Aangezien het klassieke brugpensioen de voorbije jaren steeds duurder en minder aantrekkelijk is geworden, kiezen bedrijven steeds meer voor het alternatief van het zogenaamde brugpensioen 2.0. Vooral in de bancaire sector is dat populair. 55-plussers met voldoende anciënniteit mogen thuis blijven en worden doorbetaald tegen 50 tot 80 procent van hun loon. Ze worden dus niet ontslagen. Onder andere ING biedt die piste aan in het kader van haar grote herstructurering van vorig jaar: 1500 werknemers ouder dan 55 jaar en met een anciënniteit van meer dan tien jaar zouden er gebruik van kunnen maken.

Voor federaal minister van Werk Kris Peeters (CD&V) geven de bedrijven daarmee een verkeerd signaal: "De regering is van mening dat het ongepast is oudere werknemers aan de kant te zetten, terwijl we van alle werknemers net verwachten dat ze langer werken. Het getuigt ook van weinig respect voor de ervaring en de talenten van die werknemers." De regering is als reactie van plan om een boete of activeringspremie van 10 tot 20 procent op het brutoloon van de 'geparkeerde' werknemers te heffen.

Een goede maatregel. 55-plussers betaald thuis laten is niet goed te praten. De indruk wordt gewekt dat een hele groep werknemers aan de kant mag worden geschoven en niet langer welkom is op de arbeidsmarkt. Nu de arbeidsmarkt op volle toeren draait, zijn alle werkkrachten nochtans bruikbaar, ook 55-plussers. De werkzaamheidsgraad van de 55-plussers is de voorbije jaren wel toegenomen in België - van 32 naar 45,4 procent - maar blijft nog onder de doelstelling voor 2020: 50 procent van de 55-plussers aan de slag.

De reactie van Erik Van Den Eynden, de CEO van ING België, op de plannen van de regering is bedroevend: "De alternatieven waren een brugpensioen of een collectief ontslag. In het eerste scenario moet de maatschappij voor de kosten opdraaien, en een collectief ontslag wilden we vermijden."

55-plussers betaald thuis laten valt niet goed te praten

De bank zelf draagt hier een grote verantwoordelijkheid. Bancaire instellingen verschuilen zich achter het argument dat het hier om administratief personeel gaat dat niet gemakkelijk te herplaatsen is omdat het niet meer over de juiste competenties beschikt. Waarom dan enkel 55-plussers betaald thuis laten? Zijn dat de enige werknemers die niet meer over de juiste competenties beschikken?

Maar de belangrijkste vraag is wellicht de volgende: waarom hebben die bedrijven de voorbije jaren niet geïnvesteerd in hun werkkrachten? Waarom werden die mensen niet opgeleid? Het kan niet anders of het personeelsbeleid in die bedrijven moet ondermaats zijn geweest. En dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de werkgevers maar ook van de vakbonden. Bij cao-onderhandelingen moet blijkbaar weinig aandacht zijn besteed aan het gebruik van budgetten voor opleiding. Het sociaal statuut van de werknemers in de banksector behoort wat betreft loon en vakantiedagen tot het meest royale in de privésector. Iedereen was blij met het sociaal akkoord: door het budget aan te wenden voor loonstijgingen was iedereen gelukkig. De werknemers kregen een interessant salaris, voor de werkgevers was de sociale vrede gegarandeerd. Van een personeelsbeleid met een langetermijnvisie was geen sprake. Dat wreekt zich nu.