Dat zegt uitzendbureau Randstad, zich baserend op een analyse van de positie van schoolverlaters de jongste 20 jaar. Uit die analyse blijkt al dat hooggeschoolden duidelijk een streepje voor hebben op de arbeidsmarkt: hun kans op werkloosheid ligt tien keer lager dan die van kort-of ongeschoolden.

Op dit moment zitten vele tienduizenden schoolverlaters in de overgangsfase tussen school en werk. Algemeen wordt verwacht dat, door de coronapandemie, de zoektocht naar een job een stuk moeilijker zal verlopen dan de vorige jaren. Uit een analyse van VDAB-statistieken blijkt wel dat schoolverlaters het de voorbije jaren alsmaar makkelijker hadden om werk te vinden. Randstad meent zelfs dat hun positie voor de coronapandemie 'beter was dan ooit'. 'Bij de allerlaatste metingen (2018 en 2019) bedroeg het werkzoekendenpercentage 8,9 procent. Dat is het allerlaagste cijfer in meerdere decennia. Tien jaar geleden, na de financiële crisis, lag het aantal werkzoekenden bij schoolverlaters nog op 14,6 procent', klinkt het.

Maar het uitzendbureau ziet wel een verband met de gemiddeld hogere scholing van de schoolverlaters. 'Zowel bij professionele bachelors als bij masters is er duidelijk sprake van een geleidelijke verbetering de jongste twintig jaar. Beide onderwijsvormen haalden in 2019 hun beste score ooit, met nauwelijks 3,1 procent werkloosheid. Deze verbetering zien we niet bij de meeste onderwijsvormen op secundair niveau. Bij de vroegtijdige schoolverlaters is de trend zelfs negatief.'

Kort- en ongeschoolden hadden voor corona al tien keer meer kans (30 pct) op werkloosheid dan een master of een professionele bachelor. En corona dreigt die zoektocht nog moeilijker te maken: ook na de financiële crisis van 2008 steeg de kans op werkloosheid met de helft. Verder studeren is dus bijna altijd een goede keuze, merkt Randstad op. Zelfs een zevende jaar maakt in het TSO en BSO een groot verschil. Maar dit geldt dan weer niet voor jongeren uit het algemeen secundair (ASO) die een hogere studie starten maar deze niet afmaken. Het werkloosheidscijfer (11,8 pct) is er hoger dan diegenen die meteen na het ASO naar de arbeidsmarkt stappen (8,4 pct).

'Arbeidsmarkt bevroren door coronacrisis'

De coronacrisis leidt niet alleen tot minder aanwervingen, ook het aantal afdankingen lag de voorbije maanden veel lager dan in dezelfde periode vorig jaar. 'Er stromen minder mensen in en minder mensen uit. Alsof de jobmarkt tijdelijk bevroren is', zo stelt hr-bedrijf Acerta vast.

Acerta baseert zich op de gegevens bij meer dan 40.000 werkgevers. Sinds de uitbraak van de coronapandemie is er veel minder beweging op de arbeidsmarkt, zo blijkt. In april werden er 15 procent minder contracten van onbepaalde duur stopgezet dan in dezelfde periode vorig jaar, maar ook de maanden nadien was er nog steeds een daling met zo'n 10 procent. Het ontslag gebeurt ook opvallend vaker op initiatief van de werkgever.

Bij de nieuwe contracten van onbepaalde duur is de beweging nog forser, met ruim 40 procent minder aanwervingen in mei dan in dezelfde maand vorig jaar, -20 procent in juni en -30 procent in juli. 'De cijfers zijn te verklaren doordat de arbeidsmarkt tijdens de coronacrisis in overlevingsmodus is gegaan. Bedrijven konden terugvallen op vangnetten zoals tijdelijke werkloosheid of corona-ouderschapsverlof. Vrij snel hadden ze de reflex om niets overhaast te doen', meent Annelies Baelus van Acerta.

Ze wijst er ook op dat bedrijven verwachten dat na corona de krapte op de arbeidsmarkt zal aanhouden. 'Dan is het uiteraard beter om je medewerkers zoveel mogelijk aan boord te houden.'

Dat zegt uitzendbureau Randstad, zich baserend op een analyse van de positie van schoolverlaters de jongste 20 jaar. Uit die analyse blijkt al dat hooggeschoolden duidelijk een streepje voor hebben op de arbeidsmarkt: hun kans op werkloosheid ligt tien keer lager dan die van kort-of ongeschoolden.Op dit moment zitten vele tienduizenden schoolverlaters in de overgangsfase tussen school en werk. Algemeen wordt verwacht dat, door de coronapandemie, de zoektocht naar een job een stuk moeilijker zal verlopen dan de vorige jaren. Uit een analyse van VDAB-statistieken blijkt wel dat schoolverlaters het de voorbije jaren alsmaar makkelijker hadden om werk te vinden. Randstad meent zelfs dat hun positie voor de coronapandemie 'beter was dan ooit'. 'Bij de allerlaatste metingen (2018 en 2019) bedroeg het werkzoekendenpercentage 8,9 procent. Dat is het allerlaagste cijfer in meerdere decennia. Tien jaar geleden, na de financiële crisis, lag het aantal werkzoekenden bij schoolverlaters nog op 14,6 procent', klinkt het. Maar het uitzendbureau ziet wel een verband met de gemiddeld hogere scholing van de schoolverlaters. 'Zowel bij professionele bachelors als bij masters is er duidelijk sprake van een geleidelijke verbetering de jongste twintig jaar. Beide onderwijsvormen haalden in 2019 hun beste score ooit, met nauwelijks 3,1 procent werkloosheid. Deze verbetering zien we niet bij de meeste onderwijsvormen op secundair niveau. Bij de vroegtijdige schoolverlaters is de trend zelfs negatief.' Kort- en ongeschoolden hadden voor corona al tien keer meer kans (30 pct) op werkloosheid dan een master of een professionele bachelor. En corona dreigt die zoektocht nog moeilijker te maken: ook na de financiële crisis van 2008 steeg de kans op werkloosheid met de helft. Verder studeren is dus bijna altijd een goede keuze, merkt Randstad op. Zelfs een zevende jaar maakt in het TSO en BSO een groot verschil. Maar dit geldt dan weer niet voor jongeren uit het algemeen secundair (ASO) die een hogere studie starten maar deze niet afmaken. Het werkloosheidscijfer (11,8 pct) is er hoger dan diegenen die meteen na het ASO naar de arbeidsmarkt stappen (8,4 pct).De coronacrisis leidt niet alleen tot minder aanwervingen, ook het aantal afdankingen lag de voorbije maanden veel lager dan in dezelfde periode vorig jaar. 'Er stromen minder mensen in en minder mensen uit. Alsof de jobmarkt tijdelijk bevroren is', zo stelt hr-bedrijf Acerta vast.Acerta baseert zich op de gegevens bij meer dan 40.000 werkgevers. Sinds de uitbraak van de coronapandemie is er veel minder beweging op de arbeidsmarkt, zo blijkt. In april werden er 15 procent minder contracten van onbepaalde duur stopgezet dan in dezelfde periode vorig jaar, maar ook de maanden nadien was er nog steeds een daling met zo'n 10 procent. Het ontslag gebeurt ook opvallend vaker op initiatief van de werkgever. Bij de nieuwe contracten van onbepaalde duur is de beweging nog forser, met ruim 40 procent minder aanwervingen in mei dan in dezelfde maand vorig jaar, -20 procent in juni en -30 procent in juli. 'De cijfers zijn te verklaren doordat de arbeidsmarkt tijdens de coronacrisis in overlevingsmodus is gegaan. Bedrijven konden terugvallen op vangnetten zoals tijdelijke werkloosheid of corona-ouderschapsverlof. Vrij snel hadden ze de reflex om niets overhaast te doen', meent Annelies Baelus van Acerta. Ze wijst er ook op dat bedrijven verwachten dat na corona de krapte op de arbeidsmarkt zal aanhouden. 'Dan is het uiteraard beter om je medewerkers zoveel mogelijk aan boord te houden.'