In minder dan een maand is België, net zoals veel andere westerse landen, van ontkenning naar paniek en mobilisatie gegaan. We zijn in staat van oorlog met een virus. Hoe moet het verder, nu we angstvallig vooruitkijken naar golven en pieken van besmettingen?

De eerste prioriteit blijft preventie. Zolang er geen behandeling bestaat, betekent dat isolatie, sociale afstand en lockdown. Steeds meer en steeds langer, om het virus te doen uitsterven. Met de grenzen dicht, om elke nieuwe virale invoer uit te sluiten. Dat zijn middeleeuwse maatregelen. Preventie kan ook technologisch: massale tests, screening, apps die de beweging en de biologische data van mensen registreren, industriële reiniging van publieke ruimtes en gebouwen. Daarin loopt België fors achter op landen als China, Duitsland, Singapore en Zuid-Korea.

Daarnaast is er de medische urgentie. In de komende weken en misschien zelfs maanden dreigt onze gezondheidszorg overspoeld te worden met coronapatiënten. De geluiden uit de sector blijven alarmerend. Onze artsen en verpleegkundigen zetten hun leven in. Ze missen afdoend materiaal en afdoende capaciteit. Leveringen van maskers door bedrijven en uit China zijn hoopgevend, maar onvoldoende omdat het virus speciale bescherming vergt. Dat moet onmiddellijke aandacht en steun krijgen.

In een oorlog is het moreel van de troepen en van de bevolking doorslaggevend. Daarvoor is leiderschap cruciaal. Duidelijke en consistente communicatie. Moed, hoop en professionalisme. Ook daarin vorderen België en andere landen. Het coronavirus is het virus van het populisme aan het bezweren. De ernst is terug. Het democratische patriottisme, de gemeenschappelijke verbondenheid en verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, is terug. Dat is de grote politieke kans van de pandemie.

Allemaal samen erdoor of allemaal samen ten onder.

Als de politici het goed aanpakken, kunnen ze dankzij de coronacrisis het tij van de populistische polarisatie keren. België heeft alweer, zoals zo vaak in tijden van crisis, gegrepen naar volmachten. Maar wat nodig is, is de complete mobilisatie van ons bestuursapparaat. Een volwaardige regering, met een meerderheid gedragen door de bestuurspartijen. Centrale aansturing in een nationaal kabinet dat alle regio's betrekt. Een actieve ambtenarij, waar expertise voorradig is. Gedreven sociale partners, die eindelijk kunnen stoppen met vragen en samen kunnen geven. Ondersteunende wetenschap, die het beleid bij ons vooral ad hoc en niet structureel dient.

Na de gezondheidscrisis zal de economische crisis het vuur zijn waarin de wereld na het coronavirus wordt gesmeed. Unieke maatregelen voor inkomensbescherming en economisch herstel zijn afgekondigd. Ze zijn hard nodig, maar ze zullen geen mokerslag vermijden. Onze welvaart gaat het vriesvak in om onze gezondheid te redden. We kunnen een depressie, maar geen recessie ontwijken.

Het overheidsbeleid moet focussen op de grootste behoeften. Het moet ook alle economische spelers meetrekken. De centrale banken zijn in actie geschoten. De commerciële banken moeten de registers van de steun opentrekken. De grote bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun personeel, samen met hun vakbonden. Allemaal met de ruggensteun van de overheid. Allemaal samen erdoor, of allemaal samen ten onder.

Dat wordt uiteindelijk ook Europees en internationaal de boodschap. De G20 krijgt opnieuw de kans om de wereld te verenigen in een noodplan. Ook daarin zullen medische preventie en behandeling prioritair zijn. Het is nog ieder land voor zich, zelfs in Europa. De pandemie is wereldwijd. Niemand wordt echt veilig zolang niet iedereen veilig is. Als de wereld goed samenwerkt, kan de wereldeconomie een v-curve maken. Eerst een diepe duik en daarna een steile klim.

Het is mogelijk. Het is zelfs waarschijnlijk wanneer een vaccin volgt. Daarvoor wordt alvast wel wereldwijd samengewerkt, dag en nacht, zelfs met goede vooruitzichten. Blijven geloven, allemaal samen.

In minder dan een maand is België, net zoals veel andere westerse landen, van ontkenning naar paniek en mobilisatie gegaan. We zijn in staat van oorlog met een virus. Hoe moet het verder, nu we angstvallig vooruitkijken naar golven en pieken van besmettingen?De eerste prioriteit blijft preventie. Zolang er geen behandeling bestaat, betekent dat isolatie, sociale afstand en lockdown. Steeds meer en steeds langer, om het virus te doen uitsterven. Met de grenzen dicht, om elke nieuwe virale invoer uit te sluiten. Dat zijn middeleeuwse maatregelen. Preventie kan ook technologisch: massale tests, screening, apps die de beweging en de biologische data van mensen registreren, industriële reiniging van publieke ruimtes en gebouwen. Daarin loopt België fors achter op landen als China, Duitsland, Singapore en Zuid-Korea. Daarnaast is er de medische urgentie. In de komende weken en misschien zelfs maanden dreigt onze gezondheidszorg overspoeld te worden met coronapatiënten. De geluiden uit de sector blijven alarmerend. Onze artsen en verpleegkundigen zetten hun leven in. Ze missen afdoend materiaal en afdoende capaciteit. Leveringen van maskers door bedrijven en uit China zijn hoopgevend, maar onvoldoende omdat het virus speciale bescherming vergt. Dat moet onmiddellijke aandacht en steun krijgen.In een oorlog is het moreel van de troepen en van de bevolking doorslaggevend. Daarvoor is leiderschap cruciaal. Duidelijke en consistente communicatie. Moed, hoop en professionalisme. Ook daarin vorderen België en andere landen. Het coronavirus is het virus van het populisme aan het bezweren. De ernst is terug. Het democratische patriottisme, de gemeenschappelijke verbondenheid en verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, is terug. Dat is de grote politieke kans van de pandemie. Als de politici het goed aanpakken, kunnen ze dankzij de coronacrisis het tij van de populistische polarisatie keren. België heeft alweer, zoals zo vaak in tijden van crisis, gegrepen naar volmachten. Maar wat nodig is, is de complete mobilisatie van ons bestuursapparaat. Een volwaardige regering, met een meerderheid gedragen door de bestuurspartijen. Centrale aansturing in een nationaal kabinet dat alle regio's betrekt. Een actieve ambtenarij, waar expertise voorradig is. Gedreven sociale partners, die eindelijk kunnen stoppen met vragen en samen kunnen geven. Ondersteunende wetenschap, die het beleid bij ons vooral ad hoc en niet structureel dient.Na de gezondheidscrisis zal de economische crisis het vuur zijn waarin de wereld na het coronavirus wordt gesmeed. Unieke maatregelen voor inkomensbescherming en economisch herstel zijn afgekondigd. Ze zijn hard nodig, maar ze zullen geen mokerslag vermijden. Onze welvaart gaat het vriesvak in om onze gezondheid te redden. We kunnen een depressie, maar geen recessie ontwijken. Het overheidsbeleid moet focussen op de grootste behoeften. Het moet ook alle economische spelers meetrekken. De centrale banken zijn in actie geschoten. De commerciële banken moeten de registers van de steun opentrekken. De grote bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun personeel, samen met hun vakbonden. Allemaal met de ruggensteun van de overheid. Allemaal samen erdoor, of allemaal samen ten onder.Dat wordt uiteindelijk ook Europees en internationaal de boodschap. De G20 krijgt opnieuw de kans om de wereld te verenigen in een noodplan. Ook daarin zullen medische preventie en behandeling prioritair zijn. Het is nog ieder land voor zich, zelfs in Europa. De pandemie is wereldwijd. Niemand wordt echt veilig zolang niet iedereen veilig is. Als de wereld goed samenwerkt, kan de wereldeconomie een v-curve maken. Eerst een diepe duik en daarna een steile klim. Het is mogelijk. Het is zelfs waarschijnlijk wanneer een vaccin volgt. Daarvoor wordt alvast wel wereldwijd samengewerkt, dag en nacht, zelfs met goede vooruitzichten. Blijven geloven, allemaal samen.