Homéric de Sarthe heeft zeven jaar in China gewerkt als adviseur voor de groep Areva en voor Dragonfly. Hij heeft er ook Soscha App gelanceerd, een toepassing voor sociale media. Denis Jacquet is een ondernemer, de oprichter van de beweging Day One - "het digitale Davos" - en de voorzitter van Parrainer La Croissance, een Franse vereniging die kmo's bijstaat. Dit tweetal heeft enkele weken geleden een boek gepubliceerd met de provocerende titel Pourquoi votre prochain patron sera chinois (Waarom uw volgende baas een Chinees zal zijn).
...

Homéric de Sarthe heeft zeven jaar in China gewerkt als adviseur voor de groep Areva en voor Dragonfly. Hij heeft er ook Soscha App gelanceerd, een toepassing voor sociale media. Denis Jacquet is een ondernemer, de oprichter van de beweging Day One - "het digitale Davos" - en de voorzitter van Parrainer La Croissance, een Franse vereniging die kmo's bijstaat. Dit tweetal heeft enkele weken geleden een boek gepubliceerd met de provocerende titel Pourquoi votre prochain patron sera chinois (Waarom uw volgende baas een Chinees zal zijn). Die titel is een mooie weergave van de tijdsgeest. Er is nog nooit zo vaak gepraat over het ontwikkelingsbeleid van China, zijn ontzagwekkende groei, de snelheid waarmee de Chinese economie telecomreuzen en digitale giganten heeft kunnen voortbrengen zoals Huawei, ZTE, Tencent en Aliba, en het mogelijke gevaar van Chinese investeringen voor onze eigen economische ontwikkelingen. Maar we moeten de zaken in het juiste perspectief plaatsen. Vier vijfde van de 6300 miljard euro aan buitenlandse investeringen in de Europese Unie komt uit Amerika, Canada, Zwitserland, Noorwegen, Japan en Australië. China steekt de voorbije jaren wel serieus de neus aan het venster. Volgens cijfers van de Europese Unie is het aantal Europese bedrijven dat in handen is van China en zijn offshorelocaties Hongkong en Macau tussen 2007 en 2017 gestegen van 5000 naar 28.000. Chinezen controleren 10 procent van alle Europese bedrijven die in buitenlandse handen zijn. In België constateren we hetzelfde. Volgens de statistieken van Wallonia.be zijn Chinese investeerders goed voor 200 miljoen van de 1143 miljoen euro die vorig jaar in het Waalse Gewest is geïnvesteerd. Dat is bijna evenveel als de Verenigde Staten (260 miljoen euro). Hoewel de Verenigde Staten, Japan en Australië de traditionele investeerders in Europa zijn, heeft geen van die landen volgens Homéric de Sarthe de middelen van China. "De grote westerse bedrijven beschikken wel over aanzienlijke middelen. Maar ze handelen individueel, in tegenstelling tot de Chinese bedrijven, die allemaal een band met de Chinese staat hebben. Alle Chinese bedrijven volgen de koers die de Chinese staat heeft uitgezet. De staat beslist wat strategisch is en wat niet. China wordt gerund als een enorm bedrijf met 1,5 miljard werknemers." Dat is efficiënt, maar dat kan in onze contreien voor ongerustheid zorgen. Sommige Chinese strategieën zijn erop gericht strategische activa te verwerven in onder meer energie, infrastructuur en geavanceerde technologie. "We hebben een provocerende titel gekozen om de publieke opinie wakker te schudden", zegt Denis Jacquet. "We hebben de indruk dat de Europese beleidsmakers China pas twee jaar geleden hebben ontdekt, terwijl dat land zich al een hele tijd voorbereidt. En zijn doelstellingen zijn niet geheim, ze staan duidelijk in de vijfjarenplannen. Vandaar onze boodschap: Jullie worden wel wat laat wakker." Europa werd pas wakker toen de Chinese groep Midea in 2016 voor 4,5 miljard euro Kuka overnam, de Duitse kampioen in industriële robotica. Berlijn voerde toen een maatregel in die de overname van strategische activa aan banden moet leggen. En die maatregel werkt. Vorig jaar wou de Chinese groep Yantai Taihai zich Leifeld Metal Spinning toe-eigenen, een andere topper in Duitse robotica. De Duitse regering heeft daar een stokje voor gestoken. In 2016 kwam ook bij ons de ommekeer. State Grid, het grote Chinese stroomnetwerk, wou een participatie van 14 procent nemen in Eandis, de Vlaamse netbeheerder voor gas en elektriciteit. State Grid kreeg het deksel op de neus omdat politici op de hoogte waren gebracht door een nota van de Staatsveiligheid, die tot voorzichtigheid maande. Toch heeft China zijn pionnen uitgezet. Het heeft onder meer de haven van Piraeus en de luchthaven van Toulouse opgekocht. Het heeft ook een participatie van 24 procent genomen in de belangrijkste elektriciteitsproducent van Portugal. In ons land bezit de groep Cosco 85 procent van de containerterminal van Zeebrugge. Yinyi heeft de specialist in aandrijfsystemensystemen Punch Powertrain overgenomen. En China heeft in het wetenschapspark van Louvain-la-Neuve het China-Belgium Technology Center geïnstalleerd, de eerste Chinese incubator in Europa voor hightechbedrijven. In de financiële wereld herinneren we ons de verzekeraar Ping An, die aandelen van Fortis had gekocht. En de groep Anbang heeft Fidea en Nagelmackers overgenomen. Anbang, dat intussen in moeilijkheden verkeert, heeft Fidea onlangs doorverkocht aan La Bâloise. Wil China gewoon zijn buitenlandse handel ontwikkelen om de eigen economie te laten bloeien? Of wil het zijn politieke model aan anderen opleggen? "Veel mensen stellen zich die vraag. En het antwoord is een combinatie van beide", reageert Matt Ferchen, onderzoeker aan het Carnegie-Tsinghua Center for Global Policy, een onderzoeksplatform voor Chinese en westerse experts. "China wil geen communistisch wereldrijk vestigen. Zijn overnames in Europa, Afrika en Latijns-Amerika en zijn internationale optreden wijzen wel op een expansiestrategie." Het land wil zijn invloed uitbreiden, maar heeft geen veroveringsdrang. Die houding lijkt paradoxaal, maar heeft een historische verklaring. De gewelddaden van de westerse legers in de negentiende eeuw (de Opiumoorlogen, de verwoesting van het Zomerpaleis in Peking door de Fransen en de Britten, de opgelegde concessies) staan diep in het Chinese geheugen gegrift. "China wil niet opnieuw de fouten uit het verleden maken", legt De Sarthe uit. "Het bereidt zich voor, investeert, controleert en trekt buitenlands talent aan voor de ontwikkeling van zijn economie." Die investeringen zijn ook ingegeven door de verandering van het Chinese economische model. De economie van China loopt gevaar door de vergrijzing van zijn bevolking en de daling van de productiviteit per capita. Daarnaast zorgen de ontwikkeling van de middenklasse en de consumptiegewoonten ervoor dat de Chinese lopende rekening dit jaar waarschijnlijk in evenwicht zal raken en volgend jaar mogelijk een licht tekort zal hebben. En hoewel de deviezenreserves nog altijd kolossaal zijn, beginnen ze af te nemen. Om dat weer in evenwicht te krijgen, moet China in het buitenland investeren. Maar zijn middelen zijn niet onbeperkt. Het land investeerde twee tot drie jaar geleden recordbedragen, maar doet het nu wat rustiger aan. "De Chinezen consumeren veel", legt Homéric de Sarthe uit. "Ze hebben dus behoefte aan een veilige toevoer van buitenlandse grondstoffen, goederen en diensten. En om dat handelsverkeer in evenwicht te brengen, doet China aanzienlijke rechtstreekse investeringen in het buitenland." "Het probleem is niet dat die investeringen Chinees zijn", zegt Eric-André Martin, expert bij het Ifri, het Franse instituut voor internationale betrekkingen. "Het probleem is dat die investeringen in veel gevallen worden gedaan door bedrijven die veel overheidssteun krijgen. Geen enkel Europees bedrijf kan daar tegenop." China heeft een strategie ontwikkeld, China Manufacturing 2025, om zijn dominante positie in de technologische revolutie veilig te stellen. "Het gaat om de verdeling van de toegevoegde waarde in de producten en de waardeketens van de toekomst", zegt Martin. "Neem de auto-industrie, die voor Europa heel belangrijk is. De auto van de toekomst zal in veel gevallen zelfrijdend zijn en batterijen nodig hebben. De batterijen zullen hoofdzakelijk in China worden gemaakt, en de navigatiesystemen hoofdzakelijk in de VS. Als we niet opletten, wordt het grootste deel van de toegevoegde waarde van de auto's in het buitenland geproduceerd en houdt Europa alleen nog assemblagelijnen over." Peking mikt niet alleen op technologisch leiderschap, het heeft nog een andere strategie uitgedokterd om zijn invloed uit te breiden. Sommige mensen noemen die de debt trap diplomacy of de schuldenvaldiplomatie. "Die benaming komt van een Sri Lankaanse kwestie", vertelt Matt Ferchen. In 2007 besloot de Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa een haven te bouwen in Hambantota. Studies hadden nochtans aangetoond dat het project niet rendabel zou zijn. In 2010 opende China een kredietlijn ter waarde van 300 miljoen dollar, met als voorwaarde dat het Chinese bedrijf China Harbour zich over het project zou ontfermen. Sri Lanka bleef de Chinese geldbron aanboren, maar in 2015 verloor Rajapaksa de verkiezingen. De nieuwe president, Maithripala Sirisena, kreeg een kolossale factuur van 12 miljard dollar gepresenteerd. 5 miljard dollar daarvan kwam van China. Om die schuld af te lossen, moest hij Peking 99 jaar lang zeggenschap over de haven van Hambantota geven en 6000 hectare omliggend terrein. De Chinese president Xi Jinping eigende zich zo een zeer belangrijke concessie toe op de Zijderoute. Via die nieuwe handelsroute zal China zijn goederen snel naar het Oosten en Europa kunnen uitvoeren en producten kunnen invoeren. Uiteindelijk maakt de Europese Unie zich toch zorgen over de investeringsgolf en het gevaar van een plundering van topsectoren. Cind Du Bois, hoogleraar economie aan de Koninklijke Militaire School, wijst er in een nota voor de denktank Itinera op dat "sinds het Verdrag van Lissabon (2009) buitenlandse investeringen die onder de handelspolitiek vallen, niet langer een nationale maar een Europese bevoegdheid zijn. Het kapitaalverkeer - en dus buitenlandse investeringen - mag alleen worden beperkt als het de openbare veiligheid in gevaar brengt." Op 13 september 2017 ging Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in de tegenaanval. "Ik zeg het eens en voor altijd: wij zijn geen naïeve aanhangers van vrije handel. Europa moet te allen tijde zijn strategische belangen verdedigen. Daarom stellen wij vandaag een nieuw EU-kader voor de screening van investeringen voor." Dat mechanisme is in april in werking getreden, maar zal pas volgend jaar echt operationeel zijn. Bovendien is de screening een zeer slappe maatregel. De Commissie kan een niet-bindend advies uitbrengen over een investering en de lidstaten mogen een andere lidstaat informatie vragen over een transactie die hun vitale belangen kan bedreigen. De doeltreffendheid van de screening hangt dus nog altijd af van de beslissing van de lidstaten om al dan niet een buitenlandse investering op hun grondgebied toe te staan. Slechts veertien Europese landen beschikken over een screening waarmee ze investeringen kunnen tegenhouden die hun strategische belangen schaden. België is nog niet van de partij, hoewel Vlaanderen vorig jaar een regeling heeft getroffen om buitenlandse investeringen te weren bij bedrijven waarin het een meederheidsbelang heeft. Toch mogen we geen al te zwart beeld schetsen. Veel investeringen zijn zeer voordelig voor de landen waarin ze worden gedaan."Die investeringen zorgen bij ons voor business en banen", zegt Homéric de Sarthe. Dankzij de overname van de luchthaven van Toulouse is de bedrijvigheid van de daaraan verbonden handelszaken en bedrijven verdubbeld. En de Chinese zakencultuur is pragmatisch en welwillend. China wil vrede en een stabiel en sterk Europa, omdat het er belang bij heeft een stabiele en sterke handelspartner te hebben." China heeft er geen belang bij dat de Europese volken op zichzelf terugplooien. En het heeft er al evenmin belang bij koste wat het kost te willen overheersen. Zelfs in de bedrijven die ze overnemen, zetten de Chinezen geen Chinese CEO aan het roer. Ze zijn zich bewust van de culturele verschillen en "plaatsen liever iemand op de achtergrond, over het algemeen een financiële controleur", legt Denis Jacquet uit. "Uw volgende baas zal dus geen Chinees zijn", gaat Homéric de Sarthe door, "maar de baas van uw baas zal misschien wel uit China komen." Het mag duidelijk zijn dat niet zozeer de omvang van de Chinese investeringen een probleem is, als wel het ontbreken van een industriële strategie en een reactie van Europa. "Het grootste bouwbedrijf ter wereld komt uit China", merkt Denis Jacquet op. "Drie jaar geleden had het nog geen enkele bouwwerf buiten dat land. Je moet ervoor zorgen dat er Europese kampioenen kunnen opstaan. Het was dom om de fusie van Alstom en Siemens te verbieden. De Europeanen zijn de kampioenen van de deugd van de vrije wereld en de vrije markt, maar daarbuiten speelt niemand dat spelletje mee. China noch de Verenigde Staten noch Rusland. Rusland heeft Google verboden, China heeft Facebook verboden en Uber uitgeschakeld. Zelfs in de Europese Unie spelen de landen dat spelletje niet mee. Probeer als Frans of Italiaans bedrijf maar eens een Duitse openbare aanbesteding in de wacht te slepen." Denis Jacquet vervolgt: "Ik zeg niet dat je de regels van de autoritaire regimes moet overnemen, maar waarom kiezen we op onze pc bijvoorbeeld niet voor de Frans-Duitse zoekmachine Qwant in plaats van Google? Die kan in de 27 landen van de EU een gezamenlijk marktaandeel van 40 procent halen. En dan zouden we een wereldspeler hebben waarop we trots zullen zijn. Het gaat er niet om dat je de anderen verbiedt, maar dat je de voorkeur geeft aan lokale spelers. Lang genoeg om ze de kans te geven zo groot te worden, dat ze zich in hun eentje kunnen redden. Dat is intelligent protectionisme."