Uiteraard wordt een treinreiziger niet vrolijk van de stakingsdrang bij de spoorbonden. En vanzelfsprekend is het te gemakkelijk om met een kleine minderheid stakers het treinverkeer grotendeels lam te leggen. Ziedaar de redenen waarom het inschrijven van minimale dienstverlening in het regeerakkoord een reden van bestaan heeft. De cheminots grepen de jongste jaren nu eenmaal te gemakkelijk naar het ultieme onderhandelingswapen.

Hoewel minimale dienstverlening niet echt een wenselijk scenario is, begrijpt het gros van de bevolking dat de spelregels bij de NMBS wel wat strikter mogen. Tenminste, als beleidsmakers, bonden en bedrijfsleiders het erover eens geraken dat reiziger noch economie het slachtoffer dient te worden van structurele stakingsgrillen.

'Van polariseringspolitiek gaan treinen niet stipter rijden'

Minister van Mobiliteit Jacqueline Galant (MR) heeft de spoordirectie en de bonden tot eind dit jaar gegeven om met een voorstel over minimale dienstverlening te komen. Is dat er dan niet, dan hakt ze zelf knopen door, zo kondigde ze aan. Enigszins vreemd is dus de demarche van Inez De Coninck (N-VA) om zelf met een wetsvoorstel over minimale dienstverlening te komen. Volgens dat wetsvoorstel zou in een scenario van minimale dienstverlening 60 procent van de treinen moeten rijden. In het weekend volstaat 40 procent.

Het voorstel van de N-VA-politica is daarmee vooral een fraai stukje polariseringspolitiek van de regeringspartij. Want al hebben de bonden het onheil van de minimale dienstverlening grotendeels aan de eigen stakingsgretigheid te wijten, staken blijft tot nader order wel een recht en moet kunnen fungeren als een belangrijke hefboom in onderhandelingen met de directie. Als 60 procent van de treinen rijdt, is het moeilijk om van een minimale dienst te spreken.

Als een staking geen pijn meer mag doen of geld mag kosten aan het bedrijf, wordt ze als onderhandelingsinstrument overbodig. En tenzij dat de bedoeling zou zijn van een wettelijk kader voor een minimale dienstverlening, is het wenselijk het initiatief over de invulling van de minimale dienstverlening vooralsnog over te laten aan het sociaal overleg of aan minister Galant.