In het innovatiepeloton is België een 'innovation follower' en geen 'innovation leader'. In 2012 reden we nog in 5e positie, maar in 2015 waren we afgezakt naar de 9e plaats in de innovatie-index van de Europese Commissie. Het is niet dat we plots trager zijn beginnen rijden, maar de rest van het peloton is gewoon sneller geworden. De prijs van de strijdlust zullen we met de huidige gang van zaken ook niet winnen. Zo laten we veel kansen liggen, terwijl de toekomst nochtans in het stimuleren van innovatie ligt.

Periodes waarin we een gemiddelde economische groei van 4 tot 6 procent per jaar kenden, liggen ver achter ons en zullen in het licht van de demografische ontwikkelingen niet spontaan terugkeren. We moeten daarom op zoek naar nieuwe manieren die welvaart kunnen genereren, en innovatie is daar één van. Ondernemers signaleren in ons land alvast drie belangrijke obstakels. Zo zijn in de eerste plaats de loonkosten nog steeds erg hoog. Eind 2016 zal de effectieve loonkostenhandicap met onze buurlanden nog steeds om en bij de 10 procent bedragen: een arbeidsuur kost bij ons gemiddeld 43 euro, in vergelijking met 39 euro in onze drie buurlanden. Duitsland, Nederland en Frankrijk staan niet voor niets hoger in de hierboven vermelde innovatie-index. Daarnaast kent België een complexe regelgeving. Uiteindelijk is er ook sprake van een zekere mismatch op de arbeidsmarkt, en daar willen we iets verder op ingaan.

'We verliezen twee keer'

Er is immers een belangrijke taak vastgelegd voor ons Onderwijs. Volgens Eurostat kwamen er in 2014 slechts 17,8 procent van de studenten die een diploma hoger onderwijs behaalden uit een STEM-richting (Science, Technology, Engineering, Mathematics), wat minder is dan de Europese nummer één Duitsland (34,8 procent) en zelfs minder dan het EU-gemiddelde (24,7 procent). Zo verliezen we twee keer: jobs worden niet ingevuld en innovatie krijgt geen kansen, met alle gevolgen vandien.

Kwaliteitsvol onderwijs betekent bijgevolg investeren. Investeren in mensen die kennis - onze enige natuurlijke grondstof - kunnen vergaren. Investeren in de samenleving die nood heeft aan meer technische profielen. Het is uiteindelijk ook een investering in de toekomst van onze bedrijven, die schreeuwen om technische en wetenschappelijke geschoolde arbeidskrachten, die nieuwe toepassingen kunnen ontwikkelen. Niemand kan immers anno 2016 het gewicht ontkennen van Onderzoek en Ontwikkeling, dat een belangrijk onderdeel is van het innovatieproces. En we zijn daar in de voorbije jaren al sterker in geworden. In 2014 investeerden Belgische bedrijven 1,76 procent van het bbp in O&O t.o.v. 1,31 procent in 2008.

We moeten innovatie blijven stimuleren en beter vermarkten

Toch moeten we verder gaan dan het louter creëren van nieuwe kennis of het ontwerpen van prototypes. Het komt erop aan om nieuwe of verbeterde producten te vermarkten, zodat de consument er rechtstreeks toegang tot heeft. Innovatie moet immers verder gaan dan het uitwerken van mooie prototypes en grensverleggende concepten. We moeten deze innovatieve ideeën ook kunnen omzetten in succesvolle zakelijke modellen die groei en jobs creëren. Daarmee kunnen we de kans op een langdurige zwakke economische groei counteren. Tegelijk kunnen innovaties ook oplossingen bieden voor een aantal cruciale maatschappelijke problemen zoals klimaatverandering, verkeerscongestie en de kosten van de vergrijzing.

Zo worden er bijvoorbeeld nieuwe technieken ontwikkeld om de CO die vrijkomt bij staalproductie niet langer te gebruiken om elektriciteit te produceren (waarbij CO2 ontstaat), maar ze door het gebruik van bacteriën om te zetten in het nuttige en herbruikbare bio-ethanol. Daarnaast bestaat er ook een toepassing die ouderen de kans geeft om in beweging te blijven, door hen virtueel te laten fietsen in een prettige, veilige en motiverende omgeving. Aan de hand van Google Streetview-beelden kan elke gebruiker rondfietsen in een straat of buurt van zijn/haar keuze, en is volledig vrij in het te kiezen traject. Dat kan de straat zijn waarin zij hun hele leven gewoond hebben, of zelfs waarin zij zijn opgegroeid. Zo blijven ze langer gezond en langer gelukkig, wat minder kost aan uitgaven in de zorg. Zo zijn er tal van voorbeelden in tal van domeinen, die wij op ons forum in september zullen bespreken.

Over de grenzen heen

Het valt daarbij op dat succesvolle innovatie meer en meer ontstaat uit projecten over grenzen heen: Grenzen tussen bedrijven, tussen sectoren, tussen landen of tussen taalgemeenschappen. Die grenzen moeten we overstijgen. Als we daar niet in slagen, dreigen we verder af te zakken in het peloton. Er is daarom nood aan meer samenwerking tussen bedrijven, sectoren, onderzoekscentra en onderwijsinstellingen over land- en taalgrenzen heen, aan een aanpassing van verouderde en administratief zware regelgeving én aan een betere concurrentiekracht van onze ondernemingen. Dan kunnen we de toekomst zelf in handen nemen en keren we misschien sneller dan we denken terug naar mooie economische tijden.

In het innovatiepeloton is België een 'innovation follower' en geen 'innovation leader'. In 2012 reden we nog in 5e positie, maar in 2015 waren we afgezakt naar de 9e plaats in de innovatie-index van de Europese Commissie. Het is niet dat we plots trager zijn beginnen rijden, maar de rest van het peloton is gewoon sneller geworden. De prijs van de strijdlust zullen we met de huidige gang van zaken ook niet winnen. Zo laten we veel kansen liggen, terwijl de toekomst nochtans in het stimuleren van innovatie ligt.Periodes waarin we een gemiddelde economische groei van 4 tot 6 procent per jaar kenden, liggen ver achter ons en zullen in het licht van de demografische ontwikkelingen niet spontaan terugkeren. We moeten daarom op zoek naar nieuwe manieren die welvaart kunnen genereren, en innovatie is daar één van. Ondernemers signaleren in ons land alvast drie belangrijke obstakels. Zo zijn in de eerste plaats de loonkosten nog steeds erg hoog. Eind 2016 zal de effectieve loonkostenhandicap met onze buurlanden nog steeds om en bij de 10 procent bedragen: een arbeidsuur kost bij ons gemiddeld 43 euro, in vergelijking met 39 euro in onze drie buurlanden. Duitsland, Nederland en Frankrijk staan niet voor niets hoger in de hierboven vermelde innovatie-index. Daarnaast kent België een complexe regelgeving. Uiteindelijk is er ook sprake van een zekere mismatch op de arbeidsmarkt, en daar willen we iets verder op ingaan.Er is immers een belangrijke taak vastgelegd voor ons Onderwijs. Volgens Eurostat kwamen er in 2014 slechts 17,8 procent van de studenten die een diploma hoger onderwijs behaalden uit een STEM-richting (Science, Technology, Engineering, Mathematics), wat minder is dan de Europese nummer één Duitsland (34,8 procent) en zelfs minder dan het EU-gemiddelde (24,7 procent). Zo verliezen we twee keer: jobs worden niet ingevuld en innovatie krijgt geen kansen, met alle gevolgen vandien.Kwaliteitsvol onderwijs betekent bijgevolg investeren. Investeren in mensen die kennis - onze enige natuurlijke grondstof - kunnen vergaren. Investeren in de samenleving die nood heeft aan meer technische profielen. Het is uiteindelijk ook een investering in de toekomst van onze bedrijven, die schreeuwen om technische en wetenschappelijke geschoolde arbeidskrachten, die nieuwe toepassingen kunnen ontwikkelen. Niemand kan immers anno 2016 het gewicht ontkennen van Onderzoek en Ontwikkeling, dat een belangrijk onderdeel is van het innovatieproces. En we zijn daar in de voorbije jaren al sterker in geworden. In 2014 investeerden Belgische bedrijven 1,76 procent van het bbp in O&O t.o.v. 1,31 procent in 2008. Toch moeten we verder gaan dan het louter creëren van nieuwe kennis of het ontwerpen van prototypes. Het komt erop aan om nieuwe of verbeterde producten te vermarkten, zodat de consument er rechtstreeks toegang tot heeft. Innovatie moet immers verder gaan dan het uitwerken van mooie prototypes en grensverleggende concepten. We moeten deze innovatieve ideeën ook kunnen omzetten in succesvolle zakelijke modellen die groei en jobs creëren. Daarmee kunnen we de kans op een langdurige zwakke economische groei counteren. Tegelijk kunnen innovaties ook oplossingen bieden voor een aantal cruciale maatschappelijke problemen zoals klimaatverandering, verkeerscongestie en de kosten van de vergrijzing.Zo worden er bijvoorbeeld nieuwe technieken ontwikkeld om de CO die vrijkomt bij staalproductie niet langer te gebruiken om elektriciteit te produceren (waarbij CO2 ontstaat), maar ze door het gebruik van bacteriën om te zetten in het nuttige en herbruikbare bio-ethanol. Daarnaast bestaat er ook een toepassing die ouderen de kans geeft om in beweging te blijven, door hen virtueel te laten fietsen in een prettige, veilige en motiverende omgeving. Aan de hand van Google Streetview-beelden kan elke gebruiker rondfietsen in een straat of buurt van zijn/haar keuze, en is volledig vrij in het te kiezen traject. Dat kan de straat zijn waarin zij hun hele leven gewoond hebben, of zelfs waarin zij zijn opgegroeid. Zo blijven ze langer gezond en langer gelukkig, wat minder kost aan uitgaven in de zorg. Zo zijn er tal van voorbeelden in tal van domeinen, die wij op ons forum in september zullen bespreken.Het valt daarbij op dat succesvolle innovatie meer en meer ontstaat uit projecten over grenzen heen: Grenzen tussen bedrijven, tussen sectoren, tussen landen of tussen taalgemeenschappen. Die grenzen moeten we overstijgen. Als we daar niet in slagen, dreigen we verder af te zakken in het peloton. Er is daarom nood aan meer samenwerking tussen bedrijven, sectoren, onderzoekscentra en onderwijsinstellingen over land- en taalgrenzen heen, aan een aanpassing van verouderde en administratief zware regelgeving én aan een betere concurrentiekracht van onze ondernemingen. Dan kunnen we de toekomst zelf in handen nemen en keren we misschien sneller dan we denken terug naar mooie economische tijden.