België telde in 2017 1.087.763 zelfstandigen, een stijging met 8,66 procent ten opzichte van 2013. Daarvan zijn er 120.021 niet-Belgen. Vooral onze buurlanden en de landen die het recentst bij de Europese Unie zijn bijgekomen, zijn goed vertegenwoordigd. Zo staat Roemenië op kop met 25.455 zelfstandigen, gevolgd door Nederland (16.957), Frankrijk (13.396) en Italië (11.055). De nijverheid en handel, maar ook de vrije beroepen blijken populair bij de niet-Belgische zelfstandigen. "Een op de vijf niet-Belgische zelfstandigen oefent in België een vrij beroep uit, bijvoorbeeld buitenlandse artsen die in België actief zijn", zegt Katrien Jonckheer, director starters en zelfstandigen. "Die hebben ofwel hier gestudeerd of ze komen hier een vraag invullen en tegelijk de moeilijkere omstandigheden in eigen land ontlopen." "De Oost-Europese bouwvakker en de Italiaanse pizzaiolo zijn bijna stereotiepe voorbeelden en ze bestaan, maar we zien toch dat er een veel bredere spreiding is. We komen de niet-Belgen tegen in de textiel, chemie, diamant, in de horeca, en in de intellectuele beroepen, denk IT'ers", aldus Jonckheer. Onder de niet-Belgen weegt de verhouding hoofdberoepers-bijberoepers meer dan gemiddeld door naar de kant van de hoofdberoepers: 88 procent hoofdberoepers bij de niet-Belgen tegenover 64,23 procent hoofdberoepers onder de Belgische zelfstandigen. (Belga)