Het jongste boek van de Amerikaanse aardwetenschapper en bioloog Andrew H. Knoll, een biografie van de 4,5 miljard oude aarde in acht behapbare hoofdstukken, staat barstensvol weetjes over dieren en planten die al miljoenen jaren geleden zijn verdwenen. "Ik word er persoonlijk een beetje opgewonden van dat er 500 miljoen jaar geleden trilobieten hebben geleefd op aarde", grapt professor Knoll vanuit zijn kantoortje aan Harvard University in Cambridge, Massachusetts. "Die weetjes zijn leuk, maar het is veel belangrijker te begrijpen hoe de aarde, en daarna het leven op aarde, fysisch en biologisch tot stand is gekomen. Alleen zo kun je ons moment in de tijd begrijpen - een moment waarop de aarde aan het veranderen is met een ongebruikelijke snelheid. Zulke veranderingen gingen in de geschiedenis altijd gepaard met massa-extinctie en andere rampen. Het leven zoals het nu is, heeft er meer dan 4 miljard jaar over gedaan om zich te ontwikkelen. Wij hebben vanuit een moreel standpunt de plicht om zorg te dragen voor die erfenis."
...

Het jongste boek van de Amerikaanse aardwetenschapper en bioloog Andrew H. Knoll, een biografie van de 4,5 miljard oude aarde in acht behapbare hoofdstukken, staat barstensvol weetjes over dieren en planten die al miljoenen jaren geleden zijn verdwenen. "Ik word er persoonlijk een beetje opgewonden van dat er 500 miljoen jaar geleden trilobieten hebben geleefd op aarde", grapt professor Knoll vanuit zijn kantoortje aan Harvard University in Cambridge, Massachusetts. "Die weetjes zijn leuk, maar het is veel belangrijker te begrijpen hoe de aarde, en daarna het leven op aarde, fysisch en biologisch tot stand is gekomen. Alleen zo kun je ons moment in de tijd begrijpen - een moment waarop de aarde aan het veranderen is met een ongebruikelijke snelheid. Zulke veranderingen gingen in de geschiedenis altijd gepaard met massa-extinctie en andere rampen. Het leven zoals het nu is, heeft er meer dan 4 miljard jaar over gedaan om zich te ontwikkelen. Wij hebben vanuit een moreel standpunt de plicht om zorg te dragen voor die erfenis." ANDREW KNOLL. "Ik zou zeker blij zijn als mensen na het lezen van het boek opnieuw gaan nadenken over hun relatie tot de aarde. De aarde maakt ons leven mogelijk. Veel te weinig mensen schijnen dat te beseffen. Een van de dingen die me in de discussie over de klimaatontwrichting het meest heeft verrast - en het meest heeft ontgoocheld - is de grote, wijdverbreide onverschilligheid. Ik denk dat dat gedeeltelijk komt door onwetendheid. We leren op de middelbare school wel iets over fysica en biologie, maar we hebben te weinig basiskennis over de aarde zelf. Zelfs goed geïnformeerde mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat de mens door zijn acties veranderingen kan teweegbrengen op aarde. Maar ik blijf eraan herinneren dat mensen nu jaarlijks evenveel koolstofdioxide uitstoten als zou vrijkomen wanneer alle vulkanen op aarde op hetzelfde moment tot uitbarsting komen. En het duurt een tijdje voor je dat hebt verwerkt. Vergeet niet dat vulkaanuitbarstingen verantwoordelijk waren voor eerdere massa-extincties." KNOLL. "Dat is zeker een interessant punt. De technologische mensheid is hier zelfs nog veel korter. Het leven van een Romeinse burger in 700 voor Christus verschilde niet zoveel van dat van iemand die leefde in de tijd van Karel de Grote, 1500 jaar later. Maar jouw leven ziet er al helemaal anders uit dan dat van je overgrootouders. Ook ik ben natuurlijk blij dat de pokken en andere ziektes zijn uitgeroeid, en ik vind het fijn dat ik het vliegtuig kan nemen als ik morgen met jou in Brussel zou willen dineren. Maar we zijn de slachtoffers van ons succes. De groeiende wereldbevolking en vooral de toename van het energieverbruik, waardoor we veel meer CO2 uitstoten, dwingen ons nu een deel van onze technologie aan te passen." KNOLL. "Er zijn heel goede cijfers over de ongelijke ecologische voetafdruk van landen. In grote delen van de wereld - vooral in Afrika, maar ook in Azië - is de individuele voetafdruk vrij klein. Die is vooral groot in Noord-Amerika, Europa en het Midden-Oosten. Het is duidelijk dat de meeste mensen in landen met een kleine ecologische voetafdruk streven naar een levensstandaard die hun voetafdruk onvermijdelijk zal vergroten. Het is nogal aanmatigend dan vanuit de Verenigde Staten of België te zeggen: nee, blijf jij maar leven zoals in de achttiende eeuw, want wij willen niet dat onze omgeving nog meer verandert. Ik denk dat we met die mensen moeten samenwerken, zodat iedereen een hogere levensstandaard kan bereiken op een manier die zo weinig mogelijk impact heeft op de aarde." KNOLL. "Dat zal hard werken zijn, maar ik denk dat het mogelijk is, zonder al te veel aan comfort in te boeten. Ik weet dat ik in mijn huis tegen een redelijk matige prijs dezelfde verwarming en afkoeling kan hebben voor minder dan de helft van de CO2-uitstoot van nu. Ik kan mijn dieet aanpassen: de productie van een kilo rundvlees veroorzaakt veel meer uitstoot dan de productie van een kilo eieren of granen. En ik kan kiezen voor lokale producenten, zodat wat ik eet niet meer over de hele planeet wordt vervoerd." KNOLL. "Zeker niet, maar het zijn wel dingen die je zelf kunt doen. Daarnaast zal technologie nodig zijn die veel verder gaat dan het individuele. Er zijn nu pilootprojecten om koolstofdioxide te onttrekken aan de atmosfeer en op te slaan. Maar dat is nog minimaal en heel duur. Het andere waar vaak over wordt gesproken, is geo-engineering met technieken om het zonlicht te weerkaatsen, maar het is niet duidelijk wat de neveneffecten daarvan zijn. En het grote probleem is dat het niets verandert aan de CO2-uitstoot. Dus we hebben een combinatie nodig van nu nog onvolmaakte technieken en een aanpassing van ons gedrag. En als burger kun je ook slim stemmen. Er zijn in onze beide landen mensen aan het roer die graag verandering zouden teweegbrengen, en er zijn mensen die daarin niet zo geïnteresseerd zijn. Uiteindelijk kunnen wij als kiezers beslissen wie het beleid zal bepalen." KNOLL. "De industrie en de wetenschap zullen doen wat ze moeten doen, maar zonder steun en hulp en richting van de politiek zal er niet veel veranderen. Wetenschap is gewoon een manier om dingen te weten. Die pure kennis zorgt niet voor meer actie. Daarom is het nodig dat de politiek ingrijpt. Hetzelfde geldt voor de industrie. Zeker voor de fossiele industrie, die een groot deel van het probleem blijft, is nieuwe reglementering nodig. Denemarken is altijd een leider geweest in het engageren van zijn inwoners om te denken aan een andere toekomst. Dat is goed. Maar ik zou wel een grotere rol voorschrijven voor de overheid, om regels te bepalen en mensen te steunen. Ik ben heel sceptisch over de mening dat de overheid geen prominente rol heeft te spelen in dit dossier." KNOLL. "Ik weet niet goed wat de meest effectieve strategie is, maar ik sta zeker aan de kant van de jongeren die zeggen dat we veel meer moeten doen. Ze hebben volkomen gelijk. Tegen de tijd dat ik overlijd, zal de wereld er wellicht nog wel uitzien zoals vandaag, maar tegen de tijd dat Greta Thunberg overlijdt, zal de wereld helemaal veranderd zijn. En niet op een wenselijke manier. Dus ik juich al die jonge mensen die schreeuwen om grote veranderingen toe." KNOLL. "Ik weet niet of ik die vraag goed kan beantwoorden, maar ik krijg wel het gevoel dat veel regeringen de klimaatopwarming nu ernstiger nemen dan voorheen. Er zijn engagementen van landen als China en Duitsland, en in mijn eigen land is er gelukkig een president die, anders dan de vorige, de klimaatopwarming wel ernstig neemt. Ook vanwege de druk van de publieke opinie heb ik de indruk dat regeringen meer geneigd zijn tot actie, en er wordt nu op zijn minst serieus nagedacht over wat we als internationale gemeenschap kunnen doen om de aarde te redden." KNOLL. "Dat is zeker een goede suggestie. Je zou ook kunnen kijken hoe we grootste projecten, zoals de opvang van CO2, gezamenlijk kunnen financieren. Daarnaast denk ik dat er een mechanisme moet komen waarbij de landen van de wereld elkaar kunnen bestraffen. Als de Verenigde Staten zich niet aan hun beloftes houden, zou er een mogelijkheid moeten zijn om die beloofde maatregelen toch af te dwingen. Als zo'n mechanisme er niet is, knaagt dat aan de efficiëntie van de internationale samenwerking. Maar anderzijds is het goed dat er conferenties zoals die in Glasgow worden georganiseerd, want zonder zou het nog veel erger zijn." KNOLL. "Zoals veel van mijn vrienden en collega's ben ik de ene dag optimistisch en de andere dag toch weer pessimistisch. Ik heb een positief gevoel bij sommige technologische ontwikkelingen, ik vind het positief dat veel jongeren op de barricades staan, en ik heb wat optimisme overgehouden aan enkele inspanningen om delen van onze natuur beter te beschermen en de exploitatie te verminderen. Er worden overal positieve initiatieven genomen. Maar die hebben een kleine impact, en het probleem is heel groot. Maar pessimisme eindigt altijd in een nederlaag, want dan doe je niets. Ik hoop dat veel jonge mensen optimistisch blijven, maar ook heel actief." KNOLL. "Er zit wel waarheid in het feit dat als je op de hoogte bent van het worstcasescenario, je brein anders gaat reageren. Maar ik heb ook gemerkt dat veel biologen die tien jaar geleden alleen maar doemberichten verspreidden, daarmee gestopt zijn. Omdat mensen concludeerden dat de teerling was geworpen. Waarom zou je je nog druk maken, als de planeet toch al om zeep is? Waarom zou ik mijn biefstuk of hamburger dan opgeven? Ik denk dat het goed is als mensen begrijpen wat er op hen afkomt, maar tegelijk het optimisme behouden dat als we ons leven aanpassen, we in staat zijn het slechtste te voorkomen. De mens is de oorzaak van de klimaatopwarming, maar de mens heeft ook de capaciteit om de oplossing te zijn. Als ik al enig optimisme heb voor de toekomst, dan ligt die daar."