Wie spreekt of schrijft over het migratieprobleem vervalt snel in clichés of boude stellingen. Wie men klassiek 'rechts' noemt, vindt dat we overspoeld worden door migranten die onze cultuur en identiteit op de helling plaatsen. Wie men klassiek 'links' noemt, vindt dan weer dat multiculturaliteit een bron is van geluk. Beide houdingen zijn vaak voer voor oneliners waarmee men misschien wel verkiezingen wint, maar die niet leiden tot duurzame oplossingen. Een compromis vinden tussen beide benaderingen lijkt dan ook vaak op het verzoenen van water en vuur.

Het probleem is dat migratie vaak wordt beschouwd als eenheidsworst, dat economische migratie en politiek vluchtelingen over dezelfde kam worden geschoren. Laten we het probleem even benaderen vanuit een economisch-pragmatische en niet-dogmatische invalshoek.

Migranten zijn mensen die om een of andere reden besluiten hun land te verlaten en zich, al of niet tijdelijk, in een ander land te vestigen. In België verschilt het aantal migranten - ik heb het altijd over migranten van buiten de Europese Unie - niet significant met dat in de andere Europese landen. De jongste jaren was er jaarlijks ongeveer één migrant voor elke duizend inwoners. Dat is vergelijkbaar met landen als Nederland, Duitsland en Spanje.

Er is wel een significant verschil in het type migranten dat naar ons land komt. Er zijn grosso modo vier redenen waarom iemand zijn of haar land verlaat: als politiek vluchteling, voor familiehereniging, voor studies en voor werk. België trekt hoofdzakelijk migranten uit de eerste twee categorieën aan. Van alle migranten die tussen 2008 en 2016 naar België kwamen, deed 78 procent dat om een van de eerste twee redenen. Het gemiddelde in de EU is 45 procent, blijkt uit cijfers uit 2018 van de Hoge Raad voor de Arbeid.

Bekijk migratie eens door een economische bril.

Dat zegt natuurlijk meer over België dan over de migranten. Het Belgische systeem maakt van ons land een migratie-oord bij uitstek voor wie op de vlucht is of familie opzoekt, maar niet voor wie wil studeren of werken. Dat vertaalt zich in de werkloosheidscijfers. In België is de werkgelegenheidsgraad (mensen tussen 20 en 65 jaar die aan het werk zijn) bij de migranten het laagst van alle Europese lidstaten. Slechts 53 procent van de naar België afgezakte migranten is aan het werk, zag Eurostat in 2019. Zo'n lage werkgelegenheidsgraad is financieel en sociologisch onaanvaardbaar.

Eveneens onaanvaardbaar is dat het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van de autochtonen (de Belgen) en de allochtonen (de migranten) zo groot is. Gemiddeld is 73 procent van de Belgen tussen 20 en 65 jaar aan het werk, tegenover 53 procent van de migranten in België. Met die kloof van 20 procentpunt is ons land de op een na slechtste leerling van de Europese klas, na Zweden (86,5% tegenover 66%). Gemiddeld werkt 74 procent van de Europeanen, tegenover 64 procent van de migranten. In heel wat Europese landen (bijvoorbeeld Italië, Portugal en Polen) is er geen enkel verschil tussen die werkgelegenheidspercentages.

De vraag is dus niet of migranten een gevaar zijn voor onze identiteit of eerder een culturele verrijking, maar waarom zo weinig immigranten in België aan het werk zijn. In de plaats van te discussiëren of de poorten nu open of dicht moeten zijn, zouden we ernaar moeten streven de werkgelegenheidsgraad van de reeds aanwezige migranten op te trekken tot die even hoog is als die van de Belgen. Strikte controle, een selectieve toegang tot het Belgisch socialezekerheidsstelsel - na bewezen werkervaring - en een activerings- en begeleidingsbeleid die naam waardig, moeten ervoor zorgen dat die doelstelling aan het einde van deze legislatuur is bereikt. Dat zou een positieve impact hebben op het budget, werkgevers toelaten de broodnodige arbeidskrachten te vinden en de migranten een duurzame oplossing aanbieden om hun leven in handen te nemen. Wie kan daar tegen zijn?

En wat de nieuwe migranten betreft, moet ons migratiebeleid meer gericht zijn op economische migratie (studenten en werk), net zoals dat in de meeste andere landen van de Europese Unie het geval is.