Volgend jaar vieren we de tachtigste verjaardag van de eerste start-up in Silicon Valley. In 1939 richtten Bill Hewlett en David Packard in een garage nabij de universiteit van Stanford Hewlett-Packard op. Hun succes zou een generatie van ondernemers inspireren te knokken voor hun creaties. Vandaag is die garage een van de historische bezienswaardigheden van Californië. Maar wat ze vertegenwoordigt - een goedkope plek in Silicon Valley om een bedrijf te lanceren - staat op het punt verleden tijd te worden.
...

Volgend jaar vieren we de tachtigste verjaardag van de eerste start-up in Silicon Valley. In 1939 richtten Bill Hewlett en David Packard in een garage nabij de universiteit van Stanford Hewlett-Packard op. Hun succes zou een generatie van ondernemers inspireren te knokken voor hun creaties. Vandaag is die garage een van de historische bezienswaardigheden van Californië. Maar wat ze vertegenwoordigt - een goedkope plek in Silicon Valley om een bedrijf te lanceren - staat op het punt verleden tijd te worden. De Baai van San Francisco is de belangrijkste technologische hub ter wereld. Er is een krachtige combinatie van getalenteerde ondernemers en ingenieurs, de nabijheid van uitstekende universiteiten, een grote pot durfkapitaal en een bedrijfscultuur die van risico's houdt. Het is de bakermat van veel vooraanstaande technologische ondernemingen, waaronder Apple, Alphabet (het moederbedrijf van Google), Facebook, Netflix en Tesla. De jongste tijd heeft de regio veel van zijn aantrekkingskracht verloren als ideale plaats voor start-ups om van de grond te komen. Dat heeft drie redenen. Om te beginnen heeft Silicon Valley het mogelijk gemaakt om gelijk waar een bedrijf te leiden. Door berichtendiensten, videoconferenties, productiviteitssoftware en managementtools zijn start-ups 'verspreide' entiteiten geworden, met werknemers over de hele wereld. Ten tweede is San Francisco de duurste stad in Amerika geworden. Een gezin dat het moet rooien met minder dan 120.000 dollar (105.000 euro) per jaar wordt bij de lage inkomens gerekend. Minder mensen kunnen het zich veroorloven te werken voor een start-up die nog niets heeft bewezen. Volgens het vastgoedbedrijf CBRE kost het 62,4 miljoen dollar (55 miljoen euro) per jaar om in San Francisco een bedrijf met 500 werknemers en een oppervlakte van 7000 vierkante meter te huisvesten. Dat is 50 procent meer dan in Portland en Atlanta en dubbel zoveel als in Vancouver en Toronto. In 2019 zullen meer ondernemers de voorkeur geven aan andere steden om hun start-up te lanceren. Een laatste reden is de bedreigende aanwezigheid van de technologische giganten. Ze laten start-ups heel weinig ruimte om tot wasdom te komen. De giganten kunnen werknemers lokken met grote sommen geld en aandelen. Daardoor hebben start-ups het bijzonder moeilijk om goede mensen te vinden. Ingenieurs met een universitair diploma verdienen nu evenveel als professionele sportlui, tussen 5 en 10 miljoen dollar per jaar. Silicon Valley is een slachtoffer van zijn eigen succes. Geen enkele andere regio zal zijn positie innemen, maar veel andere plaatsen kunnen er wel van profiteren. Als die verschuiving ertoe leidt dat innovatie geografisch diverser en inclusiever wordt, dan kunnen we dat enkel toejuichen. Maar als Silicon Valley de kwalijke trekken van Wall Street overneemt en gedomineerd wordt door bedrijven die ' too big to fail' zijn, met een cultuur die enkel gericht is op geld verdienen, dan zou dat jammer zijn. 2019 wordt een test om te zien of Silicon Valley zijn voorsprong kan vasthouden.