Het recentste jaarverslag van de Nationale Bank besteedt veel aandacht aan de zogenoemde zombiebedrijven. Ze definieert die, net zoals de OESO, als ondernemingen die meer dan tien jaar bestaan en waarvan de financiële kosten al drie jaar hoger zijn dan de bedrijfswinst. "Het zijn heel dikwijls ook wat grotere bedrijven, met een actief van 2 à 3 miljoen euro en een tiental werknemers", zegt Philippe Lambrecht, de secretaris-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). "De directie rekt de doodsstrijd van het bedrijf omdat ze hoopt te kunnen overleven, maar uiteindelijk gaat de onderneming toch failliet."
...

Het recentste jaarverslag van de Nationale Bank besteedt veel aandacht aan de zogenoemde zombiebedrijven. Ze definieert die, net zoals de OESO, als ondernemingen die meer dan tien jaar bestaan en waarvan de financiële kosten al drie jaar hoger zijn dan de bedrijfswinst. "Het zijn heel dikwijls ook wat grotere bedrijven, met een actief van 2 à 3 miljoen euro en een tiental werknemers", zegt Philippe Lambrecht, de secretaris-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). "De directie rekt de doodsstrijd van het bedrijf omdat ze hoopt te kunnen overleven, maar uiteindelijk gaat de onderneming toch failliet." Sinds mei geldt een verhoogde aansprakelijk bij de voortzetting van een insolvabele handel - wrongful trading in het jargon. "Bestuurders die het leven van hun verlieslatende vennootschap te lang rekken zonder enig redelijk vooruitzicht op verbetering, lopen voortaan meer risico op te draaien voor de schulden van de vennootschap", waarschuwt Stan Brijs, vennoot van het advocatenkantoor NautaDutilh. "Een snelle vereffening is het betere alternatief. Die aansprakelijkheid is een correctie op het principe dat het vermogen van de vennootschap en de bestuurders van elkaar gescheiden zijn. Het moet bestuurders ertoe aanzetten sneller te vereffenen, de boeken neer te leggen of te herstructureren - bijvoorbeeld via een gerechtelijke reorganisatie." Paul Becue, de auteur van Falen. Een les op weg naar succes! schreef, is blij met die verscherpte aandacht: "Zombiebedrijven moeten sneller uit het economische circuit worden gehaald. Wie ze kunstmatig in leven houdt, wordt strenger bestraft. De keerzijde van de medaille is dat correcte ondernemers die failliet gemakkelijker een tweede hans krijgen" (zie kader Een tweede kans). Waarom treedt een bankier niet sneller op tegen insolvabele klanten? "De banken deden lang alsof er geen probleem was bij zombiebedrijven, en verlengden de uitstaande leningen om afschrijvingen te vermijden", zegt Koen De Leus, de hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. "Dat konden ze zich veroorloven omdat het geld in de eurozone zo goedkoop is. Maar liefst 15 procent van de kapitaalinvesteringen in ons land vloeit naar zombiebedrijven. Gezonde bedrijven kunnen dat geld veel efficiënter investeren in innovatieve projecten." De OESO-studie The Walking Dead stelt dat gezonde bedrijven in België in 2013 2 procent meer hadden kunnen besteden, als het kapitaal van de zombies sinds 2007 niet was gestegen. In die periode steeg het aandeel van de zombiebedrijven in ons land van 6 naar 9 procent. De Leus: "Gelukkig keerde de trend de voorbije jaren, omdat de Belgische banken hun balansen opkuisen." Zombiebedrijven infecteren ook hun sectorgenoten. De Leus: "Ze belemmeren de groei van gezonde bedrijven. Hun ongezonde concurrentie drukt op de marges van hun sectorgenoten en creëert een algemene loonsverhoging. Ze verstoren de markt. Een betere opsporing en sanering van dat soort bedrijven, zoals ook de OESO vraagt, is nuttig voor de economie." De Nationale Bank pleit voor soepele vereffeningsprocedures, omdat de huidige regels "de ontwikkeling van nieuwe projecten ontmoedigen, zeker als het gaat om sterk innoverende projecten met onzekere afloop". Sinds een jaar gelden in ons land nieuwe regels voor de gedwongen vereffening van ondernemingen, die aan die vraag tegemoetkomen. Als een onderneming een jaar geen jaarrekening neerlegt, kan ze voortaan worden vereffend op verzoek van de rechtbank van koophandel, die volgens een wetsontwerp binnenkort ondernemingskamer zal heten. Vroeger gebeurde dat pas na drie boekjaren op rij. In 2015 was een kwart van de 117.000 vennootschappen in dat geval. De vereffeningsprocedure kan nu ook gebeuren op verzoek van de kamer voor ondernemingen in moeilijkheden, zoals de kamer van handelsonderzoek sinds kort heet, naast het openbaar ministerie of een belanghebbende zoals een schuldeiser. "Dat gebeurde echter zelden, omdat het erg lang duurt", zegt Becue. De door beroeps- en lekenrechters bemande kamer krijgt meer bevoegdheden om ondernemingen in moeilijkheden op te sporen en te vereffenen. Dat gebeurt ook als ze 'knipperlichten' opmerkt, zoals wanbetaling aan de sociale zekerheid of de fiscus. Als een bestuurder van een onderneming twee keer niet komt opdagen om uitleg te geven over de financiële toestand van zijn bedrijf, kan de ontbinding worden gevraagd. Lambrecht: "De rechtbank krijgt een veel grotere rol", zegt Philippe Lambrecht. "Bovendien wordt het terrein uitgebreid. Alle ondernemingen vallen voortaan onder het toezicht van de rechtbank, ook de vrije beroepen, stichtingen en verenigingen." De Nationale Bank verwijst in haar jaarverslag naar een studie van de OESO, waaruit blijkt dat een vereffening in België erg duur is. Ook dat zal veranderen. Het ontwerp voor het nieuwe vennootschapsrecht, dat nog moet worden aangenomen door het parlement, maakt meer vrijwillige 'eendagsvereffeningen' via de notaris mogelijk. In dat geval worden alle schulden vereffend en komt de rechtbank niet tussenbeide. Voortaan kunnen zulke vereffeningen ook als er nog schulden zijn, maar de schuldeisers akkoord gaan met de operatie. "Het gaat meestal om zustervennootschappen of leveranciers, die weten dat ze toch betaald worden door de groep", zegt Sophie Jacmain, vennoot bij het advocatenkantoor NautaDutilh. "Dat bespaart de onderneming heel wat voorbereidend werk, en dus geld." Voor een deficitaire onderneming kan nog altijd een gewone vereffening worden toegepast. Die wordt door de rechter getoetst. "De bestuurders draaien bij een deficitaire vereffening normaal niet op voor de schulden van de vennootschap", zegt Stan Brijs van NautaDutilh. "Door de verhoogde aansprakelijkheid moeten ze waakzaam zijn en die operatie zeker op tijd beginnen." Een directie kan ook beslissen een onderneming grondig te herstructureren onder gerechtelijk toezicht. Vroeger gebeurde dat onder de wet op de continuïteit van ondernemingen (WCO), nu heet dat een gerechtelijke reorganisatie. Een reorganisatieplan kan bepalen dat schulden slechts gedeeltelijk moeten worden betaald, als de meerderheid van de schuldeisers en de rechtbank akkoord gaan. Lambrecht: "De procedure staat echter onder druk. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de fiscus, de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) en andere schuldeisers bij zo'n herstructurering op gelijke voet zouden worden behandeld. Ondertussen stelt de overheid zich steeds meer als bevoorrechte schuldeiser op." Toen vorig jaar het insolventiewetboek van kracht werd, besloot het parlement dat de fiscus en de RSZ bevoorrechte schuldeisers zijn voor schulden na de opening van de procedure, als er toch een faillissement volgt. "Dat gebeurde onder druk van het kabinet-Financiën", duidt Brijs. "Het gevolg is dat leveranciers minder geneigd zijn zonder contante betaling te leveren aan een bedrijf in gerechtelijke reorganisatie. De extra bevoorrechte RSZ- en fiscale schulden maken dat er bij een faillissement minder overblijft voor de private schuldeisers. Dat dreigt heel wat reorganisaties te ondermijnen, zeker als er veel personeel is." Voor grotere ondernemingen in moeilijkheden biedt de gerechtelijke reorganisatie ook een uitweg om de personeelskosten te drukken. Sophie Jacmain: "De aandeelhouders van een bedrijf kunnen een nieuwe entiteit oprichten, die via een bieding de bedrijfsactiviteiten van het oude bedrijf in moeilijkheden probeert over te nemen. Dat gebeurt dan ook in het kader van een gerechtelijke reorganisatie. De nieuwe entiteit kan dan een deel van de werknemers overnemen, zonder het integrale sociaal passief. De handelsactiviteit kan doorstarten met lagere personeelskosten." De opzeggingspremie van de werknemers die niet overstappen, kan meestal niet worden betaald uit de opbrengst van het actief van het oude bedrijf. Dan draagt het Sluitingsfonds Ondernemingen bij. Onlangs vroeg het Antwerpse arbeidshof aan het Europees Hof van Justitie of een overdracht onder gerechtelijke reorganisatie wel strookt met een Europese richtlijn die de rechten van werknemers regelt bij een bedrijfsovername. Een Nederlands 'flitsfaillissement', een doorstart van de Estro Groep via een discreet gerechtelijk akkoord, werd vorig jaar veroordeeld door het Hof omdat de rechten van de werknemers niet waren gerespecteerd. Brijs: "Als gevolg van de prejudiciële vraag is er onzekerheid over de overdracht onder gerechtelijk gezag. Spijtig, zo konden de gezonde delen van een bedrijf worden gered. Voortploeteren naar een faillissement mag niet het alternatief worden."