Over de besparingsronde bij de VRT is al een hoop onzin verteld en geschreven. Besparingsoperaties in de media- of culturele wereld, in haar breedste zin van het woord, wekken duidelijk meer emoties op dan eenzelfde aantal ontslagen bij het gemiddelde maakbedrijf.
...

Over de besparingsronde bij de VRT is al een hoop onzin verteld en geschreven. Besparingsoperaties in de media- of culturele wereld, in haar breedste zin van het woord, wekken duidelijk meer emoties op dan eenzelfde aantal ontslagen bij het gemiddelde maakbedrijf. Overal waren de voorbije week verhalen te vinden van ontslagen VRT-medewerkers, en er werd druk commentaar bij geleverd. Hoe de een wel en de ander niet werd uitgenodigd voor een vergadering, die in werkelijkheid een exitgesprek bleek te zijn. Hoe vooral late veertigers en vroege vijftigers - en vooral vrouwen - geviseerd leken te worden, en of dat geen schande was. Hoe mensen stonden te huilen op de gang. Een arbeidscontract dat ten einde komt, is zelden een geestige gebeurtenis. Het is een schok. Een afscheid van soms jarenlang ingesleten gewoonten, van een werkomgeving en van collega's. Vaak gaat er een falen van twee partijen aan vooraf. Sommige mensen evolueren nu eenmaal onvoldoende, tot ze plots niet meer passen in de organisatie. Heel wat bedrijven begeleiden hun medewerkers dan weer te weinig, tot ze er inderdaad niet meer in passen. Met de war for talent groeit het besef dat investeren in carrières loont. Toch zullen er altijd ontslagen blijven vallen. Ook in de mediasector. Tegelijk moeten we weten wat we willen. Zoals alle mediabedrijven wordt ook de VRT dagelijks uitgedaagd. De noden van het publiek veranderen pijlsnel. De nieuwe generaties gaan fundamenteel anders met om content, en de oudere generaties volgen in hun zog. Adverteerders denken na over hun strategie. Nieuwe concurrenten, nieuwe media en nieuwe platformen duiken op aan de lopende band. Toen hln.be een jaar geleden een Tiktok-coördinator aan de digitale redactie toevoegde, schudden weldenkende mediamensen meewarig het hoofd. Vandaag hebben ze er meer dan 200.000 volgers. Allemaal jongeren, die ze anders nauwelijks zouden bereiken. Private mediabedrijven moeten - zoals elk bedrijf in een veranderende wereld - voortdurend over hun zakelijke model waken, hun strategie ter discussie stellen en hun aanbod aanpassen.Bij de VRT komt daar een dimensie bij en dat is de beheersovereenkomst. Bij de openbare omroep moet niet alleen de rekening kloppen, ze is ook verplicht zowel het brede publiek als een hele reeks doelgroepen voldoende vaak te bereiken. De VRT moet zijn waar de mensen zijn. Om dat te bekostigen zou de omroep extra advertentiegeld uit de markt kunnen halen, maar de omroep werkt nu al behoorlijk marktverstorend. Meer belastinggeld om te vernieuwen en tegelijk te behouden wat we al hadden, is evenmin bespreekbaar. Ooit was de openbare omroep een typisch overheidsbedrijf met meer stofjassen dan frisse ideeën. Wie daar geen heimwee naar heeft, rest maar één keuze: gaan voor wat werkt en schrappen wat niet meer werkt. De VRT is trouwens nog niet aan de bedelstaf. Een deelnemer aan de prinselijke handelsmissie naar Japan van deze week liet me kort voor vertrek de gastenlijst zien. Mooie missie, met meer dan 300 bedrijfsleiders, aangevuld met politici en hun gevolg, academici en natuurlijk ook mensen uit de media. Op de deelnemerslijst stonden vier mensen van de VRT. Een voor de radio, een voor de televisie en twee technici. Ik ken niet veel mediabedrijven die zouden overwegen om pakweg een journalist naar Japan te sturen om een stukje voor de website te maken, een andere voor de podcast, een derde voor de video en nog eentje om het materiaal op de juiste server te krijgen. Zo lang een mediabedrijf vier mensen kan vrijmaken om een hele week naar de andere kant van de wereld te reizen, hoeven we ons weinig zorgen te maken. Er is geld om te innoveren. Er is ruimte om keuzes te maken. Exact wat het management de afgelopen weken heeft gedaan.