De Vlaamse economie groeide in 2015 met 2,1 procent in vergelijking met een jaar eerder. Wallonië noteerde in dat jaar een toename met 0,9 procent, terwijl de economie in het Brusselse gewest er met 0,6 procent op vooruitging. Dat blijkt uit een eerste raming van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR).

De economische groei vertraagde zowel in Vlaanderen (-0,1 procent) als in Wallonië (-0,5 procent), maar niet in Brussel. Daar versnelde de economie met 0,2 procent.

Vlaanderen heeft de groei in de eerste plaats te danken aan de chemische nijverheid, de aardolieraffinage en de metaalverwerkende nijverheid. In Wallonië droeg de handel en in mindere mate de metaalverwerkende nijverheid het meest bij tot de economische groei, al werd die laatste positieve bijdrage 'volledig teniet gedaan door de negatieve bijdrage van de farmaceutische nijverheid'.

De Brusselse economie kreeg in 2015 nog af te rekenen met een terugval van de handel en de financiële sector. Die terugval kan verklaard worden door de zogenaamde 'lockdown' van eind november. In een reactie op de terreuraanslagen in Parijs op 13 november, besliste de overheid in die periode om de Brusselse binnenstad als het ware te vergrendelen tegen de terreurdreiging. Die overheidsmaatregel had nefaste gevolgen voor de bedrijvigheid in de hoofdstad.

Ook wat de werkgelegenheid betreft, presteerdeVlaanderen beter dan Wallonië en Brussel. Het aantal werkzame personen nam in 2015 toe met 1,1 procent in Vlaanderen, met 0,9 procent in Wallonië en met 0,3 procent in Brussel.

Behalve cijfers over groei en werkgelegenheid brengt het INR ook het spaargedrag van de Belgen in kaart. Vlaamse gezinnen spaarden in 2015 het meest met een spaarquote van 14,4 procent, tegenover 8,3 procent in Wallonië en 7,6 procent in Brussel.