Net voor de zomer werd DataStories door het onderzoeksbureau Gartner verkozen als 'cool vendor' van software om complexe businessdata mee te analyseren. Die erkenning is belangrijk voor het Turnhoutse bedrijf dat zich specialiseert in selfservicesoftware. De status van 'cool vendor' is felbegeerd. Wereldwijd gebruiken grote bedrijven de rapporten van Gartner om te beslissen in welke software ze investeren.
...

Net voor de zomer werd DataStories door het onderzoeksbureau Gartner verkozen als 'cool vendor' van software om complexe businessdata mee te analyseren. Die erkenning is belangrijk voor het Turnhoutse bedrijf dat zich specialiseert in selfservicesoftware. De status van 'cool vendor' is felbegeerd. Wereldwijd gebruiken grote bedrijven de rapporten van Gartner om te beslissen in welke software ze investeren. Met de erkenning treedt DataStories in de voetsporen van Showpad en Collibra. Die twee bekende Belgische techbeloften willen binnen enkele jaren 100 miljoen dollar omzet halen. DataStories is nog een maatje kleiner, met een omzet tussen 1,5 en 2 miljoen euro en twintig medewerkers. De voorbije twee jaar is zijn omzet wel verdubbeld. Ook dit jaar wil oprichtster en CEO Katya Vladislavleva snel blijven groeien en een marktleider worden. "In software - en zeker in de niche van de artificiële intelligentie - kun je met twintig of veertig mensen al enorm veel bereiken", zegt Vladislavleva, een wiskundige van Russische origine."In 2011 heb ik mijn academische carrière stopgezet om DataStories op te starten", vertelt Vladislavleva. "Ik doceerde aan de Universiteit Antwerpen, maar vond dat ik als ondernemer een grotere impact kon hebben. Tijdens mijn onderzoek had ik vastgesteld hoe artificiële intelligentie grote problemen kan oplossen, en in het bijzonder dingen kan voorspellen. Met onze software helpen we bijvoorbeeld chemiebedrijven, die aan steeds meer Europese regels moeten voldoen. Een voedingsproducent wilde zijn productie verbeteren om de verspilling van grondstoffen te voorkomen. En een andere fabrikant gebruikte onze software om de samenstelling van zijn detergenten 10 procent goedkoper te maken, zonder aan de kwaliteit te raken." DataStories heeft mooie referenties, met onder meer Barry Callebaut, AB InBev, Recticel, Atlas Copco en SABIC. Die grote vertegenwoordiging van industriële reuzen onder zijn klanten is te danken aan de achtergrond van Vladislavleva en haar team. Na haar studie in Moskou en Eindhoven werkte ze voor haar doctoraat over datagedreven probleemoplossingen samen met Dow Chemical. "We hebben veel ervaring opgebouwd in de industrie en de chemie. Het is uitdagend voor zulke grote bedrijven te werken. De onderhandelingen kunnen lang aanslepen en daarna kan het ook nog maanden duren voordat de officiële bestelling binnenkomt en we echt kunnen beginnen. Maar het loopt steeds beter en we zijn ervan overtuigd dat wij op dit moment de grootste meerwaarde kunnen creëren voor grote klanten. Het voorbije jaar hebben we hard gewerkt om onze software zo goed mogelijk af te stemmen op de behoeften van grote ondernemingen. Maar onze software is inzetbaar in alle sectoren. Alle bedrijven moeten binnen de twee kwartalen een eerste return zien als ze onze software gebruiken." DataStories verkoopt zijn software via een abonnementsformule. Om potentiële klanten te overtuigen biedt het ook consultancy aan. "Die levert nu nog de helft van de omzet op. Op termijn moet dat aandeel afnemen tot 20 procent. Consultancy werkt goed voor een eerste testproject en om ons potentieel te bewijzen. Maar onze software is wel zo opgezet dat bedrijven er volledig zelf mee aan de slag kunnen. De industrie gaat door een digitale transformatie. Bedrijven waren vroeger al bezig met data-analyse. Ze gebruikten daarvoor de term businessintelligence: het ging om vrij eenvoudige analyses en visualisaties van data. Je had daarnaast complexe tools van datawetenschappers. Wij verlagen in ons softwareplatform de drempel voor betere en complexere analyses met hulp van artificiële intelligentie. In de bedrijven kunnen dan meer medewerkers dan enkel de gespecialiseerde datawetenschappers waarde uit hun data halen. De datawetenschappers die in het bedrijf werken, krijgen tools waarmee ze beter kunnen communiceren met hun interne klanten." "We zijn in 2011 gestart met eigen middelen en een innovatiesubsidie van het Agentschap Innoveren & Ondernemen (Vlaio)", blikt Katya Vladislavleva terug. "Pas later volgde een beperkte inbreng van enkele privé-investeerders. Vorig jaar hebben we 2,2 miljoen euro opgehaald als zaaikapitaal, de helft bij Newion en de helft bij die eerdere private investeerders." Het Nederlandse fonds Newion had eerder ook geïnvesteerd in Collibra en Deliverect. "De verdere uitbouw van de verkoop en de marketing heeft nu prioriteit", zegt Vladislavleva. "De voorbije jaren focusten we wat meer op de ontwikkeling van ons product, nu komt het erop aan onze groei te versnellen. Winst maken is geen prioriteit, want wij willen groeien - daarom overwegen we midden 2020 een volgende investeringsronde te doen. De investeringen moeten ervoor zorgen dat we op lange termijn nog rendabeler worden en sneller een marktleider worden voor alle formuleringsindustrieën" (zoals chemie- en voedingsbedrijven, nvdr). Met het aantrekken van durfkapitaal komt ook de vraag of Vladislavleva al denkt aan een exit. Fondsen willen doorgaans binnen de zeven à tien jaar uit een bedrijf kunnen stappen, in België meestal door de verkoop van de onderneming. Zo verkocht de Belgische sectorgenoot Trendminer zich in 2018 aan het Duitse Software AG. "Dat is nog niet aan de orde", zegt Vladislavleva. "We hebben het bedrijf zo gebouwd dat het nog snel kan groeien, we zitten nog maar aan het begin van onze groeicurve. Zeg natuurlijk nooit nooit. Samen met onze aandeelhouders richten we ons op wat het beste is voor DataStories. Voor andere softwarebedrijven is het niet altijd slecht zich aan te sluiten bij een grotere speler, om te profiteren hun grotere verkooporganisatie."