Risicokapitaal aantrekken is in België, zeker voor geavanceerde technologiestart-ups, niet gemakkelijk. Ook al is de perceptie soms anders." Die zin stond vorige week in het persbericht waarmee de Antwerpse blockchainstart-up T-Mining zijn nieuwe kapitaalronde bekendmaakte. Het bedrag werd niet bekendgemaakt, wel dat er behalve privékapitaal ook inbreng is van de publieke investeringsmaatschappij PMV en de techaccelerator imec.istart, die ook overheidssteun krijgt.

Wanneer je aan start-ups denkt, doemt al snel het beeld op van de vrijgevochten ondernemer uit Silicon Valley, die zich ver houdt van de overheid. De realiteit is anders. Economen toonden al aan dat de overheden een grote rol spelen in start-up-ecosystemen en dat start-ups, zeker in vroege fasen, sterk steunen op overheidsinvesteringen.

Dat geldt dus ook voor België. Hier investeert een rist overheidsorganisaties al jaren in start-ups. Cijfers zijn moeilijk te vinden door de regionale versnippering en een slechte aflijning van het begrip start-up. Aan Vlaamse kant alleen al zou de investeringsmaatschappij PMV in de periode 2014-2018 deelgenomen hebben aan deals ter waarde van 224 miljoen euro.

Een Europees fenomeen

Hoe groot is de rol van de overheid dan? Volgens Omar Mohout van de onderzoeksorganisatie Sirris investeren in België vooral regionale overheidsorganisaties. De belangrijkste zijn het Vlaamse PMV, het Limburgse LRM en het Waalse SRIW. Investeringen zijn moeilijk te volgen, omdat die organisaties niet enkel in start-ups investeren. Bovendien is hun aandeel in kapitaalrondes niet altijd duidelijk, zoals bij T-Mining. Samen waren die fondsen tussen 2014 en 2018 betrokken bij deals ter waarde van 379 miljoen euro. De focus ligt op zaaikapitaal en de eerste grote kapitaalronde, 'serie A' in jargon.

Dit is een breder Europees fenomeen. De Franse overheidsorganisatie Bpifrance bleek in 2016-2017 de meest actieve investeerder in Europa. Bekijken we investeringen in de jongste tien jaar, dan spant het Duitse Gründerfonds, opnieuw een overheidsorganisatie, de kroon.

Overheden zijn dus belangrijke investeerders in start-ups, maar waarom zou een staat dat doen? "Economisch weefsel moet zich vernieuwen en overheden beseffen dat", verklaart Koenraad Debackere, professor aan de KU Leuven, waar hij zich specialiseert in innovatie. "Dat gebeurt enerzijds in bestaande bedrijven. Maar vernieuwen gebeurt ook door de creatie van nieuwe ondernemingen. Zeker in het verleden zagen we in Vlaanderen te weinig bedrijven opgericht worden. Waar zo'n deficit bestaat, stappen overheden vaak naar voren om het economische weefsel meer dynamiek te geven."

Innovatie

Op Vlaams niveau is PMV de belangrijkste actor op dat gebied. De ParticipatieMaatschappij Vlaanderen investeert in allerlei bedrijven, waaronder ook start-ups. In hun werk leggen ze vooral de nadruk op marktfalen. "Het uitgangspunt is altijd dat we niet investeren in sectoren of segmenten waarin de markt haar rol naar behoren speelt", vertelt Michel Casselman, general manager bij PMV. "Je ziet wel dat de interesse van privé-investeerders beperkt is in gebieden waar de risico's hoog liggen en de rendementen lager. Als we dan als maatschappij niets zouden doen, laten we heel wat innovatie links liggen."

Is dat wel een taak van de overheid? Zeker als je weet dat ze met belastinggeld risicovolle investeringen doet? "Het gaat inderdaad om grote risico's", vertelt Casselman. "Daar staat niet altijd een return on investment tegenover die op het niveau ligt van die van een normaal durfkapitaalfonds. Niettemin is het de bedoeling dat we als investeringsmaatschappij winstgevend zijn, en dat is de voorbije jaren ook telkens gelukt. We kosten dus geen geld aan de belastingbetaler."

Daarnaast wordt ook nauw samengewerkt met privé-investeerders. "We investeren in segmenten waar niet al het potentieel vervuld wordt", vertelt Casselman. "Maar in dat segment werken we zoals een normaal durfkapitaalfonds. We bekijken welke de goede dossiers zijn en investeren daar dan samen met anderen in. PMV investeert nooit alleen, we werken constant samen met privé-investeerders. We hebben veel aandacht voor het functioneren van de markt, en we stellen dezelfde voorwaarden als andere investeerders"

"Wij zitten altijd in de zaal", stelt Casselman. "Vaak zijn er periodes waarin anderen vechten om op de eerste rij te zitten, en er zijn momenten waar niemand voor ons wil zitten en wij op de eerste rij terechtkomen, maar wij zijn diegenen die altijd in de zaal zitten."

Wallonië

Aan de andere kant van de taalgrens speelt zich een vergelijkbaar verhaal af. De Waalse overheid financiert een reeks fondsen die geheel of deels met start-ups werken. Het WING Fund (Wallonia Innovation and Growth) is daar één van. Het focust op vroege start-ups en het regionale investeringsfonds SRIW biedt ondersteuning.

"Onze jury bestaat grotendeels uit ex-ondernemers", vertelt Pierre Rion, ondernemer, businessangel en voorzitter van het investeringscomité van WING. "We ontstonden in 2016 uit het Digital Wallonia-plan, dat hoopt de digitale economie en vooral start-ups te stimuleren in Wallonië."

Om dat te doen, kreeg het fonds 50 miljoen euro van de Waalse overheid en Belfius legde nog eens 10 miljoen euro bij. De bedragen gaan tot 500.000 euro per investering. Het fonds richt zich vooral op de risicovolle eerste fasen van een start-up, en corrigeert opnieuw marktfalen. "We zagen, zeker een aantal jaar terug, dat er te weinig privé-investeerders waren die in digitale start-ups durfden te investeren", getuigt Rion. "Dat segment was anders dan klassieke investeringen en niemand durfde ervoor te gaan. Daarom richtten we het WING Fund op."

Net als PMV benadrukt WING de samenwerking met privé-investeerders. "Als we meer dan 50.000 euro investeren, moeten we per definitie co-investeerders hebben", vertelt Rion. "Publiek geld moet de rol spelen van een aanmaakblokje op een barbecue. Wij brengen het vuur, dat de kolen de kans geeft te gaan gloeien. De kolen zijn de privé-investeerders. De overheid moet de richting aangeven en alles in gang zetten, daarna mag de privé het initiatief overnemen."

WING investeerde al meer dan 7 miljoen euro in 57 start-ups, waaronder veelbelovende bedrijfjes zoals Koalect, ListMinut en e-peas. "Return on investment is niet ons grote doel", vertelt Rion. "Maar ik hoop dat ik de overheid aan het einde van de rit haar cheque van 60 miljoen euro kan teruggeven, en erbij vertellen dat ze er nog een heel ecosysteem bovenop krijgt."

Vliegwiel

"Soms moet de overheid het vliegwiel draaiende houden", vertelt professor Debackere over het Belgische ecosysteem van start-ups. "Die combinatie van de overheid die een impuls geeft, en de markt die het dan overneemt, werkt erg goed."

Nu privé-investeerders op gang zijn getrokken en steeds grotere bedragen in Belgische start-ups investeren, moet de overheid volgens Debackere de motor worden voor investeringen in scale-ups, dat zijn de start-ups die na een paar jaar experimenteren het goede zakenmodel hebben gevonden en klaar zijn voor snelle groei. Dat vergt wel grotere bedragen.

Volgens Debackere gaat het, in tegenstelling tot in vroegere fasen, wel minder om directe investeringen. De overheid moet daarvoor meer via privéfondsen werken. Via een overkoepelend fonds dat investeert in andere durfkapitaalfondsen bijvoorbeeld. Die functie vervult PMV al deels. "In die latere fase is de rol van de privésector veel groter dan die van de overheid", stelt Debackere. "En dat moet ook zo zijn, net omdat scale-ups zeer hoge kapitaalbehoeften hebben. De overheid kan dat natuurlijk niet allemaal zelf invullen. De privésector is nu aan zet."

'Ons concept was te nieuw'

Een start-up die vroege overheidssteun kreeg, is Unifly. De Antwerpse start-up bouwt controlesystemen die drones veilig in ons luchtruim integreren. De onderneming haalde tot nu toe meer dan 20 miljoen euro op en groeide uit tot een bedrijf met 33 werknemers. Dat moeten er op korte termijn dubbel zoveel worden. Het plaatje zag er niet altijd zo rooskleurig uit. Zeker de eerste ronde liep stroef.

"Dat is natuurlijk altijd de moeilijkste", vertelt Marc Kegelaers, de CEO van Unifly. "Je moet geld ophalen om een eerste product te bouwen, en zo successen te beginnen boeken. Zeker in ons geval was dat een uitdaging, want ons concept was nog zo nieuw. PMV heeft toen een cruciale rol gespeeld."

PMV deed al mee in de drie kapitaalrondes die Unifly sindsdien doorvoerde, maar zeker in die eerste ronde had ze veel impact. Het overheidsfonds zorgde voor de helft van het zaaikapitaal van Unifly, een privéfonds vulde de andere helft in. "Soms vind ik privé-investeerders in België hallucinant risicoavers", reageert Kegelaers. "Ze willen vaak zeer gedetailleerde voorspellingen op een termijn van vijf jaar, wat in een hoogtechnologische, jonge en snel veranderende sector zoals de onze onmogelijk is. Durfkapitaalfondsen gedragen zich soms meer als risicoaverse banken dan als investeerders."

Zodra Unifly van de grond raakte, bleef PMV ook aan boord voor de volgende twee rondes. Het koos dan voor een kleinere rol en liet ruimte aan privé-investeerders om hun rol op te nemen. "Unifly heeft behoorlijk wat te danken aan PMV. Zij waren bereid risico te nemen op een moment dat de privésector aan de zijlijn bleef", besluit Kegelaers. "Ik ben nogal liberaal van opvatting. Daarom vind ik het jammer dat de overheid die rol moest spelen, maar zonder zouden we niet staan waar we nu staan."