Het Agentschap van de Schuld geeft overheidsobligaties en ander schuldpapier uit waarmee ons land geld leent. Dinsdag trok het Agentschap van de Schuld de netto financieringsbehoefte van de federale overheid voor dit jaar op met 8,5 miljard euro tot 39,9 miljard euro, een gevolg van de coronacrisis. 'Dat bedrag van bijna 40 miljard euro komt neer op het begrotingstekort', zegt directeur Jean Deboutte in een toelichting bij het jaarverslag.

Begrotingstekort

Door het oplopende begrotingstekort stijgen de bruto financieringsbehoeften in 2020 tot 60,35 miljard euro. Het verschil tussen bruto en netto zit in de terugbetaling van de al lopende leningen. De schatkist haalde intussen al 63,3 procent van de aangepaste financieringsbehoefte op tegen een gemiddelde rentevoet van 0,183 procent. De gemiddelde looptijd bedraagt 14,06 jaar.

Uit recente ramingen van de Nationale Bank (NBB) blijkt dat het begrotingstekort dit jaar zou uitkomen op 10,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), en vervolgens op zowat 6 procent van het bbp in 2021 en 2022. De schuld zou dit jaar toenemen tot 118 procent van het bbp, al moet er bij dit cijfer volgens het schuldagentschap wel rekening mee gehouden worden dat dit behalve van de toename van de schuld ook het gevolg is van de afname van het bbp.

EU

Het schuldagentschap geeft woensdag nog aan dat het de mogelijkheid bekijkt om gebruik te maken van het nieuwe SURE-instrument van de Europese Unie. Dat voorziet voor de lidstaten 100 miljard euro voor behoud van banen en bedrijven. De lidstaten kunnen op die manier het financieringsvoordeel van de Europese Unie benutten. En wat financieringsvoordelen betreft, kunnen de regionale entiteiten in België zich volgens het Agentschap van de Schuld voordeliger financieren mochten ze dit doen via het agentschap. De rente van het agentschap ligt namelijk 0,3 procent (of soms zelfs 0,4 à 0,5 procent) lager dan die van de gewesten en gemeenschappen, klinkt het. Op een schuld van de gewesten en gemeenschappen van 63,2 miljard euro is op termijn zo een besparing van zowat 200 miljoen euro mogelijk. Het schuldagentschap benadrukt evenwel dat het nog maar om een denkoefening gaat. De financieringsvoordelen zouden voor de verschillende regio's min of meer gelijkaardig zijn.

In 2019 steeg de gemiddelde looptijd van de Belgische schuldportefeuille van 9,62 jaar tot 9,81 jaar, blijkt uit het jaarverslag. 'Daarmee werd onze doelstelling van iets onder de 10 jaar dus gehaald. Dat lijkt ons een goed punt', zegt Deboutte. De impliciete rente daalde van 2,17 procent eind 2018 tot 2,00 procent. Begin 2010 lag ze nog om en bij de 4 procent. De bruto financieringsbehoeften stegen in 2019 licht (+1,1 miljard euro) tot 34,74 miljard euro, al was dat te wijten aan een 'technische factor' (de overname van de OLO-portefeuille van de Deposito- en Consignatiekas).

Het Agentschap van de Schuld geeft overheidsobligaties en ander schuldpapier uit waarmee ons land geld leent. Dinsdag trok het Agentschap van de Schuld de netto financieringsbehoefte van de federale overheid voor dit jaar op met 8,5 miljard euro tot 39,9 miljard euro, een gevolg van de coronacrisis. 'Dat bedrag van bijna 40 miljard euro komt neer op het begrotingstekort', zegt directeur Jean Deboutte in een toelichting bij het jaarverslag. Door het oplopende begrotingstekort stijgen de bruto financieringsbehoeften in 2020 tot 60,35 miljard euro. Het verschil tussen bruto en netto zit in de terugbetaling van de al lopende leningen. De schatkist haalde intussen al 63,3 procent van de aangepaste financieringsbehoefte op tegen een gemiddelde rentevoet van 0,183 procent. De gemiddelde looptijd bedraagt 14,06 jaar.Uit recente ramingen van de Nationale Bank (NBB) blijkt dat het begrotingstekort dit jaar zou uitkomen op 10,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), en vervolgens op zowat 6 procent van het bbp in 2021 en 2022. De schuld zou dit jaar toenemen tot 118 procent van het bbp, al moet er bij dit cijfer volgens het schuldagentschap wel rekening mee gehouden worden dat dit behalve van de toename van de schuld ook het gevolg is van de afname van het bbp.Het schuldagentschap geeft woensdag nog aan dat het de mogelijkheid bekijkt om gebruik te maken van het nieuwe SURE-instrument van de Europese Unie. Dat voorziet voor de lidstaten 100 miljard euro voor behoud van banen en bedrijven. De lidstaten kunnen op die manier het financieringsvoordeel van de Europese Unie benutten. En wat financieringsvoordelen betreft, kunnen de regionale entiteiten in België zich volgens het Agentschap van de Schuld voordeliger financieren mochten ze dit doen via het agentschap. De rente van het agentschap ligt namelijk 0,3 procent (of soms zelfs 0,4 à 0,5 procent) lager dan die van de gewesten en gemeenschappen, klinkt het. Op een schuld van de gewesten en gemeenschappen van 63,2 miljard euro is op termijn zo een besparing van zowat 200 miljoen euro mogelijk. Het schuldagentschap benadrukt evenwel dat het nog maar om een denkoefening gaat. De financieringsvoordelen zouden voor de verschillende regio's min of meer gelijkaardig zijn. In 2019 steeg de gemiddelde looptijd van de Belgische schuldportefeuille van 9,62 jaar tot 9,81 jaar, blijkt uit het jaarverslag. 'Daarmee werd onze doelstelling van iets onder de 10 jaar dus gehaald. Dat lijkt ons een goed punt', zegt Deboutte. De impliciete rente daalde van 2,17 procent eind 2018 tot 2,00 procent. Begin 2010 lag ze nog om en bij de 4 procent. De bruto financieringsbehoeften stegen in 2019 licht (+1,1 miljard euro) tot 34,74 miljard euro, al was dat te wijten aan een 'technische factor' (de overname van de OLO-portefeuille van de Deposito- en Consignatiekas).