De naam Ashoka Mody zal u misschien niet veel zeggen. De voormalige hoge functionaris van het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig hoogleraar aan Princeton, is nochtans een beroemdheid. In Ierland bestaat er zelfs een ijsje met zijn naam, omdat hij aan het hoofd stond van de IMF-ploeg die tijdens de crisis de republiek bezocht.
...

De naam Ashoka Mody zal u misschien niet veel zeggen. De voormalige hoge functionaris van het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig hoogleraar aan Princeton, is nochtans een beroemdheid. In Ierland bestaat er zelfs een ijsje met zijn naam, omdat hij aan het hoofd stond van de IMF-ploeg die tijdens de crisis de republiek bezocht. Naar aanleiding van die ervaring besloot hij zich te verdiepen in de Europese Monetaire Unie en te analyseren wat eraan schort. Hij beschrijft de problemen in het historische en tegelijk vooruitziende compendium Euro Tragedy. Het werk is enthousiast onthaald door de economen Kenneth Rogoff, George Akerlof en Paul De Grauwe, die meent dat het "tegendraadse boek niet populair zal zijn in Brussel, maar elders des te meer". Ashoka Mody zal inderdaad voor tandengeknars zorgen in het Berlaymontgebouw, want hij stelt dat de monetaire unie instabiliteit en een aanslepende recessie teweegbrengt en populisme aanwakkert. ASHOKA MODY. "Ik ben pessimistisch over de toekomst van de monetaire unie, en daarom noem ik het een tragedie. Het is tragisch, omdat er aanvankelijk niet noodzakelijk slechte bedoelingen achter de euro zaten. Maar zijn bestaan maakt het zeer moeilijk hem te ontbinden. Na de invoering van de euro is de ruimte om te manoeuvreren zeer klein geworden. De leden van de eurozone zitten vast aan politieke en economische beperkingen die onvermijdelijk de verdeeldheid tussen de staten en de volken doen toenemen. Een eenheidsmunt vergroot de economische verschillen tussen de landen. Maar ze vergroot ook de politieke tegenstellingen. En dat is tragisch." MODY. "Omdat de nationale belangen uiteenlopen. En omdat er mensen zijn die de indruk hebben dat ze in de steek gelaten en benadeeld zijn. Het is gemakkelijk hen populistisch te noemen, maar waarom zijn ze zo geworden? Naar mijn mening stemmen ze op populistische partijen omdat ze merken dat niet alleen hun positie kwetsbaarder is geworden, maar ook die van hun kinderen. Het grote probleem is dat ze het idee hebben dat er geen sociale mobiliteit is. Dat mensen uit de boot vallen, is niet altijd de schuld van de euro. Maar alle kritiek is op de euro gericht omdat hij als vertegenwoordiger wordt gezien van een economisch liberalisme zoals in de Angelsaksische landen. Dat liberalisme kan productief zijn, maar het moet wel rekening houden met de mensen die het slachtoffer zijn geworden van de globalisering. De euro wordt ondermijnd door de langetermijnkracht van de globalisering. Maar ook van binnenuit, want hij wringt het macro-economische beleid in een te strak keurslijf." MODY. "Pas op, ik zeg niet dat Italië zonder de euro productiever zou zijn. Als Italië niet was toegetreden, was de lire waarde blijven verliezen. Het land zou dus gaandeweg armer zijn geworden, maar we weten niet hoe de Italianen daarop zouden hebben gereageerd. We dachten dat de Italianen productiever zouden worden omdat ze zich niet langer konden verlaten op een devaluatie van hun valuta, maar dat is niet gebeurd. Sindsdien kampen ze met een dubbel nadeel: ze kunnen niet devalueren en ze zijn niet productiever. Als ze hun nationale munt hadden gehouden, zou een waardevermindering van de lire hun export hebben gestimuleerd. En misschien zou een depreciatie ook een duidelijk signaal zijn geweest dat hun land achteruitgaat. In plaats daarvan glijdt het nu geleidelijk en onmerkbaar naar de afgrond. Vanuit het oogpunt van de Europese Unie is Italië, gezien het ontbreken van het 'ontgrendelingsmechanisme' (een devaluatie van de munt en een renteverlaging in geval van een crisis) en de al twintig jaar toenemende druk op het land, niet langer een louter Italiaans probleem. Het is een probleem geworden voor heel Europa." MODY. "Toen Robert Schuman tijdens zijn verklaring op 9 mei 1950 voorstelde een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op te richten, presenteerde hij dat project als een eerste stap richting een Europese federatie. Maar in het Verdrag van Parijs van april 1951, waarmee de EGKS werkelijkheid werd, is het woord 'federatie' bewust weggelaten. Het werd vervangen door de term 'gemeenschap', ofwel een groep van gelijke staten wier soevereiniteit in defensie of belastingen niet ondergeschikt is aan een centrale instantie. Zelfs vanaf het prilste begin waren de Europeanen zich dus bewust van het probleem." MODY. "Ik vind dat de vergelijking met de Verenigde Staten niet opgaat. Want vanaf hun ontstaan, vanaf hun grondwet van 1787, zijn de Verenigde Staten een federale staat geweest. Bij een echte federatie doen de deelstaten bewust afstand van hun recht belastingen te heffen en te besteden en van hun recht de eigen defensie te organiseren. Dat is bij Europa niet het geval." MODY. "Die eurobonds, dat garantiefonds, enzovoort zijn financiële technieken. Transfers en bestuur, dat is waar het echt om gaat. Je moet rekenen op aanzienlijke en langdurige transfers, zoals die die nu nodig zijn tussen het noorden en het zuiden van Italië. Het mag met andere woorden geen tijdelijke hulp in tijden van crisis zijn. Is dat een goede zaak? Ik weet het niet. Sommigen zullen beweren dat het geldverspilling is en dat het probleem daarmee niet opgelost raakt. "Maar stel nu dat die transfers werken. Dan blijft het bestuur over, wat voor mij de lastigste kwestie is. In een echte federale staat heb je een regering die verkozen is en door de kiezers ter verantwoording kan worden geroepen voor haar fouten. Om zoiets te bereiken op het niveau van de Europese Unie, moeten de nationale parlementen, die momenteel over de wetten en de budgetten stemmen, een groot deel van hun voorrechten opgeven. Anders zouden het Europese parlement en het daarnaast op te richten kabinet van ministers zwaar in aanvaring komen met de nationale parlementen. Maar dat probleem is niet opgelost. Met als gevolg dat de kiezers sinds de verkiezingen van 2012-2013 menen dat Europa een al dan niet slechte invloed heeft op hun dagelijkse leven en dat ze hun nationale politici daarvoor verantwoordelijk houden." MODY. "Precies. De crisis in de eurozone heeft niet alleen economische littekens achtergelaten, maar onder meer ook politieke. En littekens kunnen het moeilijker maken te handelen. We kunnen de analogie doortrekken naar de Europese Centrale Bank, die haar verwondingen veel te laat heeft verzorgd, waardoor die ontstoken zijn. Er was veel kritiek op de veel te strenge bezuinigingsmaatregelen, maar het beleid van de ECB, die tijdens de crisis tegen de stroom in haar rentevoeten verhoogde en die vier jaar draalde voor ze met haar kwantitatieve versoepeling of massale aankoop van obligaties op de proppen kwam, heeft ook een zeer belangrijke rol gespeeld. Door haar gedraal is er een toestand van zwakke inflatie ontstaan. En als die inflatie te lang te zwak blijft, verandert het gedrag van de economische spelers. Zij zullen wachten met investeren of consumeren. Als gevolg daarvan vertraagt de economische activiteit nog meer, dalen de prijzen en kom je vast te zitten in de val van de laagflatie." MODY. "Ja. En Italië is in hetzelfde bedje ziek. Het is er zelfs erger dan in Japan. Italië kampt ook met een veroudering van zijn bevolking, maar zijn productiviteit ligt minder hoog. Het land moet dus het hoofd bieden aan een geringe inflatie, een veroudering van zijn bevolking en een lage productiviteit. En dat is nog niet alles. De rentevoeten van de ECB mogen dan laag zijn, de reële rentevoeten (gecorrigeerd voor inflatie) liggen nog altijd te hoog voor de Italiaanse economie. En mocht de Italiaanse groei nog verder dalen, door een wereldwijde handelsoorlog of een verslapping van de Duitse groei, dan zal Italië uiteindelijk in een recessie belanden. En dan zal de ECB niets meer kunnen doen." MODY. "We zien aan de recente gebeurtenissen, zoals het Frans-Duitse principeakkoord over een begroting voor de eurozone of de 'oplossing' van de Griekse crisis, dat we in het eerste scenario blijven hangen." MODY. "Met een Italiaanse crisis. Italië ligt boven op de breuklijn. Als er weer een aardbeving of nieuwe crisis is, verdwijnt het land in de afgrond en dreigt het de hele eurozone met zich mee te sleuren."