Het fonds kan daardoor grotere bedragen investeren, tot 250.000 euro per bedrijf. Die moeten ook jonge hardwarebedrijven helpen. Zij hebben vaak meer startkapitaal nodig om tot een eerste product te komen dan pure softwarebedrijven. "De nieuwe partners van het fonds zijn ook aangetrokken voor hun ervaring met hardware", zegt programmadirecteur Sven De Cleyn. "Het fonds hoeft na de kapitaalverhoging ook niet meer eventuele meerwaarden op verkochte participaties uit te keren, die mogen geherinvesteerd worden."

Het fonds was ook een coachingprogramma, dat blijft zo?

SVEN DE CLEYN. "Ja, toen het istart-programma in 2011 opgezet werd onder iMinds (het ICT-onderzoekscentrum dat in 2016 met imec fuseerde, nvdr), was het een begeleidingstraject voor technologiestart-ups, waarbij ze ook een investering van 50.000 kregen. In 2017 hebben we daar een fonds van gemaakt, maar de coaching is altijd blijven bestaan. We investeren in een zeer vroeg stadium en dan zitten bedrijven nog volop in de fase dat ze zowel hun product als hun business moeten uitzoeken."

De maximale bedragen zijn per start-up ook weer opgetrokken.

DE CLEYN. "De eerste inleg is altijd 50.000 euro, maar we konden dat al optrekken tot 150.000 euro en dankzij de uitbreiding van het fonds kunnen we tot 250.000 euro gaan. Dat bedrag zal wel nooit in één keer geïnvesteerd worden. We doen dat omdat bedrijven soms nog een extra kleinere kapitaalronde nodig hebben vooraleer ze echt een grote ronde kunnen doen. Soms is hun product nog niet af, zeker hardwarebedrijven hebben vaak een langer ontwikkelingstraject."

Lees verder onder de video

De uitbreiding van het fonds is ook nodig omdat het aanbod aan startkapitaal weer kleiner zou geworden zijn. In België wordt altijd verteld dat vooral de grotere kapitaalrondes het probleem zijn.

DE CLEYN. "De voorbije jaren zijn heel wat fondsen opgestart en de meeste hebben het heel goed gedaan. Voor hun vervolgfonds kunnen ze meer ophalen en daardoor mikken ze automatisch ook op grotere investeringen. Dat heeft het neveneffect dat er een gaatje komt in de markt, namelijk investeringen voor techbedrijven die in een zeer vroeg stadium een beperkt startkapitaal nodig hebben. Er zijn ondertussen ook nieuwe fondsen in België die zich op die heel jonge bedrijven richten, maar we wilden dat deel van het ecosysteem mee versterken. Jonge en beloftevolle techbedrijven alle kansen geven, dat primeert. De keuze om het fonds te veranderen naar een evergreen fonds dat meerwaardes opnieuw mag investeren, is ook ingegeven door die motivatie. Ooit hopen we natuurlijk iets financieel terug te geven, maar dat is nu niet de prioriteit."

Er zullen wellicht ook wat start-ups falen.

DE CLEYN. "Bij ons valt dat zeer goed mee. 15 procent van de 230 bedrijven uit de portfolio zijn niet meer actief. Het is niet altijd tot een faillissement gekomen, meestal zijn ze nog gewoon kunnen stoppen. 70 bedrijven kan je ondertussen als scale-up omschrijven, een techbedrijf met een redelijke omvang: tien of meer medewerkers en een miljoen en meer omzet. Een drietal uit de portfolio hebben zelfs meer dan honderd medewerkers. Het gaat om Posios, Datacamp en Deliverect." (dat onlangs 65 miljoen dollar ophaalde, nvdr)

Het programma bestaat tien jaar, het fonds vier. Is de instroom veranderd?

DE CLEYN. "In de beginjaren waren het voornamelijk jonge wolven met geen of maximaal vijf jaar werkervaring. De bulk van de mensen die zich nu aandienen, zijn ondernemers met meer ervaring. We hebben ons programma daarvoor ook aangepast, met andere workshops. Hoe dan ook wordt het programma gepersonaliseerd volgens de noden van de deelnemer."

Een jaar geleden werd gevreesd dat de Belgische start-ups weggevaagd zouden worden door de coronacrisis.

DE CLEYN. "Voor sommige techbedrijven is de crisis ook een boost geweest voor hun business, anderen hebben zich erdoor kunnen spartelen. De impact verschilt van bedrijf tot bedrijf. Ze zullen allemaal wel eens zwarte sneeuw gezien hebben de voorbije maanden, maar het ziet ernaar uit dat we er niet al te veel zullenverliezen. Dat is positief."

"Ik ben heel optimistisch. De voorbije jaren zijn de omstandigheden en de financieringsmogelijkheden voor jonge techbedrijven fors verbeterd. Voor de coronacrisis kwam ik ook regelmatig in contact met buitenlandse bedrijfsincubatoren en zij waren zeer lovend over de Belgische start-ups. De mentaliteit is ook veranderd, onze ondernemers hebben duidelijk meer ambitie om grote wereldspelers uit te bouwen. De coronacrisis heeft dat allemaal niet aangetast."

Het fonds kan daardoor grotere bedragen investeren, tot 250.000 euro per bedrijf. Die moeten ook jonge hardwarebedrijven helpen. Zij hebben vaak meer startkapitaal nodig om tot een eerste product te komen dan pure softwarebedrijven. "De nieuwe partners van het fonds zijn ook aangetrokken voor hun ervaring met hardware", zegt programmadirecteur Sven De Cleyn. "Het fonds hoeft na de kapitaalverhoging ook niet meer eventuele meerwaarden op verkochte participaties uit te keren, die mogen geherinvesteerd worden."SVEN DE CLEYN. "Ja, toen het istart-programma in 2011 opgezet werd onder iMinds (het ICT-onderzoekscentrum dat in 2016 met imec fuseerde, nvdr), was het een begeleidingstraject voor technologiestart-ups, waarbij ze ook een investering van 50.000 kregen. In 2017 hebben we daar een fonds van gemaakt, maar de coaching is altijd blijven bestaan. We investeren in een zeer vroeg stadium en dan zitten bedrijven nog volop in de fase dat ze zowel hun product als hun business moeten uitzoeken." DE CLEYN. "De eerste inleg is altijd 50.000 euro, maar we konden dat al optrekken tot 150.000 euro en dankzij de uitbreiding van het fonds kunnen we tot 250.000 euro gaan. Dat bedrag zal wel nooit in één keer geïnvesteerd worden. We doen dat omdat bedrijven soms nog een extra kleinere kapitaalronde nodig hebben vooraleer ze echt een grote ronde kunnen doen. Soms is hun product nog niet af, zeker hardwarebedrijven hebben vaak een langer ontwikkelingstraject."Lees verder onder de videoDE CLEYN. "De voorbije jaren zijn heel wat fondsen opgestart en de meeste hebben het heel goed gedaan. Voor hun vervolgfonds kunnen ze meer ophalen en daardoor mikken ze automatisch ook op grotere investeringen. Dat heeft het neveneffect dat er een gaatje komt in de markt, namelijk investeringen voor techbedrijven die in een zeer vroeg stadium een beperkt startkapitaal nodig hebben. Er zijn ondertussen ook nieuwe fondsen in België die zich op die heel jonge bedrijven richten, maar we wilden dat deel van het ecosysteem mee versterken. Jonge en beloftevolle techbedrijven alle kansen geven, dat primeert. De keuze om het fonds te veranderen naar een evergreen fonds dat meerwaardes opnieuw mag investeren, is ook ingegeven door die motivatie. Ooit hopen we natuurlijk iets financieel terug te geven, maar dat is nu niet de prioriteit."DE CLEYN. "Bij ons valt dat zeer goed mee. 15 procent van de 230 bedrijven uit de portfolio zijn niet meer actief. Het is niet altijd tot een faillissement gekomen, meestal zijn ze nog gewoon kunnen stoppen. 70 bedrijven kan je ondertussen als scale-up omschrijven, een techbedrijf met een redelijke omvang: tien of meer medewerkers en een miljoen en meer omzet. Een drietal uit de portfolio hebben zelfs meer dan honderd medewerkers. Het gaat om Posios, Datacamp en Deliverect." (dat onlangs 65 miljoen dollar ophaalde, nvdr)DE CLEYN. "In de beginjaren waren het voornamelijk jonge wolven met geen of maximaal vijf jaar werkervaring. De bulk van de mensen die zich nu aandienen, zijn ondernemers met meer ervaring. We hebben ons programma daarvoor ook aangepast, met andere workshops. Hoe dan ook wordt het programma gepersonaliseerd volgens de noden van de deelnemer."DE CLEYN. "Voor sommige techbedrijven is de crisis ook een boost geweest voor hun business, anderen hebben zich erdoor kunnen spartelen. De impact verschilt van bedrijf tot bedrijf. Ze zullen allemaal wel eens zwarte sneeuw gezien hebben de voorbije maanden, maar het ziet ernaar uit dat we er niet al te veel zullenverliezen. Dat is positief.""Ik ben heel optimistisch. De voorbije jaren zijn de omstandigheden en de financieringsmogelijkheden voor jonge techbedrijven fors verbeterd. Voor de coronacrisis kwam ik ook regelmatig in contact met buitenlandse bedrijfsincubatoren en zij waren zeer lovend over de Belgische start-ups. De mentaliteit is ook veranderd, onze ondernemers hebben duidelijk meer ambitie om grote wereldspelers uit te bouwen. De coronacrisis heeft dat allemaal niet aangetast."