Mijn allereerste kennismaking met het Vlaams Parlement was onmiddellijk in de plenaire sessie, het halfrond dat u af en toe wel eens op uw tv ziet. Ik vind het een vreemd gebeuren. Op het spreekgestoelte staat iemand te praten over een thema, soms heel technisch. Sommige parlementsleden, experts in dezelfde materie, antwoorden. De rest van het halfrond is met andere zaken bezig. Ik zeg niet dat ze niet werken, maar ze luisteren niet naar het debat. Erg bevreemdend.
...

Mijn allereerste kennismaking met het Vlaams Parlement was onmiddellijk in de plenaire sessie, het halfrond dat u af en toe wel eens op uw tv ziet. Ik vind het een vreemd gebeuren. Op het spreekgestoelte staat iemand te praten over een thema, soms heel technisch. Sommige parlementsleden, experts in dezelfde materie, antwoorden. De rest van het halfrond is met andere zaken bezig. Ik zeg niet dat ze niet werken, maar ze luisteren niet naar het debat. Erg bevreemdend. Ik begrijp waarom de overgrote meerderheid van mijn nieuwe collega-parlementsleden niet luistert. Het is hun vakgebied niet, dus ze besteden hun tijd liever aan waardevollere zaken. Algemene debatten worden meestal wel goed gevolgd. Als ondernemer bekijk ik de organisatie van mijn kmo, maar ook de rest van de wereld, door een bril van efficiëntie en productiviteit. Resultaatgericht, altijd. Af en toe iets nieuws proberen, maar altijd met een goed resultaat in het achterhoofd. Als ik een gelijkaardig proces zoals een plenaire sessie in mijn bedrijf zou zien, zouden mijn handen jeuken om dat aan te pakken. "Laat die experts onder elkaar toch die debatten voeren", hoor ik u denken. Wel, dat gebeurt al in de commissie. In het parlement worden die debatten nog eens overgedaan, voor de regering, maar ook voor de profilering, voor de camera's. Als ik mijn collega's over die vreemde manier van werken aanspreek, merk ik een zekere gelatenheid. Nogmaals, zonder hen iets te verwijten. Er zijn pogingen geweest om de formule te wijzigen, maar telkens is er op tegenstand gebotst. Ja, ook dat is politiek. In politiek is het behalen van het meest efficiënte niet het opperste goed. Daar gaat het over zoeken van oplossingsgerichte evenwichten. Hoelang de zoektocht naar dat evenwicht duurt, doet niet echt ter zake. Het is een grote uitdaging om me te verdiepen in de parlementaire dossiers. Ik word er immers in het midden van een legislatuur in gesmeten. Ik heb ideeën, maar moet eerst aftoetsen of ze al dan niet passen in de beleidsnota van de minister, of ze haalbaar zijn, en ik moet uitzoeken wat er al over is gezegd. Ik heb niet de behoefte zaken die je kort en bondig kunt formuleren, uit te spinnen tot een onnodig lang discours. Ik wil vooruit. Ik merk dat mijn bagage als ondernemer wel degelijk een verschil kan maken. Het is bevreemdend vast te stellen dat mensen die nog nooit in een bedrijf hebben gestaan, adviezen geven over hoe het allemaal beter zou kunnen. Toch verdienen de parlementsleden respect. Wij, ondernemers, vertrekken meestal vanuit onze eigen leefwereld, onze sector. Die invalshoek is niet altijd groot genoeg om algemene beslissingen te nemen. Dus ja, beroepspolitici zijn zeker nodig. Het is een beroep als een ander. Als ik mijn werk als ondernemer vergelijk met mijn parlementair mandaat, zie ik nog een belangrijk verschil. In mijn ondernemerschap kijk ik voornamelijk vooruit, toekomstgericht. Wat in het verleden ligt, is gebeurd en kan niet meer veranderd worden. Uit mijn fouten heb ik geleerd, maar mijn focus ligt vooral op morgen. In de politiek gebeurt dat kijken naar de toekomst wat te weinig. Men heeft het soms over uitspraken van vier jaar geleden, terwijl de problematiek soms zeer acuut is. Dan frons ik mijn wenkbrauwen, dat resultaatgerichte is soms wat afwezig. Ik ben terechtgekomen in een wereld van voorzichtige evenwichten, waarin elke politicus probeert een pluim binnen te halen zonder een opponent te veel tegen de borst te stoten. In de hoop dat er bij een volgende onderhandeling bereidheid zal zijn de neuzen voorzichtig in dezelfde richting te zetten. Ik zie een bijzonder complexe samenleving en een groep mensen, politici, die balanceren op een slappe koord om de oplossing aan de overkant te bereiken. De ene al meer gedreven dan de andere. Tegelijkertijd voelt een deel van de collega's en van het publiek zich geroepen rotte eieren te smijten naar de balancerende acrobaat. Voorlopig sta ik nog te kijken, de handleiding te lezen over wat de beste manier is om aan de overkant te geraken. Maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat datgene wat in mijn ondernemersgenen is ingebakken altijd zal blijven gelden: een goed resultaat behalen, ook als de weg ernaartoe wat moeilijker is.