Half september vorig jaar zetten de aandeelhouders van RSC Anderlecht - de familie Vanden Stock en friends and family - de club te koop. Drie maanden later kregen de geïnteresseerden inzage in de boeken.
...

Half september vorig jaar zetten de aandeelhouders van RSC Anderlecht - de familie Vanden Stock en friends and family - de club te koop. Drie maanden later kregen de geïnteresseerden inzage in de boeken. "De club voerde de voorbije jaren een dramatisch beleid, een combinatie van financieel wanbeheer en sportieve ambitie", zegt een bieder. "De club heeft haar lot in de handen van spelersmakelaars gelegd. Zij hebben de club sportief gekaapt." Marc Coucke liet zich niet afschrikken door die vaststellingen. De toenmalige eigenaar van KV Oostende, een rivaal van Anderlecht, kocht samen met Joris Ide een belang van 74 procent in de nv Royal Sporting Club Anderlecht. De transactie waardeert de ploeg op 100 miljoen euro, met inbegrip van 20 miljoen euro financiële schulden. Coucke is een miljardair sinds hij Omega Pharma aan het Amerikaanse Perrigo heeft verkocht, en hij doet her en der investeringen. Joris Ide is de voormalige eigenaar van de gelijknamige West-Vlaamse staalplatenfabrikant. Op 21 december vorig jaar stemde de raad van bestuur van Anderlecht unaniem voor de overname. "Voorzitter Roger Vanden Stock was wellicht gecharmeerd door de interesse van een Belgische miljardair", zegt een bevoorrecht waarnemer. "Wellicht hoopte hij eerst dat Alexandre Van Damme over de brug zou komen (zie kader Alexandre Van Damme blijft in de schaduw). Maar die wil niet in de schijnwerpers staan. Coucke heeft daar geen moeite mee." Een ding is zeker: Coucke heeft werk op de plank. Niet alleen de spelerskern is aan een grondige vernieuwing toe, ook het bedrijfsmodel van Anderlecht mag onder de loep. In vergelijking met bijvoorbeeld Club Brugge en AA Gent, twee andere topclubs, voert Anderlecht een heel apart beleid. De omzet uit de eigenlijke kernactiviteit - voetbal spelen - maakt vooral bokkensprongen in functie van een goede Europese campagne (zie tabellen). De omzet bestaat vooral uit opbrengsten via ticketverkoop, televisierechten, catering, sponsoring, merchandising en een deel van de prijzenpot van de Europese competities. Het is van het seizoen 2014-2015 geleden dat Anderlecht nog eens succes had in de Champions League. Een deelname aan die strijd tussen de Europese eliteclubs levert meteen 10 miljoen euro extra omzet op. Door de campagne in het seizoen 2017-2018 zal de omzet wellicht opnieuw klimmen. Ook Club Brugge en AA Gent vielen de jongste seizoenen in de prijzen met de Champions League. Maar Gent profiteert ook van zijn nieuwe stadion, de Ghelamco Arena. Dat lokt veel meer toeschouwers dan het aftandse Ottenstadion. Het nieuwe thuis zit bijna altijd vol: van gemiddeld 7000 toeschouwers ging AA Gent naar 18.000 à 20.000. Het aantal abonnees snelde naar een recordhoogte. "Anderlecht haalt gemiddeld 19.000 toeschouwers. Het aantal stoelen zakte het voorbije decennium met 5000. "Dat was een bewuste keuze, door strengere veiligheidsnormen en duurdere stoeltjes", duidt Jo Van Biesbroeck, de gedelegeerd bestuurder en zakelijk leider van de club. "In vergelijking met de andere clubs halen wij gemiddeld de hoogste inkomsten uit bijvoorbeeld sponsoring en catering." De balans van Royal Sporting Club Anderlecht oogt op het eerste gezicht als een succes. In het seizoen 2016-2017 boekte de onderneming een record aan bedrijfsopbrengsten. Maar dat komt dus niet door de omzet. Die adrenalinestoot dankt de onderneming aan de balanspost 'andere bedrijfsopbrengsten'. Die omvat vooral inkomsten uit de handel in spelers. In het boekjaar 2010-2011 was voetballen nog goed voor 81 procent van de bedrijfsopbrengsten, nu is dat nog amper 42 procent. De rest komt van de spelershandel. Met als kroon op het werk de volgens mediaberichten 25 miljoen euro die de club vorig jaar kreeg, toen Youri Tielemans naar AS Monaco trok. Al is het altijd opletten met die bedragen. "De transferprijzen blijven meestal geheim. Je moet het doen met de bedragen die in de media verschijnen", duidt Veerle Catry. Zij is partner bij de accountants- en adviesorganisatie BDO en onder meer bedrijfsrevisor van Club Brugge. "Dat is een kwestie van vertrouwelijkheid tussen de clubs. Ze hebben er geen voordeel bij dat die bedragen bekend worden. De afbetaling van de spelers hangt af van de onderhandelingen tussen de koper en de verkoper. Het bedrag kan in één keer worden betaald, of in schijven gespreid over jaren." Die gespreide betaling staat dan op de balanspost 'vorderingen'. Eind vorig seizoen, na de verkoop van Tielemans, stond daar een recordbedrag op de balans van Anderlecht: 39 miljoen euro, ruim twee keer meer dan in het seizoen 2015-2016. Meer nog: in het boekjaar 2016-2017 stond de spelerswaarde voor circa vier vijfde van het balanstotaal van Anderlecht. Zakelijk leider Jo Van Biesbroeck ziet daar geen graten in. Hij noemt de spelershandel het groeimodel voor de club. "Wij willen een nieuwe inkomstenstroom opbouwen via uitgaande transfers. Maar dat heeft gevolgen: een hogere loonmassa en een groter risico. Je moet een hele werking opzetten voor de ontwikkeling van talenten. En je moet bereid zijn tot investeren, zowel in de jeugdwerking als in de aankoop van ondergewaardeerde talenten die je later met een meerwaarde zou willen verkopen. We kochten spelers zoals Sven Kums, Lukasz Teodorczyk en Nicolae Stanciu. Die laatste is alweer verkocht. Het doel was een sterk team uit te bouwen." Stanciu bewijst dat die strategie ook fout kan lopen: hij werd voor veel minder verkocht dan hij werd gekocht. Ook voor de tegenvallende Teodorczyk lijkt het onwaarschijnlijk dat Anderlecht zijn investering kan terugverdienen. "Ik noem dat een speculatief bedrijfsmodel", zegt een criticus. "Gebouwd op weinig. Welke speler is op de duur nog verkoopbaar? Veel kroonjuwelen hebben ze al weggedaan. De balans evolueert zoals een hockeystick. Met wat geluk verkoop je spelers. Maar wat is het einddoel van de club? Dit is toch geen management voor de lange termijn?" Anderlecht wordt in elk geval niet rendabeler met dat beleid. De forse klim in bedrijfsopbrengsten vertaalt zich niet in een even forse bedrijfswinstklim, wél in een sterke stijging van de bedrijfskosten. Dat komt ook door de sommen die betaald worden aan de makelaars die spelers begeleiden bij transfers. Een duidelijke winnaar van de spelershandel is Mogi Bayat, de belangrijkste voetbalmakelaar voor het Astridpark. Zijn makelaarsvennootschap groeide de voorbije jaren als kool en haalt zelfs een grotere bedrijfswinst dan Royal Sporting Club Anderlecht (zie grafiek). Bij Club Brugge en AA Gent zijn de stabiele kasstromen uit de kernactiviteiten belangrijker: de supporters, de tickets en de sponsoring. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Club Brugge en AA Gent heeft Anderlecht bijzonder weinig liquide middelen. Want het bedrijfsmodel gebouwd op spelershandel leidt ook tot een wisselvallige inkomstenstroom. Aan het einde van het boekjaar 2016-2017 had Anderlecht iets meer dan 390.000 euro in kas. En dat terwijl de club gemiddeld bijna 2 miljoen euro bedrijfskosten per week opsoupeert. "Aan het einde van het seizoen hebben wij geen cash nodig", duidt Jo Van Biesbroeck. "Liquiditeit is geen doelstelling. Een sterk team is dat wel. De inkomsten van de club komen allemaal binnen in de eerste speelmaanden, van juli tot december." De club kreeg de voorbije jaren ook financiële hulp van de aandeelhouders. Vooral miljardair Alexandre Van Damme schoot te hulp. Aan het einde van het voorbije boekjaar stond 8,4 miljoen euro aan aandeelhoudersleningen op de balans. 6 miljoen euro gaf Van Damme, de rest de familie Vanden Stock. Het moet gezegd: ook andere voetbalclubs leven grotendeels van geld van hun bazen. In 2012 pompte de bouwondernemer Bart Verhaeghe 13,6 miljoen euro in Club Brugge voor een belang van 85 procent. De leider in de voetbalcompetitie leeft daarnaast bij de gratie van nog eens 14 miljoen euro aan aandeelhoudersleningen. Marc Coucke, de nieuwe eigenaar van Anderlecht, had aan zijn vorige ploeg KV Oostende aan het einde van het voorbije seizoen bijna 24 miljoen euro geleend. Coucke pompte ook nog eens 3 miljoen euro maatschappelijk kapitaal in de club. Toch maken critici zich zorgen over de geringe liquiditeit bij Anderlecht. "Deze club heeft dringend geld nodig", merkte een biedende partij in december. Een kapitaalverhoging door de nieuwe eigenaar leek onvermijdelijk. "Anderlecht moet investeren, en deze keer niet in spelers die het dan weer wil verkopen. Maar in een beter contact met de supporters via digitale kanalen. Of een professioneel beheer van de webshop en de merchandising. En in nieuwe infrastructuur. Een vol stadion moet het doel zijn." "De voorbije acht jaar was geen kapitaalverhoging nodig", benadrukt Jo Van Biesbroeck. "Met dank aan ons beleid van gebalanceerd kopen en verkopen van spelers. Een nieuw stadion zou uiteraard voor een kapitaalverhoging zorgen. Tenzij we dat moeten huren. Maar dat is niet optimaal." Marc Coucke blaast voorlopig warm en koud over zijn stadionplannen. Voor waarnemers is een verbetering van het verouderde Vanden Stockstadion of een nieuwe stek onvermijdelijk. Daarmee zou de club weer meer de focus kunnen leggen op haar kernactiviteit: inkomsten halen uit het voetbal. De afgewezen bieder Ghelamco, rond de vastgoedman Paul Gheysens, houdt alvast een stok achter de deur. Ghelamco tekende in oktober 2015 een principeakkoord met de club voor het huren van een nieuw stadion aan de Heizel. Die bouwplannen zijn afgeblazen, maar het akkoord is volgens Ghelamco nog altijd geldig. De jaarlijkse huurprijs bedraagt 9 miljoen euro. Anderlecht zou zich in ruil wel van een aanzwengelende inkomstenstroom verzekeren, via een stijgend aantal supporters. Goed voetbal spelen kan daar ook bij helpen.