Het bericht in The Guardian over de 6500 doden die vielen onder de migrantenarbeiders bij de bouw van stadions voor de Wereldbeker voetbal in Qatar in 2022, wekt beroering. Her en der klinkt de roep om het evenement in 2022 te boycotten. "Ik weet niet waarop dat cijfer is gebaseerd, maar het lijkt me hoog", reageert gewezen ACV-voorzitter Luc Cortebeeck, die de situatie in Qatar volgt als bestuurslid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). "In elk geval is het aantal arbeidsongevallen de voorbije jaren flink afgenomen. We hebben veel vooruitgang geboekt om de arbeidsomstandigheden van de migranten op de bouwwerven te verbeteren. Een boycot kan dat terugdraaien."
...

Het bericht in The Guardian over de 6500 doden die vielen onder de migrantenarbeiders bij de bouw van stadions voor de Wereldbeker voetbal in Qatar in 2022, wekt beroering. Her en der klinkt de roep om het evenement in 2022 te boycotten. "Ik weet niet waarop dat cijfer is gebaseerd, maar het lijkt me hoog", reageert gewezen ACV-voorzitter Luc Cortebeeck, die de situatie in Qatar volgt als bestuurslid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). "In elk geval is het aantal arbeidsongevallen de voorbije jaren flink afgenomen. We hebben veel vooruitgang geboekt om de arbeidsomstandigheden van de migranten op de bouwwerven te verbeteren. Een boycot kan dat terugdraaien." "Nader onderzoek leert dat The Guardian álle overlijdens heeft geteld bij de 2 miljoen migranten na de toekenning van het kampioenschap in 2010", weet Coen van der Veer van Building and Wood Workers' International (BWI), dat 351 vakbonden uit de bouwsector overkoepelt, waaronder de Belgische. "Het is wat kort door de bocht al die overlijdens toe te wijzen aan de bouwwerken voor sportinfrastructuur." Luc Cortebeeck maakte in 2016 als vicevoorzitter van de IAO deel uit van een missie die de situatie op de Qatarese werven onderzocht. Arbeiders bleken soms in lamentabele omstandigheden te werken en te wonen. In de zomer vallen er doden in temperaturen tot 50 graden. Bouwvakkers moeten in hun thuisland betalen voor hun arbeidscontract, een medisch onderzoek en een visum. Om dat te kunnen bekostigen, sluiten ze een lening af bij een 'sponsor', die daarvoor woekerintresten aanrekent. Die worden in Qatar van hun loon afgehouden. Migranten werken onder het kafala- of sponsorsysteem, waarbij een Qatarees borg staat voor de werknemers die onder zijn naam in het land verblijven. In Qatar wordt hun arbeidscontract soms verscheurd en vervangen door een contract met een lager loon. Arbeiders die klagen bij hun werkgever of bij de inspectie belanden soms in een detentiekamp. De sponsor beslist of de migrant een andere werkgever mag kiezen en of het visum is gekoppeld aan zijn werkplek. Cortebeeck bezocht ook een bouwwerf van Six Construct, waarmee de Belgische bouwgroep Besix actief is in Qatar. "Daar is er toch een heel andere situatie", aldus Luc Cortebeeck. "De werkomstandigheden zijn er veiliger, de betaling is correct en de woonblokken zijn leefbaar. Er is bijvoorbeeld eten in functie van de voedingsgewoonten in het land van herkomst." Besix werkt al sinds 1970 in Qatar met zo'n twintig werven. Van 2014 tot 2017 renoveerde het voor de Wereldbeker het Khalifa-stadion (40.000 zitjes) en van 2016 tot 2019 bouwde het het Al Janoub-stadion (60.000 zitjes). Beide werken waren goed voor een omzet van 900 miljoen euro en 2500 banen."Wij dragen zorg voor onze mensen", zegt Pierre Sironval, die zeven jaar in Qatar werkt en vandaag operationeel directeur van Besix is. "Een derde werkt er al meer dan tien jaar voor ons. Onze lastenboeken leggen in detail menselijke arbeidsomstandigheden op onze werven vast, ook bij onze onderaannemers. Wie zich er niet aan houdt, krijgt een boete." Als onderaannemers de regels schenden, leidt dat niet onmiddellijk tot contractbreuk. "Daar wordt het werkvolk niet beter van, integendeel." Als de onderaannemer in gebreke blijft, huisvest Six Construct bijvoorbeeld externe arbeiders in eigen gebouwen of betaalt het hun lonen correct. "Achteraf verrekenen we dat wel", zegt Sironval. Geschillen zijn onderworpen aan een onpartijdige arbitragecommissie in de hoofdstad Doha. In 2017 ondertekenden Besix, het Franse bouwconcern Vinci en het Italiaanse Salini Impregilo een raamovereenkomst met de vakbondskoepel BWI. Ze engageerden zich dat zij en hun partners de internationale arbeidsnormen en de mensenrechtenconventies zouden naleven onder controle van een onafhankelijke partij of vakbond. "Dat is meer dan een blaadje papier", stelt Coen Van der Veer van BWI. "We houden regelmatig inspecties en bij een overtreding lichten we de directie onmiddellijk in. Meestal wordt er snel ingegrepen." Op werven van Six Construct gebeurden geen arbeidsongevallen meer door de hitte, omdat ze in de zomer sloten tussen 11 en 15 uur. Er gebeurden in vijf jaar wel drie dodelijke arbeidsongevallen, die de lokale autoriteiten hebben onderzocht. Sironval: "Elke dode is rampzalig. Bouwwerven zijn nu eenmaal een risico, ook bij ons." Six Construct betaalt zelf de documenten en de medische keuring van zijn buitenlandse medewerkers, zodat ze geen lening moeten afsluiten met de sponsor. De Britse ngo Business & Human Rights Resource Centre verwees in 2019 in een rapport over Qatar uitdrukkelijk naar Besix en Vinci als bouwbedrijven die de mensen- en de arbeidsrechten respecteren op de werven, correct lonen uitbetalen en ook de onderaannemers controleren. "Meestal sta ik veeleer sceptisch als een bedrijf de mond vol heeft over maatschappelijk verantwoord ondernemen", zegt Cortebeeck. "Maar ik heb de indruk dat internationale bouwbedrijven in Qatar de arbeidsomstandigheden respecteren om hun reputatie niet te schaden." "Veiligheid zit in ons DNA", stelt Bernard Paquot, die verantwoordelijk is voor de activiteiten van DEME in het Midden-Oosten. "Of we nu werken in Singapore, Nigeria of Qatar, we respecteren de conventies van de Verenigde Naties en breiden die uit met eigen minimumvoorwaarden." DEME baggerde de voorbije jaren in Qatar en bouwde haveninfrastructuur voor cruiseschepen. Op die werf werkten 1200 personen. Een deel van hen werd aangeworven door een eigen wervingskantoor in India. Paquot: "Wij werken in Qatar samen met een lokale partner, zodat we geen externe sponsor moeten inhuren. Zo houden we de controle over onze medewerkers." De arbeidersdorpen van DEME hebben een zwembad, een supermarkt, een internetcafé, een moskee en een restaurant met vier aangepaste menu's. Elk uur is er op de werf een rustpauze van 10 minuten. Een verpleegster controleert continu of er personeel in problemen komt. De contracten met de onderaannemers bevatten clausules die hen verplichten vergelijkbare standaarden aan te houden. "We controleren hun werven wekelijks", getuigt Paquot. "Er viel geen enkele dode. Er is misschien wel een probleem met de veiligheid bij Chinese bouwgroepen en lokale aannemers. Die zijn wat minder nauwgezet. Zo kunnen ze onder onze biedprijs duiken. Multinationale bedrijven zoals wij spelen dat spel niet mee. We halen contracten binnen omdat we technisch beter zijn, niet op de prijs door mensenlevens in de concurrentiestrijd te gooien." "We werken wereldwijd, ook in Qatar, in dezelfde veiligheidsomstandigheden", bevestigt Philippe Verdeure, die het Midden-Oosten opvolgt voor Sarens. Dat bedrijf verhuurt grote kranen en organiseert gespecialiseerd transport voor de bouw van stadions en infrastructuurwerken op zo'n twintig werven. Er werken honderd personen, velen uit de Filipijnen, Nepal en India. "We willen geen ongevallen uit zorg voor onze medewerkers, maar ook omdat die effect hebben op de internationale normering die onze klanten eisen. Sinds enkele jaren is de regering in Qatar ook veel strenger. Er is een misverstand in het Westen over de situatie in de bouwsector aldaar." Het verslag van de onderzoekscommissie van de IAO kreeg veel weerklank. De regering van Qatar kwam onder internationale druk te staan. "De reputatie van het land dreigde een flinke knauw te krijgen en moderne krachten in de overheid bepleitten met succes een aanpassing van de arbeidswetgeving", getuigt Luc Cortebeeck. "Het Wereldkampioenschap werd zo een gamechanger voor de arbeidsomstandigheden in Qatar." In november 2017 bereikten de IAO en de Qatarese regering een akkoord. Arbeiders hebben nu recht op een minimummaandloon - weliswaar van slechts 420 euro - en op gezondheidszorg, ze behouden hun documenten, verkiezen arbeiderscomités en kunnen vrij van werkgever veranderen. Het kafalasysteem werd vorig jaar de facto afgeschaft. Op hete zomermiddagen moeten de werven dicht. "IAO-missies controleren regelmatig de arbeidsomstandigheden in Qatar", benadrukt Cortebeeck. "De situatie gaat er zienderogen op vooruit." Nochtans wees Amnesty International vorig jaar op de trage implementatie van de nieuwe regels. Van der Veer: "De inspectie is voor verbetering vatbaar. Er zijn nog te weinig inspecteurs en hun training kan beter. Ook is de recidive na een boete nog te hoog. Er wordt aan gewerkt, stap voor stap, maar resoluut." In het laatste kwartaal van vorig jaar beboette de overheid 7000 inbreuken. "Het Supreme Committee, dat toeziet op de werven, neemt zijn taak serieus", zegt Thomas Meersseman, tot vorig jaar de voorzitter van de Belgian Business Council Qatar. "De werfpolitie controleert streng internationale bedrijven én hun onderaannemers. Er wordt wel gefluisterd dat lokale aannemers nog een beroep doen op hun familiale connecties en zo door de mazen van het veiligheidsnet glippen." "Ook in België ontwijken minder serieuze aannemers weleens de regels, maar dat blijft marginaal", sust Sironval. "Ik pleit voor scherpe controles. Zo concurreren we op hetzelfde niveau. De toepassing van de nieuwe regels was voor ons amper een probleem, omdat we al een hoog niveau hadden." "Het kan beter en niet iedereen is mee", erkent van der Veer. "Qatar is geen arbeidersparadijs. Maar de situatie gaat er ontzettend op vooruit. Andere landen in de regio voelen zich aangespoord om de arbeidsvoorwaarden ook bij hen te verbeteren. Qatar zal zijn uitzonderingspositie in duurzame arbeidsrelaties ook na het Wereldkampioenschap internationaal uitspelen. Dat is een blijver."