Rudi De Winter (56), geboren in Deurne als zoon van een elektricien, was al vroeg in de weer met technologie. "Techniek zat in de familie. Ik was een knutselaar vanaf de humaniora. Ik bouwde radio's en afstandsbesturingen voor vliegtuigjes", zegt hij. Hij studeerde elektronica aan de UGent - "geen micro-elektronica", nuanceert De Winter. Hij kreeg zijn eerste baan als ontwikkelingsingenieur bij Mietec in Oudenaarde, de eerste Vlaamse halfgeleiderfabriek. "Ik verveelde me daar een beetje. Er was niet genoeg werk", vertelt De Winter op zijn bedachtzame manier.

Roland Duchâtelet, die ook voor Mietec werkte maar naar de Duitse start-up Elmos was vertrokken, belde hem op. "Ik kende Duchâtelet niet zo goed. Ze zochten ontwikkelingsingenieurs. Dat paste. Het was een uitdaging eens naar het buitenland te gaan." Zijn vrouw, Françoise Chombar, die hij tijdens hun studie in Gent had leren kennen, gaf haar baan bij Vande Wiele op en ging mee. "Ik heb daar als heel jonge ingenieur alle mogelijke dingen gedaan: technologie, design en verkoop."

Foundry-markt

Na vier jaar gingen Duchâtelet, Chombar en De Winter weg bij het snel groeiende Elmos om voor zichzelf te beginnen. De Winter: "Dat was niet echt mijn idee. Roland was al met een eigen business bezig geweest, en hij was ook wat ouder. Maar we zijn er mee ingestapt en we hebben er mee vol onze schouders onder gezet." Ze begonnen met chipontwerpdiensten voor automotive toepassingen en slaagden erin rond te komen. "Met de val van de Muur kwamen er fabrieken in Oost-Duitsland te koop. Zo hebben we de eerste fabriek overgenomen in Erfurt. Ze had 65 werknemers. Roland heeft die discussie gevoerd."

"Al heel vroeg deden we speciale dingen, zoals detectoren voor nucleaire experimenten - nichetoepassingen waarmee we ons onderscheidden op de foundry-markt (de halfgeleiderproductie voor derden, nvdr)", vertelt De Winter, die wel met een Audi met de nieuwste snufjes rijdt, maar zegt dat hij eigenlijk geen tijd voor gadgets heeft.

De Winter hield zich vanaf het begin bezig met Melexis, de fabriekloze ('fabless') chipontwerpactiviteiten die van X-FAB werden afgesplitst. X-FAB kwam onder een Duitse zaakvoerder en ontwikkelde eigen technologieën en nichetoepassingen. In 1999 nam het een tweede fabriek in Erfurt over. De CEO, Hans-Jürgen Straub, leidde het groeiende X-FAB tot in 2014. In 2011 werd De Winter er co-CEO, waardoor zijn echtgenote Françoise Chombar de enige CEO van Melexis werd.

Straub: "De Winter is een harde werker, die zich volledig engageert voor het bedrijf, met de prioriteit X-FAB te doen groeien en nieuwe oplossingen uit te werken met zijn klanten. Hij zit niet heel de tijd uit te zoeken hoe hij meer geld uit het bedrijf kan sleuren."

Complementair trio

Al meer dan dertig jaar houdt het merkwaardige trio stand aan de top van X-FAB en Melexis. Juridisch zijn ze verenigd in de holding Xtrion, dat 61,4 procent van de aandelen in X-FAB heeft en 53,6 procent in Melexis. "Wij waren zeer complementair. Roland was visionair en goed in dingen verkopen. Françoise was goed in organiseren en ik was de ingenieur die dingen ontwikkelde", zegt De Winter, die als co-uitvinder een rist octrooien op zijn naam heeft staan en via een vehikel als Sensinnovat ook in nieuwe technologie investeert. Had Duchâtelet niet het laatste woord? De Winter: "Er werd altijd goed overlegd, maar als het een goed voorstel is, is daar geen discussie over. We deden de dingen altijd in volle consensus."

De loyauteit gaat samen met een afkeer voor een vedettecultus, die het echtpaar Chombar-De Winter ook aan zijn drie kinderen mee probeert te geven. "'s Middags nemen we een dagschotel met een pintje en dan praten we bij over het werk", zei Françoise Chombar in 2008 in een interview over de zakelijke samenwerking met haar echtgenoot. Ze was toen vier jaar co-CEO van Melexis. De Winter: "Wij hebben niet de cultuur om grote blasé managers aan te trekken. Ze doen het eigenlijk niet beter dan anderen en ze zijn te duur. Wij hebben altijd goed gevaren door met jonge mensen te starten en hen intern de mogelijkheden te geven om te groeien."

Enkel met de crisis in 2009 is er bij Melexis afgeslankt, 10 procent. "Achteraf bekeken is het ook gezond kritisch te denken over wie echt bijdraagt. Het erge was dat er toen gigantische kansen waren voor wie geld had, maar dat hadden wij niet." De beursgang moet voorkomen dat dat nog eens gebeurt. Bruno Leijnse, Illustratie Jens Claessens