Migratie is een thema van alle tijden. Tussen 1873 en 1934 staken 2 miljoen Europeanen de Atlantische Oceaan over met een schip van de Red Star Line, onder wie 200.000 Belgen. Voor de meeste landverhuizers startte de reis in de loodsen van de Belgische rederij aan de Rijnkaai in Antwerpen. De derdeklassepassagiers ondergingen er een uitgebreide administratieve en medische controle. Als de Amerikaanse keuringsdienst hen afkeurde, moest de rederij opdraaien voor de kosten van de terugreis, en dat wilde ze vermijden.

Eind jaren negentig stonden de loodsen van de voormalige Red Star Line te verkommeren. Rond 2000 ontstond het idee ze te beschermen. De stad Antwerpen kocht ze aan om er een museum van te maken, als onderdeel van een breder stadsontwikkelingsproject. "Ze benoemde een internationaal wetenschappelijk comité en maakte vanaf het begin duidelijk dat het museum een universeel verhaal moest vertellen, dat door alle tijden en plaatsen gaat", duidt museumdirecteur Karen Moeskops.

"We vertrokken vanuit sterke lokale merken: Antwerpen en de Red Star Line. Het verhaal begint waar de derdeklassepassagiers aankwamen om in te schepen. Daarna waaiert het uit. Maar het ankerpunt blijft deze plek", vult curator en onderzoeksleider Bram Beelaert aan. Hij maakt deel uit van de vijfkoppige wetenschappelijke ploeg van het stadsmuseum. Daarnaast zijn er publiekswerkers en een administratief team aan de slag, goed voor vijftien man, allemaal betaald door de stad.

Gerichte ingrepen

Het Red Star Line Museum opende de deuren in 2013. Dat ging gepaard met een grootschalige marketingcampagne, tot in New York. Het museum won verscheidene prijzen, waaronder de Vlaamse Cultuurprijs en de Wablieft-prijs. In principe krijgt het op 1 oktober een landelijke erkenning van de Vlaamse Gemeenschap, met bijbehorende subsidies. Deze zomer ging het museum drie maanden dicht voor renovatie. Vorig weekend ging het weer open. "De bezoeker komt niet in een compleet nieuw museum terecht", oppert Moeskops. "We hebben enkele gerichte ingrepen en updates uitgevoerd. Hier en daar hebben we wat dingetjes verbeterd, sommige multimediatoepassingen hebben we aangepast."

RED STAR LINE MUSEUM "De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen." © FRANKY VERDICKT

Vooral de laatste zaal onderging inhoudelijk een flinke ingreep. Uit feedback van de bezoekers bleek dat ze het moeilijk hadden met het open einde. Tijdens hun bezoek volgen ze de verhalen van de passagiers van de Red Star Line die in Amerika op zoek gingen naar geluk en een beter bestaan. Maar hoe verging het hen achteraf?

Beelaert trok met een filmmaker naar de Verenigde Staten en spoorde de nazaten van vier passagiers op. Caroline Emmett is de kleindochter van Irving Berlin. Zij vertelt het verhaal van de jongen uit een Joods gezin die in 1893 van Siberië via Antwerpen naar de Verenigde Staten verhuisde. Irving groeide op in de sloppenwijken van New York, maar werd uiteindelijk een rijke en gevierde componist. Zijn piano is een van de topstukken uit de collectie.

"Een ander verhaal is dat van Ed Van Rossen, een telg van de derde generatie van twee Belgische migrantenfamilies", vertelt Beelaert. "Ik interviewde hem in Detroit in een oud café met een typisch Belgisch interieur. Ondertussen is de stad niet meer de gevierde industriële metropool van weleer en komt er een cliënteel van Amerikanen van allerlei slag over de vloer." Volgens Moeskops zetten de films de band tussen de geschiedenis van de Red Star Line en zijn passagiers, en de universele thematiek van migratie extra in de verf. "Het verhaal van migratie is nooit uitverteld."

Antwerps en universeel

"Na hun bezoek zijn de meeste mensen aangedaan. Uit een publieksbevraging bleek dat de bezoekers achteraf graag even willen bekomen. Dat kan in het museumcafé, dat verhuisde naar een nieuwgebouwde mezzanine. Van dat nieuwe café willen we ook een plek voor verdieping en ontmoeting maken. De bezoekers kunnen er napraten en in alle rust door de passagierslijsten snuisteren. Bovendien willen we er activiteiten organiseren die aansluiten bij onze missie als open en gastvrij huis", vertelt Moeskops, die tot januari 2016 nog directeur van Amnesty International Vlaanderen was.

"Dankzij de bouwkundige ingrepen, die 1 miljoen euro hebben gekost, konden we in de loods meer ruimte en focus brengen, bijvoorbeeld voor tijdelijke tentoonstellingen en participatieve projecten. Een voorbeeld daarvan is de tijdelijke tentoonstelling, Thuishaven. Die vertelt het verhaal van 700 ingeweken Antwerpenaren en hun eerste vijf jaar in de stad. Dat zien we heel ruim. Van West-Vlaamse studenten die bleven plakken, tot vluchtelingen uit Afrika. We hebben de afgelopen maanden rondgetourd met een verhalenbus om die verslagen op kaart te zetten. Ik ben heel trots op het resultaat. Tegelijk heel Antwerps, maar ook universeel."

RED STAR LINE MUSEUM "De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen." © FRANKY VERDICKT

Klimaat en migratie

Bij de opening van het museum, vijf jaar geleden, was het doel 100.000 bezoekers per jaar te halen. "Het eerste jaar is dat aantal gigantisch overschreden met 200.000 bezoekers. Daarop volgde een natuurlijke daling, de cijfers toppen af. Nu zitten we op de geambieerde 100.000 bezoekers per jaar. Dat willen we zo houden", gaat Moeskops voort. "Zo'n 13 procent van hen komt uit het buitenland, 20 procent zijn scholieren. In dat laatste segment scoren we sterk, zelfs bij kleuterklasjes. We hebben geëxperimenteerd met thema's zoals verhuizen en migratie op kindermaat. Je voelt dat daar veel vraag naar is, zeker in het Antwerpse."

Antwerpen had de ambitie het aantal Amerikaanse toeristen met 10 procent te laten stijgen. Dat is mislukt. Het aantal overnachtingen van Amerikanen daalde van 61.623 in 2013 tot 58.684 vorig jaar, deels door de aanslagen in Brussel van 2016. In het museum steeg het aantal Amerikaanse bezoekers wel van 1650 in 2014 tot 3429 in 2017. Dat laatste cijfer was goed voor 4,4 procent van het totale aantal bezoekers.

Tijdelijke tentoonstellingen zijn een manier om de bezoekersaantallen op peil te houden. Na Thuishaven volgt op 31 oktober Higher Ground van Magnum-fotograaf Carl De Keyzer. "Die tentoonstelling gaat over een ingebeelde toekomst in hogergelegen gebieden. Daar vlucht de mensheid naartoe als het water stijgt als gevolg van de klimaatverandering", legt Beelaert uit. "In het randprogramma gaan we aan de slag met concepten zoals vluchten en klimaatverandering. Dat zijn dé issues van de toekomst. De klimaatverandering gaat een grote rol spelen in de menselijke mobiliteit."

RED STAR LINE MUSEUM "De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen." © FRANKY VERDICKT

"Als wij zo'n tentoonstelling organiseren, krijgt dat onderwerp een heel specifieke dimensie. Ze staat op de plek waar mensen vroeger ook naartoe kwamen om te vluchten uit hun penibele situatie. Vanuit onze identiteit als museum over de Red Star Line, en daardoor als museum over migratie, kunnen wij aan dat thema iets toevoegen."

Geen bootjesmuseum

Uit marketingonderzoek blijkt dat sommige bezoekers verwachten dat ze in een 'bootjesmuseum' terecht komen. "Dat zijn we helemaal niet. Net zoals bijvoorbeeld het In Flanders Fields Museum in Ieper en de Dossinkazerne in Mechelen vertrekken we op een bepaalde plek in de geschiedenis. Het gaat over vroeger en tegelijk over issues die nog altijd relevant zijn. We zijn een lieu de mémoire dat aanzet tot reflectie over vandaag. We pretenderen zeker niet alles over migratie te vertellen. De mensen komen niet naar hier met de intentie een migratiemuseum te bezoeken. Dat is net onze sterkte. Als ze in de voetsporen van de migranten hebben gestapt, hoor ik de meesten aan het einde van het parcours wel zeggen: het is vandaag de dag precies hetzelfde."

RED STAR LINE MUSEUM "De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen." © FRANKY VERDICKT

Beelaert heeft zich daarvoor vanaf het begin ingespannen. "Het doet me deugd dat de bezoekers achteraf gaan reflecteren. De reacties lopen uiteen. Van 'kijk eens aan, in de Verenigde Staten mocht iedereen binnen. Dat moeten we ook doen' tot 'indertijd hadden ze ook pushbacks. Waar zeuren we nu over?' En alle meningen daartussenin."

"Die gelaagdheid maakt het Red Star Line Museum interessant voor een breed publiek", vertelt Moeskops. "Een van mijn mooiste ogenblikken was toen ik op een ochtend aankwam voor het openingsuur. Er stond een groep van de cultuurvereniging Zilveren Passer te wachten, helemaal klaar voor een dagje cultuur. En er stond ook een groep volwassen leerlingen Nederlands voor anderstaligen, met kleurrijkste sjaals en hoofddoeken. Je zag die groepen naar elkaar kijken: gaan wij hetzelfde museum bezoeken? Ja, én beide groepen waren erdoor aangedaan. Dat vind ik de sterkte van deze plek (pauzeert). En als ze in het museumcafé samen een koffie drinken, dan zijn we er helemaal" (lacht).

RED STAR LINE MUSEUM "De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen." © FRANKY VERDICKT

Extra muros

Elk jaar passeren 3000 bezoekers in het museum via een inburgeringstraject. "Er zijn weinig musea met zo'n lage drempel als het onze. Met de vernieuwde loods is het expliciet de bedoeling nog meer samenwerkingsinitiatieven op te zetten en verbindingen te zoeken in de brede maatschappij. Bijvoorbeeld met kunstenaars zoals Carl De Keyzer, maar we zetten ook in op co-creatie met groepen die traditioneel geen aansluiting vinden met het museale of culturele veld", zegt Beelaert.

"We betrekken de inwoners van een erg diverse stad als Antwerpen bij onze werking. Onze collectie over de landverhuizers breiden we uit met hedendaagse migratieverhalen. Dat doen we door anderstalige veldwerkers te trainen, zodat zij binnen en buiten de muren van het museum verhalen van mensen met een migratieverleden kunnen noteren. Die verzameling moet uitmonden in kleine en grote producties, tentoonstellingen en activiteiten die we de komende jaren met de deelnemers en externe partners organiseren. Waar we met die kruisbestuiving precies gaan uitkomen, weten we nog niet. Het is uiteraard wel belangrijk te blijven waken over een band met het museum."

"Onze ambitie voor de volgende vijf jaar? Een open en gastvrij huis zijn. Dat is de rode draad door onze programmering en onze publiekswerking. En vooral de beleving moet goed zitten. De bezoekers moeten blij zijn als ze hier buiten stappen", besluit Moeskops.