De werkgelegenheidsgraad was in het tweede kwartaal al opnieuw toegenomen tot precoronaniveau (70,5 procent), en steeg in het derde kwartaal fors door. Het vorige record - 71,0 procent - dateert van het tweede kwartaal van 2019.

Bij mannen lag de werkgelegenheidsgraad in het derde kwartaal op 74,8 procent, bij vrouwen bedroeg die 67,9 procent.

Maar ook de werkloosheidsgraad steeg in het derde kwartaal. De IAB-werkloosheidsgraad (volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau, red.) ging van 6,2 procent in het tweede naar 6,6 procent in het derde kwartaal.

De toename komt op het conto van de mannen (van 6 naar 7 procent), terwijl er bij de vrouwen een daling was (van 6,4 naar 6 procent). Dat heeft tot gevolg dat de werkloosheidsgraad van vrouwen weer lager ligt dan die bij mannen. In het tweede kwartaal was dat voor het eerst in vier jaar omgekeerd.

Jongeren

De grootste veranderingen komen van de jongeren, zowel wat de werkgelegenheid betreft als inzake de werkloosheid. 'Typisch voor het derde kwartaal', zegt Statbel, omdat veel jongeren die afstuderen dan werk vinden of actief op zoek gaan naar werk. Ook jongeren die een studentenjob deden tijdens de zomer, kunnen in de werkgelegenheidscijfers terechtkomen.

Dat maakt dat van de bijna 100.000 werkenden die er in het derde kwartaal bijkwamen, er 71.000 jongeren (15-24 jaar) waren. Het aantal werkenden onder de jongeren lag zo bijna een kwart hoger dan in het tweede kwartaal. Een gelijkaardige evolutie bij de IAB-werklozen: hun aantal nam tussen het tweede en het derde kwartaal toe met 28.000 personen, onder wie 18.000 personen jonger dan 25 jaar.

Statbel stelt nog vast dat in het derde kwartaal er 'voor het eerst een duidelijke impact was' van de soepelere telewerkregels die op dat moment van kracht waren. Nog 38,2 procent van de werkenden werkte soms, gewoonlijk of altijd van thuis uit, tegen 43,5 procent in het tweede kwartaal. Nog 10,3 procent van de werkenden zei altijd thuis te werken, tegen 16,4 procent in het tweede kwartaal.

De werkgelegenheidsgraad was in het tweede kwartaal al opnieuw toegenomen tot precoronaniveau (70,5 procent), en steeg in het derde kwartaal fors door. Het vorige record - 71,0 procent - dateert van het tweede kwartaal van 2019. Bij mannen lag de werkgelegenheidsgraad in het derde kwartaal op 74,8 procent, bij vrouwen bedroeg die 67,9 procent. Maar ook de werkloosheidsgraad steeg in het derde kwartaal. De IAB-werkloosheidsgraad (volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau, red.) ging van 6,2 procent in het tweede naar 6,6 procent in het derde kwartaal. De toename komt op het conto van de mannen (van 6 naar 7 procent), terwijl er bij de vrouwen een daling was (van 6,4 naar 6 procent). Dat heeft tot gevolg dat de werkloosheidsgraad van vrouwen weer lager ligt dan die bij mannen. In het tweede kwartaal was dat voor het eerst in vier jaar omgekeerd. De grootste veranderingen komen van de jongeren, zowel wat de werkgelegenheid betreft als inzake de werkloosheid. 'Typisch voor het derde kwartaal', zegt Statbel, omdat veel jongeren die afstuderen dan werk vinden of actief op zoek gaan naar werk. Ook jongeren die een studentenjob deden tijdens de zomer, kunnen in de werkgelegenheidscijfers terechtkomen. Dat maakt dat van de bijna 100.000 werkenden die er in het derde kwartaal bijkwamen, er 71.000 jongeren (15-24 jaar) waren. Het aantal werkenden onder de jongeren lag zo bijna een kwart hoger dan in het tweede kwartaal. Een gelijkaardige evolutie bij de IAB-werklozen: hun aantal nam tussen het tweede en het derde kwartaal toe met 28.000 personen, onder wie 18.000 personen jonger dan 25 jaar. Statbel stelt nog vast dat in het derde kwartaal er 'voor het eerst een duidelijke impact was' van de soepelere telewerkregels die op dat moment van kracht waren. Nog 38,2 procent van de werkenden werkte soms, gewoonlijk of altijd van thuis uit, tegen 43,5 procent in het tweede kwartaal. Nog 10,3 procent van de werkenden zei altijd thuis te werken, tegen 16,4 procent in het tweede kwartaal.