In januari 2021 werden 23.640 vacatures rechtstreeks gemeld aan de VDAB. Dat is 16,3 procent minder dan in januari 2020. Het voorbije jaar kwamen bij de VDAB 236.217 vacatures binnen, of 20,1 procent minder dan in de twaalf maanden daarvoor. Dat is een gevolg van de economische krimp van meer dan 6 procent die corona vorig jaar heeft veroorzaakt.
...

In januari 2021 werden 23.640 vacatures rechtstreeks gemeld aan de VDAB. Dat is 16,3 procent minder dan in januari 2020. Het voorbije jaar kwamen bij de VDAB 236.217 vacatures binnen, of 20,1 procent minder dan in de twaalf maanden daarvoor. Dat is een gevolg van de economische krimp van meer dan 6 procent die corona vorig jaar heeft veroorzaakt. Het Steunpunt Werk en Sociale Economie schrijft in zijn februarirapport dat het aantal ontvangen vacatures in 2020 met 17,6 procent is gedaald. Er is een sterke afname van de vacatures voor vaste contracten (-19,5%), hooggeschoolde banen (-19,4%) en banen die geen (-19,9%) of enige ervaring (-18,7%) vereisen. In de grootste sectoren tekende enkel de gezondheidszorg een toename van het aantal ontvangen vacatures op (+2,2%). De grootste daling was er in de horeca (-50%) en cultuur, sport en recreatie (-30,2%). Naast het aantal ontvangen vacatures is het aantal openstaande vacatures een belangrijke indicator van de werking van de arbeidsmarkt. In december 2020 waren er 9064 minder openstaande vacatures (-19,6%). Maar volgens het jaarverslag van de Nationale Bank blijft het totale aantal openstaande vacatures hoog, vooral in Vlaanderen, met 85.000 niet-ingevulde vacatures. In Wallonië zijn dat er 28.000 en in Brussel 19.000. Ondanks de stijging van de werkloosheid (van 5,4 naar 5,7%) slaagden sommige ondernemingen er niet in snel medewerkers te vinden. De toename van het aantal werklozen en de afname van het aantal openstaande vacatures leidde wel tot een lichte ontspanning op de Vlaamse arbeidsmarkt. Terwijl er in 2019 3,8 niet-werkende werkzoekenden waren per openstaande VDAB-vacature, nam die verhouding in 2020 toe tot 5 werklozen per vacature. De spanningsratio blijft daarmee wel lager dan tussen 2009 en 2017. "De Vlaamse arbeidsmarkt blijft vrij krap", stelt het Steunpunt Werk en Sociale Economie. In 2014 lag de spanningsratio nog boven 9 (zie grafiek hieronder).Volgens de VDAB blijft het probleem van de knelpuntberoepen bestaan. "Zorg, bouw, technologie en IT blijven sectoren met grote aantallen knelpuntberoepen", staat in haar jaarlijkse studie daarover. "Ook in de gezondheids- en de welzijnszorg, die dit jaar met extra uitdagingen te maken kregen, veroorzaakt de krapte grote problemen. Naast die vaste waarden zijn er in 2021 enkele nieuwe knelpuntberoepen die hun oorzaak eerder lijken te vinden in de grote kloof tussen de verwachtingen van werkgevers en kandidaten." Verplegers voeren met zo'n 5000 openstaande vacatures de ranking van knelpuntberoepen aan. In de top tien staan ook veel technische beroepen, zoals technicus voor industriële installaties, onderhoudsmecanicien en ICT-analist-ontwikkelaar. Werfleider in de bouw en bestuurder van trekkers en opleggers prijken al jaren in de top tien en blijven daar staan. Door corona verdwenen autocarbestuurders, rij-instructeurs en horecapersoneel uit de lijst, maar dat is volgens de VDAB slechts tijdelijk: "Het is aannemelijk dat bij een herneming van de normale economische activiteit structurele knelpuntberoepen die tijdens de eerste en de tweede lockdown minder 'knellend' waren opnieuw problemen zullen opleveren voor werkgevers die op zoek gaan naar geschikt personeel." De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst vreest bij een herneming zelfs grotere aanwervingsproblemen, aangezien sommige werknemers de sector verlaten om te kiezen voor werkzekerheid in een ander beroep. Ook wordt voorspeld dat het tekort aan gezondheidspersoneel een blijver is, omdat er relatief veel vijftigplussers in die groep zitten die straks de arbeidsmarkt verlaten. De knelpuntenberoepen zijn niet de enige verklaring voor de blijvende spanningen op de arbeidsmarkt. Experts hebben er al op gewezen dat in crisissen de structurele zwakheden van de Belgische arbeidsmarkt zichtbaar worden: de gebrekkige geografische beroepsmobiliteit van de Belgen en de geringe transitie van werkloosheid en inactiviteit naar werk. Op een arbeidsmarkt met weinig beweging hebben mensen met een baan een relatieve werkzekerheid. Aan de andere kant zijn werkzoekenden langer werkloos. In België staat 44 procent van de werkzoekenden langer dan een jaar aan de kant. Slechts 30 procent van de werklozen slaagt er binnen het jaar in opnieuw werk te vinden. 33 procent van de werklozen wordt inactief en 88 procent van de inactieven (zij die zich niet aanbieden op de arbeidsmarkt) is na een jaar nog altijd niet aan de slag. In haar jongste jaarverslag wijst de Nationale Bank op enkele maatregelen die de transitie de voorbije jaren hebben verbeterd, zoals het activeringsbeleid en de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. Een belangrijk werkpunt blijft de werkloosheidsval: voor laaggeschoolden is het financieel nog altijd weinig stimulerend om van werkloosheid over te stappen naar een laagbetaalde baan.