De groei van de Amerikaanse productie van schalie-olie doet de druk van de olieprijs op de economische groei afnemen. En misschien vallen er nog wat kruimels van tafel voor Europa.

Sinds Rusland in de jaren tachtig heeft geen enkel land zo'n grote stijging van de olieproductie gerealiseerd als de Verenigde Staten. De economische implicaties zijn enorm, oordeelt de zakenbank Goldman Sachs in een recent rapport.

Het belangrijkste gevolg is dat de druk van de olieprijs op de economische groei geleidelijk aan afneemt. In het vorige decennium deed een hogere economische groei steevast de vraag naar olie stijgen.

Met het gevolg dat olie duurder werd, zodat de inflatie in de hoogte ging en de groei werd afgeremd. Vooral de Verenigde Staten profiteren ervan dat die vicieuze cirkel wordt doorbroken.

In eigen behoeften voorzien

Maar Johan Braem, senior equityanalist bij Econopolis, relativeert de impact van schalieolie en schaliegas. De Verenigde Staten produceren nu ongeveer 6 tot 7 miljoen vaten per dag. Dat cijfer zullen ze binnen tien jaar kunnen optrekken naar 10 miljoen.

"Maar momenteel verbruiken ze elk dag ongeveer 18 miljoen vaten. Misschien produceren ze binnen tien jaar wel evenveel als Saudi-Arabië, maar door de grootte van hun economie kunnen ze nog niet helemaal zelf in hun energiebehoeften voorzien."

Stabielere olieprijs

"Door de schalieolie gaan we een stabielere prijs krijgen," stellen de onderzoekers van Goldman Sachs, "wellicht iets lager dan vandaag, en mogelijk na 2016 nog een pak lager."

Stijn Decock, hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Voka, houdt echter een slag om de arm: "Ik wacht nog altijd op exacte cijfers over de impact van schalieolie, want blijkbaar hebben die oliebronnen vrij hoge 'climb rates'. Dat wil zeggen dat ze relatief sneller uitgeput raken. Aangezien het grootste deel van het Amerikaanse tekort op de handelsbalans te wijten is aan de energie-import, kan die daardoor wel meer in evenwicht komen."

Geopolitieke risico's

Maar de Amerikanen profiteren vooral doordat geopolitieke risico's veel minder dan vroeger een weerslag zullen hebben op de prijs, vindt Decock. "Die zal bij wijze van spreken alleen nog in de hoogte gaan bij een zware storm of een andere calamiteit."

Maar dat wil niet zeggen dat olie fors goedkoper zal worden. "De productie uit de bestaande olievelden halveert de komende twintig jaar", merkt Braem op. "Ze zal worden vervangen door dure olie, uit diepzeebronnen, of door schalieolie, maar de productiekosten bedragen dan toch snel 60 à 90 dollar per vat. Ik denk niet dat de olieprijs de komende jaren met 20 dollar of meer per vat zal dalen."

Made in the USA

Naast schalieolie is er ook schaliegas, maar Goldman Sachs denkt dat de belangrijkste impact daarvan wellicht al achter de rug is: een volgehouden daling van de kostprijs van Amerikaans gas.
Want in feite zijn er drie regionale markten voor gas, in plaats van één wereldmarkt. Voor dezelfde hoeveelheid gas werd eind november op de Aziatische markt 17,3 dollar betaald, in Europa 11,83 dollar en in de Verenigde Staten... amper 3,46 dollar.

Die lage energieprijzen trekken nieuwe investeringen aan. Daardoor is er sprake van een herindustrialisering in Noord-Amerika. "Dat proces gaat zeer vlug. Misschien keren we zelfs terug naar de periode van veertig à vijftig jaar geleden, toen de winkels hier vol lagen met producten 'made in the USA'", zegt Dirk Beeuwsaert, executive vice-president van GDF Suez, die verantwoordelijk is voor de internationale energieactiviteiten van de Franse energiegroep.

"Het beste nieuws voor ons zou kunnen zijn dat de Verenigde Staten een exporteur van schaliegas worden", hoopt Johan Braem. "Dat zou de inflatie bij ons afremmen. Al mogen we dat ook niet overdrijven: de inflatie hangt zeker niet alleen af van olie en gas. Ik denk dat de stijging van de geldhoeveelheid daar veel meer invloed op heeft."

Zware industrie

Decock vreest vooral de concurrentie voor de zware industrie. "Je ziet dat de outsourcing naar China grotendeels is stilgevallen. Ik heb er nog geen indicaties van, maar er wordt toch gesproken over een gedeeltelijk wegtrekken van bijvoorbeeld de chemische industrie uit Europa. Die krimp hoeft niet ten koste te gaan van de Antwerpse chemische cluster, maar we zullen dat zeker goed in de gaten moeten houden." (LH)

De groei van de Amerikaanse productie van schalie-olie doet de druk van de olieprijs op de economische groei afnemen. En misschien vallen er nog wat kruimels van tafel voor Europa.Sinds Rusland in de jaren tachtig heeft geen enkel land zo'n grote stijging van de olieproductie gerealiseerd als de Verenigde Staten. De economische implicaties zijn enorm, oordeelt de zakenbank Goldman Sachs in een recent rapport. Het belangrijkste gevolg is dat de druk van de olieprijs op de economische groei geleidelijk aan afneemt. In het vorige decennium deed een hogere economische groei steevast de vraag naar olie stijgen. Met het gevolg dat olie duurder werd, zodat de inflatie in de hoogte ging en de groei werd afgeremd. Vooral de Verenigde Staten profiteren ervan dat die vicieuze cirkel wordt doorbroken. In eigen behoeften voorzienMaar Johan Braem, senior equityanalist bij Econopolis, relativeert de impact van schalieolie en schaliegas. De Verenigde Staten produceren nu ongeveer 6 tot 7 miljoen vaten per dag. Dat cijfer zullen ze binnen tien jaar kunnen optrekken naar 10 miljoen. "Maar momenteel verbruiken ze elk dag ongeveer 18 miljoen vaten. Misschien produceren ze binnen tien jaar wel evenveel als Saudi-Arabië, maar door de grootte van hun economie kunnen ze nog niet helemaal zelf in hun energiebehoeften voorzien." Stabielere olieprijs"Door de schalieolie gaan we een stabielere prijs krijgen," stellen de onderzoekers van Goldman Sachs, "wellicht iets lager dan vandaag, en mogelijk na 2016 nog een pak lager." Stijn Decock, hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Voka, houdt echter een slag om de arm: "Ik wacht nog altijd op exacte cijfers over de impact van schalieolie, want blijkbaar hebben die oliebronnen vrij hoge 'climb rates'. Dat wil zeggen dat ze relatief sneller uitgeput raken. Aangezien het grootste deel van het Amerikaanse tekort op de handelsbalans te wijten is aan de energie-import, kan die daardoor wel meer in evenwicht komen." Geopolitieke risico'sMaar de Amerikanen profiteren vooral doordat geopolitieke risico's veel minder dan vroeger een weerslag zullen hebben op de prijs, vindt Decock. "Die zal bij wijze van spreken alleen nog in de hoogte gaan bij een zware storm of een andere calamiteit." Maar dat wil niet zeggen dat olie fors goedkoper zal worden. "De productie uit de bestaande olievelden halveert de komende twintig jaar", merkt Braem op. "Ze zal worden vervangen door dure olie, uit diepzeebronnen, of door schalieolie, maar de productiekosten bedragen dan toch snel 60 à 90 dollar per vat. Ik denk niet dat de olieprijs de komende jaren met 20 dollar of meer per vat zal dalen." Made in the USANaast schalieolie is er ook schaliegas, maar Goldman Sachs denkt dat de belangrijkste impact daarvan wellicht al achter de rug is: een volgehouden daling van de kostprijs van Amerikaans gas. Want in feite zijn er drie regionale markten voor gas, in plaats van één wereldmarkt. Voor dezelfde hoeveelheid gas werd eind november op de Aziatische markt 17,3 dollar betaald, in Europa 11,83 dollar en in de Verenigde Staten... amper 3,46 dollar. Die lage energieprijzen trekken nieuwe investeringen aan. Daardoor is er sprake van een herindustrialisering in Noord-Amerika. "Dat proces gaat zeer vlug. Misschien keren we zelfs terug naar de periode van veertig à vijftig jaar geleden, toen de winkels hier vol lagen met producten 'made in the USA'", zegt Dirk Beeuwsaert, executive vice-president van GDF Suez, die verantwoordelijk is voor de internationale energieactiviteiten van de Franse energiegroep. "Het beste nieuws voor ons zou kunnen zijn dat de Verenigde Staten een exporteur van schaliegas worden", hoopt Johan Braem. "Dat zou de inflatie bij ons afremmen. Al mogen we dat ook niet overdrijven: de inflatie hangt zeker niet alleen af van olie en gas. Ik denk dat de stijging van de geldhoeveelheid daar veel meer invloed op heeft." Zware industrieDecock vreest vooral de concurrentie voor de zware industrie. "Je ziet dat de outsourcing naar China grotendeels is stilgevallen. Ik heb er nog geen indicaties van, maar er wordt toch gesproken over een gedeeltelijk wegtrekken van bijvoorbeeld de chemische industrie uit Europa. Die krimp hoeft niet ten koste te gaan van de Antwerpse chemische cluster, maar we zullen dat zeker goed in de gaten moeten houden." (LH)