Vrouwen blijven eigenaardige wezens. Vijf jaar geleden was ik een voorzichtig pleitbezorger voor de invoering van quota voor vrouwelijke bestuurders. Eigenaardig genoeg kreeg ik het met dat standpunt altijd aan de stok met mijn toenmalige hoofdredactrice en andere vrouwelijke leden van de Trends-redactie. Zij vonden quota denigrerend, vrouwen mochten niet gedwongen worden als excuustruzen te fungeren.
...

Vrouwen blijven eigenaardige wezens. Vijf jaar geleden was ik een voorzichtig pleitbezorger voor de invoering van quota voor vrouwelijke bestuurders. Eigenaardig genoeg kreeg ik het met dat standpunt altijd aan de stok met mijn toenmalige hoofdredactrice en andere vrouwelijke leden van de Trends-redactie. Zij vonden quota denigrerend, vrouwen mochten niet gedwongen worden als excuustruzen te fungeren.Exact dezelfde argumenten ventileren vandaag enkele topvrouwen in de krant De Standaard. Zij zijn de quota voor vrouwelijke bestuurders liever kwijt dan rijk. Dat is des te opmerkelijker omdat de voorbije vijf jaar aangetoond hebben dat de maatregel werkt.Vandaag bestaat bijna 20 procent van de bestuursraden uit vrouwen. Dat is meer dan een verdubbeling in vergelijking met vijf jaar geleden. Er komen almaar meer vrouwelijke bestuurders bij, de old boys-netwerken uit het verleden worden langzaam opengebroken. Daar kunnen we niet tegen zijn, toch? Minder 'ons kent ons' en meer diversiteit moeten leiden tot beter bestuur. En zonder druk van de quota zou dat proces niet zo soepel verlopen zijn, laat daar geen twijfel over bestaan.Maar quota zouden denigrerend zijn, aldus onder anderen Michèle Sioen (VBO-voorzitter) en Françoise Chombar (CEO van Melexis). Als man zou ik denken: tja, het doel heiligt de middelen. Denigrerend voor vrouwen vind ik de uitspraak van VBO-voorzitter Sioen die zegt: "Er zijn nu eenmaal te weinig vrouwelijke bestuurders met ervaring". Die ervaring kunnen vrouwen natuurlijk enkel opdoen als ze de kans krijgen in een raad van bestuur te zitten, en precies de quota vergroten die kans.Het argument dat Sioen gebruikt, is precies het excuus dat ik jarenlang gehoord heb van de oudere generatie topmannen en bestuursvoorzitters: we vinden geen geschikte kandidates. Maar de quota hebben hen gedwongen beter te zoeken en hun vooroordelen te laten varen. Onder druk hebben ze de juiste vrouwen blijkbaar wel gevonden. Tegen 2017 moeten de raden van bestuur van de grote beursgenoteerde ondernemingen voor een derde uit vrouwen bestaan, en het ziet ernaar uit dat de meeste bedrijven daarin zullen slagen.Dat de topvrouwen pleiten voor meer flexibiliteit in de werkorganisatie, zodat vrouwen werk en gezin beter kunnen combineren, is natuurlijk wel terecht. Maar dat geldt evenzeer en misschien nog meer voor mannen. Pas als de mannen de tijds- en werkdruk niet meer als excuus kunnen inroepen, zullen ze verplicht worden meer tijd te maken voor gezin en huishouden. Waardoor de weg open ligt voor meer vrouwen in topfuncties. Want als vrouwen ergens nog ontbreken is het in de directiecomités van bedrijven. Daar zwaaien mannen nog altijd de plak. Misschien zijn daar als breekijzer ook quota nodig?