Aan de ingang van de Ark van Noach, wacht Tinus, de oppasser, mij met een grote glimlach op.
...

Aan de ingang van de Ark van Noach, wacht Tinus, de oppasser, mij met een grote glimlach op. "Suzy woont aan het andere eind van onze zoo", zegt hij. "Volg mij." Zou Suzy lachen? Huilen? Een lichaamsgeur hebben? vraag ik mij af. We wandelen voorbij de kooi van de sabeltandtijger. "Dit is de eerste soort die weer tot leven gewekt is", zegt Tinus, "op basis van een fossiel uit een oude teerput." De sabeltandtijger gromt vervaarlijk als we voorbij stappen. Hij lijkt op een leeuw, maar heeft twee sikkelvormige slagtanden. "Als hij in de hals bijt, doorboort hij meteen ook de luchtpijp", weet Tinus, terwijl hij met een vinger in zijn strottenhoofd duwt. In de verte ontwaar ik een grote olifant. Maar als we dichterbij komen, staart mij een harig dier met gigantische slagtanden aan. "Dit is onze topper, de mammoet", lacht Tinus. "Van overal komen mensen naar hier om hem te zien. Mammoeten zijn nochtans makkelijk te reconstrueren. Ze zijn nog maar 4000 jaar uitgestorven. Hun DNA ligt voor het oprapen in de bevroren toendra." "En dan? Wat doe je als je mammoet-DNA hebt?" vraag ik. "Simpel... Een eicel bevruchten en inplanten in de baarmoeder van een olifant. Zij is de draagmoeder." Ik knik half begrijpend. "Wat is de volgende stap?" vraag ik. "Dinosaurussen? Een Jurassic Park?" "Nee, dat lukt nooit", zegt Tinus. "De dino's zijn 60 miljoen jaar geleden uitgestorven. Die fossielen zijn te oud. Dinosaurus-DNA kan je niet reconstrueren. Wie een tyrannosaurus rex wil zien, moet naar de cinema." We stappen voort, voorbij een kooi vol kakelende dodo's, een weide met oerossen en een stal met witte neushoorns. Hier stopt Tinus. "De witte neushoorn is niet zo lang geleden uitgestorven", zegt hij. "Toen ze nog leefden is er een genetische reserve aangelegd. En kijk, ze zijn weer helemaal terug." Dan komen we aan. Ik tril op mijn benen. Op het koperen plaatje voor het hek staat: 'De neanderthaler, dichtste verwant van de mens. 30.000 jaar geleden uitgestorven.' Het voelt aan alsof Suzy een oude zus is die ik na jaren terug zal zien. Achter de omheining zie ik een grot. "Suzy!", roept Tinus. "Suuuzy!" Er gebeurt niets. "Weet je waar ze dol op is? Tinus neemt een stuk chocolade uit zijn zak. "Let op. Suzy ruikt extreem goed", zegt hij. Meteen verschijnt haar hoofd uit de grot. Ze heeft mooi glimmend haar. Ze snuift met haar grote neus. Als ze in volle licht staat valt me op hoe sterk ze op ons, mensen, lijkt. Behalve dan haar opvallend korte benen en haar grote wenkbrauwen. "Grappig dat ze een rokje en een T-shirt draagt", zeg ik. "In het begin kleedden we haar met dierenhuiden", zegt Tinus, "maar Suzy is fier. Ze houdt van mensenkleren." Suzy komt dichterbij. Tinus geeft haar het stuk chocolade en trekt snel zijn hand terug. Suzy schrokt het naar binnen. "Toen ze hier net was, gaven we haar een zorgvuldig samengesteld oerdieet", zegt Tinus, "maar ze lust het niet. Ze eet liever spaghetti." "Hallo Suzy", zeg ik zacht om haar aandacht te trekken. Meteen kijkt ze mij aan. Ze zwaait haar haren over haar schouder, komt vlak voor mij staan en knippert verleidelijk met haar ogen. "We zijn gisteren met Suzy naar de kapper geweest. Mooi hé", fluistert Tinus. "We moesten haar wel vastbinden, ze wou niet blijven zitten." "Hallo Suzy, ik ben Hans", zeg ik. "Hhaaans", herhaalt ze giechelend. "Ze brabbelt iets wat op Nederlands lijkt", zegt Tinus. "Ze is zo slim. Ze pikt alles op wat we zeggen. Er zijn al antropologen op bezoek geweest. Ze wilden te weten komen hoe neanderthalers vroeger leefden. Welke taal ze spraken, of ze vuur konden maken, in God geloofden... Was me dat een flop. Suzy leeft vandaag. Ze kent het verleden niet." Beeldt u zich eens in dat ze niet waren uitgestorven, denk ik als ik naar de uitgang stap. Zouden de Romeinen ze hebben ingezet als een onoverwinnelijk leger? Zouden ze een eigen voetbalcompetitie hebben? Zou.... "Haaaans!" Een schreeuw van Suzy galmt over de zoo. Hartverscheurend. De sabeltandtijger spitst de oren. Ik slik. Want een eenzamer leven bestaat niet, dan wanneer de band met je voorouders tienduizenden jaren geleden is doorgeknipt.