Het courant resultaat bedraagt voor alle ziekenhuizen samen maar 31 miljoen op een omzet van 15,543 miljard, wat neerkomt op 0,2 procent winstmarge. 'Het betekent dat zelfs een kleine verstoring van de inkomsten catastrofale gevolgen kan hebben en zet een stevige rem op de investeringscapaciteit die nodig is om de infrastructuur in stand te houden en gelijke tred te houden met de ontwikkelingen in de gezondheidszorg', aldus Belfius. Bovendien waarschuwt de bank dat de sector precaire budgetoefeningen te wachten staan in de context van het federaal regeerakkoord.

De cashflowpositie - de mate waarin de ziekenhuizen aan hun kortetermijnverplichtingen kunnen voldoen - is wel lichtjes verbeterd, maar die verbetering is niet structureel: ze is toe te schrijven aan de eenmalige uitbetaling van inhaalbedragen in 2018.

Ook steeg de omzet, met 5,2 procent tot 15,5 miljard. Grootste factor daarin zijn de farmaceutische producten (+10,7 procent), en ook de hogere honoraria van de artsen leverden een belangrijke bijdrage aan de omzetstijging. Die stegen tot 6,4 miljard (+5,3 procent).

Belfius wijst erop dat de evolutie naar bredere zorgorganisaties die met elkaar samenwerken broodnodig is, maar niet zaligmakend. 'Hoewel er in het organiseren van deze netwerken door de sector al zeer veel energie is gestoken, blijven er moeilijke gesprekken voor de boeg. Het gaat dan onder meer over hoe de governance georganiseerd zal worden en over welke zorg waar zal ingericht worden', klinkt het. 'Daarnaast is er op zowel federaal als gewestelijk niveau ook nog wetgeving nodig om de netwerken effectief mogelijk te maken in de praktijk. Er is haast bij om deze samenwerkingsvormen verder op te zetten en de overheden dienen hun rol te spelen om dit mogelijk te maken.'

Een fundamentele hervorming van het huidige systeem van de ziekenhuisfinanciering is cruciaal om de omslag te maken naar een hertekend zorglandschap, luidt de conclusie.