schot. Ziedaar het pensioenplan van minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS). Het is een mager beestje geworden. Eigenlijk is het de naam pensioenhervorming niet waardig. De heikele thema's worden mooi ontweken. De aberratie van de voordelige ambtenarenpensioenen blijft bestaan. Over een sterkere band tussen werk en pensioen door een aanpassing van de gelijkgestelde periodes wordt niet meer gesproken. En wat met het groeiende legioen werkenden die tijdens hun loopbaan in verschillende stelsels (ambtenaren, werknemers, zelfstandigen...) aan de slag zijn? De voorstellen die de Pensioencommissie (toen onder leiding van huidig minister Frank Vandenbroucke) ooit lanceerde om een pensioen met punten in te voeren, zijn nergens terug te vinden. Het koppelen van de pensioenleeftijd aan de levensverwachting, zoals in Scandinavische landen gebeurt? Connais pas, zegt de minister.Uiteraard is het voorstel van de minister een openingszet. Maar de kans dat er na overleg met de sociale partners en de andere coalitiepartijen echte hervormingen komen, is onbestaande. Dit voorstel lijkt al op een typisch flauw Belgisch compromis. De PS raakt niet aan de aanvullende pensioenen, en in ruil daarvoor beginnen de liberalen niet meer over de gelijkgestelde periodes en een sterkere band tussen het pensioen en het aantal gewerkte jaren. Men blijft om de hete brij draaien. De immer bezadigde VBO-topman Pieter Timmermans wees er terecht op dat het beleid uit het verleden zelfs deels wordt teruggedraaid. De vorige regering verhoogde de pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030, maar de aanpassingen aan het vervroegd pensioen zouden die leeftijd nu indirect verlagen.Lalieux geeft bovendien een verkeerd signaal. Ze blijft benadrukken dat de pensioenen geen kosten zijn. "Het is een inkomen van 2,2 miljoen Belgen", zegt ze. Ze wekt de indruk dat de pensioenfactuur geen probleem is. Nochtans komen er de komende decennia bijna 1 miljoen gepensioneerden bij, waardoor de jaarlijkse pensioenfactuur in euro's van vandaag met 13 miljard zal toenemen.Volgens Lalieux is dat geen probleem, want ze verwacht een activerend effect van de invoering van de pensioenbonus en het deeltijds pensioen, zoals ze voorstelt in haar pensioenplan. De Gentse arbeidseconoom Stijn Baert liet daarvan niets heel op Twitter: "Voor budgetneutraliteit van haar plannen kijkt Karine Lalieux naar activerend effect van pensioenbonus. Ook dat is ongeloofwaardig aangezien studies aangeven dat dit effect 0 of klein is. Karine Lalieux verwacht verder budgettair gunstige effecten doordat het deeltijds pensioen mensen langer aan de slag zal houden. Ook dat staat op gespannen voet met evaluatieonderzoek dat aangeeft dat dit kanaal in het verleden de loopbaanduur verkortte.""Mijn oproep aan de Vlaamse partijen in de regering is de volgende. Discussieer niet over pensioenplannen van Karine Lalieux alvorens het Planbureau de effecten op (1) de werkzaamheidsgraad en (2) de begroting heeft ingeschat. Dat zou moeten volstaan om ze af te voeren."CD&V-vicepremier Vincent Van Peteghem was niet onder de indruk: "Een rood plan, vrees ik, waar een rode factuur aan gaat vasthangen." Een terechte analyse. Het lijkt erop dat de PS en de minister van Pensioenen nog altijd in een parallel universum leven. Voor de financiering gaat ze volledig uit van het optrekken van de werkzaamheidsgraad naar 80 procent tegen 2030. Het is ondertussen bekend dat dit een utopie is, met de huidige Belgische werkzaamheidsgraad van 70 procent. Ofwel moet Wallonië (65% werkzaamheidsgraad) een nooit geziene inhaalbeweging maken, ofwel moet Vlaanderen (75%) een werkgelegenheidsgraad van 85 procent of meer bereiken, iets dat zelfs in Scandinavische landen niet haalbaar is. Daar komt nog bij dat minister van Werk Pierre-Yves Dermagne - een partijgenoot van Lalieux - nog geen enkel voorstel heeft gedaan om de werkzaamheidsgraad op te trekken. Eigenlijk kan het de PS allemaal niet veel meer schelen. De partij heeft haar prijs al binnengehaald: het minimumpensioen van 1500 euro bij een volledige loopbaan.