U bent een appelboer, die zijn appels elke week netjes verkoopt tegen groothandelsprijzen. Als u opeens zelf zonder appels valt, krijgt u geen gratis appels, maar moet u in de winkel ook de volle pot betalen. "Met de energiemarkt en de slimme meter is het net hetzelfde", legt Pieterjan Verhaeghen uit.
...

U bent een appelboer, die zijn appels elke week netjes verkoopt tegen groothandelsprijzen. Als u opeens zelf zonder appels valt, krijgt u geen gratis appels, maar moet u in de winkel ook de volle pot betalen. "Met de energiemarkt en de slimme meter is het net hetzelfde", legt Pieterjan Verhaeghen uit. De CEO van het prille energiebedrijfje Bolt pleit voor langetermijnoplossingen. De terugdraaiende teller fungeerde als een soort gratis opslag van de zomerse overproductie. "Dat systeem heeft de mensen eigenlijk slecht opgevoed. Je moet de productie en de opslag uit elkaar trekken. Dan kun je ook op de juiste manier subsidiëren. Nu subsidieerden we particulieren, om te verdoezelen dat ze de zelf opgewekte energie niet thuis kunnen opslaan." De investeringen zouden moeten gaan naar manieren om beter om te gaan met de grillen van groene energie, die alleen beschikbaar is wanneer de zon schijnt of de wind waait. "Die pieken zullen toenemen", meent Verhaeghen. "Dus moeten we investeren in onderzoek naar opslag, maar ook de wetgeving aanpassen om lokale energiegemeenschappen mogelijk te maken. In die gemeenschappen kunnen de producenten en de consumenten die pieken afvlakken, door energie uit te wisselen." Die kar wil Bolt trekken. Het is een logisch vervolg op de manier waarop het bedrijf zich in de markt zet, als een leverancier van streekstroom. Daarbij kopen consumenten hun groene energie bij lokale producenten, zoals boeren met een biogascentrale op basis van mest van het vee, een bedrijf met windmolens, een school, een sportclub of een gemeentebestuur met zonnepanelen. "Het idee komt uit Nederland, waar boeren via een platform hun stroom verkopen." Het korteketennetwerk Boeren en Buren biedt sinds vorige week haar leden ook de Bolt-streekstroom aan. Zo zouden de leden van de tennisclub stroom kunnen krijgen van de panelen op hun sporthal. De wetten van de fysica laten niet toe dat die energie rechtstreeks wordt geleverd aan de consumenten. Maar Bolt stemt wel de productie en de vraag op elkaar af: er wordt niet meer groene stroom verkocht dan er wordt geproduceerd. Op die manier verzekert het bedrijf dat de afnemers 100 procent Belgische groene stroom hebben. Het overaanbod wordt verhandeld op de energiebeurs. Het jonge bedrijf heeft nu iets meer dan 100 aanbieders en 12.000 klanten. "De groei versnelt. Tegen eind dit jaar hopen we op 200 tot 300 groenestroomopwekkers en 30.000 klanten." Dat moet 14 tot 15 miljoen euro omzet opleveren, ongeveer vijf keer meer dan in het eerste anderhalf jaar. Op termijn mikt Verhaeghen op 1000 leveranciers -- drie per gemeente -- en 100.000 klanten. "Dan tellen we echt mee en wordt onze aanpak tastbaar." Het break-evenpunt zou Bolt eind 2022 bereiken. Winst haalt Bolt vooral uit de platformbijdrage van 5 euro per klant (8 euro voor het niet-onlineproduct). "We hebben één formule: de marktprijs. We geven geen vaste prijzen, want de marktprijs is variabel. We scoren daarmee goed in de prijsrangschikkingen, maar we willen daar niet op focussen. We nemen bewust geen winst op de prijs die onze aanbieders krijgen voor hun stroom, want zij zijn een essentieel deel van ons model. Elektriciteit is een saai product: je ziet het niet, en de balancering en de facturatie zijn erg technisch. Door de opwekkers naar voren te schuiven maken we groene stroom aantrekkelijk." De heisa rond de slimme meters voor zonnepanelenbezitters brengt wel onduidelijkheid voor het nieuwste segment aanbieders: de mini-opwekkers. Tot nu moest je minstens 15 megawattuur aanbieden om Bolt-leverancier te kunnen worden, maar de slimme meter maakt het mogelijk dat iedere bezitter van zonnepanelen kan instappen. "Ik begrijp de kwaadheid van de mensen, maar voor de energietransitie is de slimme meter een goede zaak." De volgende stap zijn lokale energiegemeenschappen. Daarin leveren eigenaars van zonnepanelen de energie die ze overdag zelf niet verbruiken bijvoorbeeld aan een naburige school. Dat heeft het voordeel dat het pieken op het net afvlakt. Alleen laat de huidige regelgeving dat nog niet toe. "De meeste daken liggen niet vol met zonnepanelen. Dat is een gemiste kans, zeker in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen, waar megaprojecten moeilijk te realiseren zijn en we het dus moeten hebben van veel kleine initiatieven. De overheid zou thuisbatterijen kunnen subsidiëren, maar het zou nog beter zijn als we elkaars batterij zouden zijn. Europa wil dat verplichten, maar het duurt even voor dat wordt omgezet in nationale wetgeving." Bolt wil optreden als een facilitator voor die energiegemeenschappen, door de productie en het verbruik zo goed mogelijk in balans te brengen en ervoor te zorgen dat de deelnemers onderling kunnen afrekenen. Vlaanderen loopt daar achter op Brussel. In de hoofdstad lopen al proefprojecten en krijgen die gemeenschappen korting op de distributienettarieven. "Het wegvallen van de terugdraaiende teller is een kans om je buren in het verhaal te betrekken."