Woensdag werd de herwerkte Code-Buysse voorgesteld. "Het is een structuur waarmee bedrijven - zowel starters als grote niet-beursgenoteerde bedrijven met een geschiedenis - nog beter kunnen werken", verklaarde Paul Buysse. "Niets moet, maar de code biedt een kader. Deugdelijk bestuur is geen dwingende verplichting, maar een lijst met richtlijnen. Veel bedrijfsleiders hebben er behoefte aan. Banken bijvoorbeeld vinden de manier waarop bedrijven worden geleid heel belangrijk met het oog op hun kredietverstrekking."
...

Woensdag werd de herwerkte Code-Buysse voorgesteld. "Het is een structuur waarmee bedrijven - zowel starters als grote niet-beursgenoteerde bedrijven met een geschiedenis - nog beter kunnen werken", verklaarde Paul Buysse. "Niets moet, maar de code biedt een kader. Deugdelijk bestuur is geen dwingende verplichting, maar een lijst met richtlijnen. Veel bedrijfsleiders hebben er behoefte aan. Banken bijvoorbeeld vinden de manier waarop bedrijven worden geleid heel belangrijk met het oog op hun kredietverstrekking."De Code-Buysse is geen wettelijke verplichting. "De code is pragmatisch. Het is een leidraad, zonder dwingende voorschriften. De toepassing gebeurt op vrijwillige basis", stelt Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder van het Instituut voor het Familiebedrijf en vennoot bij het advocatenkantoor Eubelius. De eerste code werd gepubliceerd in 2005. De tweede versie volgde in 2009. Nu is het nummer drie aan de beurt. "Eén op de drie familiebedrijven past de code toe", weet Jozef Lievens. "Ze zijn daarmee tevreden. We horen steevast dat ze vinden dat ze er beter vroeger mee waren gestart."De wijzigingen in Code-Buysse III gaan vooral over de raad van bestuur, en dan vooral over de taken ervan. De vennootschapswet meldt daar merkwaardig genoeg niets over. "Ze stelt enkel dat de vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur", zucht Lievens.De raad van bestuur heeft hoofdzakelijk zes taken. Eén: de wettelijke bevoegdheden, zoals de goedkeuring van het jaarverslag. Twee: algemeen bestuur, waaronder de strategie en de goedkeuring van belangrijke projecten. Drie: het toezicht op de onderneming en zijn management. Vier: een klankbord voor het management en de eigenaars. Vijf: de keuze van belangrijke werknemers en de bepaling van hun vergoeding. Zes: een ambassadeursfunctie. "De bestuurders belichamen de waarden van de onderneming.""De klankbordfunctie vinden ondernemers de belangrijkste", merkt Jozef Lievens. "De ondernemer wil door derden worden getoetst op zijn beleid. Vaak werkt hij te veel op zichzelf. De eenzaamheid van de ondernemer bestaat echt."De Code-Buysse III pleit nadrukkelijk voor externe bestuurders. "En liefst meer dan één", vindt Jozef Lievens. "We gaan erop vooruit. In 2010 had 11 procent van de familiebedrijven externe bestuurders, vandaag is dat toch al een derde. Het best is ook de voorzitter van de raad van bestuur extern. Die voorzitter is een sleutelfiguur. Hij weet wat er leeft bij de aandeelhouders en het management. Samen met de gedelegeerd bestuurder vormt de voorzitter het duo dat de onderneming aanstuurt. Maar slechts 15 procent van de familiebedrijven heeft een externe, niet-familiale voorzitter. Daar is nog een grote weg te gaan." Paul Buysse: "De voorzitter heeft het profiel van een bemiddelaar en scheidsrechter."Jozef Lievens somt nog een aantal pijnpunten op. Twee derde van de familiebedrijven evalueert zijn bestuurders nog altijd niet. "Als dat toch het geval is, zegt vier vijfde van de bedrijven dat dit intern en informeel gebeurt. Wat een vage omschrijving. Dat kan niet. Als uit de evaluatie een onvoldoende blijkt, moet de voorzitter zijn verantwoordelijkheid nemen."De rol tussen de aandeelhouders en het bedrijf moet ook verbeteren. Zij verschaffen het kapitaal en gaan voor de lange termijn. De aandeelhouders moeten heel duidelijk zijn over die langetermijndoelstellingen. Ten slotte is er het aspect 'risicobeleid'. Daarin staan veel bedrijven, zowel kleine als grote, bijna nergens.In een aansluitend paneldebat werd voort ingegaan op de bevindingen. "Externe bestuurders zijn enorm belangrijk", onderlijnde VOKA-voorzitter Paul Kumpen. "Het zijn mensen met ervaring. En ze geven die ervaring door aan ons, de bedrijven. Met als gevolg dat je als ondernemer minder fouten maakt. Het is jammer dat die ervaring er niet altijd uitkomt. Er is heel veel expertise, maar ze vindt niet altijd haar weg naar de bedrijven."Vincent Reuter, gedelegeerd bestuurder van de Waalse werkgeversvereniging UWE, ziet Wallonië bovendien nog wat achteroplopen. "Negen op de tien bedrijven hebben minder dan tien werknemers. Die voelen niet meteen de noodzaak van deugdelijk bestuur. Maar we hebben nu een specifiek programma op hun maat, en het besef aan deugdelijk bestuur groeit sterk."En die externe bestuurders moeten vandaag worden binnengehaald. "Soms halen bedrijven ze pas binnen als het slecht gaat. Dat is te laat", verzucht Paul Kumpen. "Het belangrijkste is dat die bestuurders open en ongebonden moeten kunnen praten over de onderneming, zeker de voorzitter. Soms komt die zelf uit de operaties. Dat is fout. Hij kijkt dan stiefmoederlijk toe op de CEO. Nee, de voorzitter moet afstand nemen van die operaties. Hij moet de mentor van de CEO zijn en aan die CEO de nodige ruimte geven.""De voorzitter moet ijzersterk in communicatie zijn. Hij moet het DNA van de familiale aandeelhouders voelen en een echte diplomaat zijn. Maar die witte raven zijn moeilijk te vinden op de markt", analyseert Patrick De Schutter, co-gedelegeerd bestuurder van het Instituut voor het Familiebedrijf.Het risicobeleid staat nergens. Alle panelleden - ook Michèle Sioen, de CEO van het beursgenoteerde textielbedrijf - gaf dat toe. "Bij Sioen zijn wij verplicht om een risicobeleid te voeren. We hebben de risico's opgesomd in het jaarverslag. Maar bij het merendeel van de Belgische bedrijven staat het risicobeleid nog in de kinderschoenen. De risico's worden te weinig opgesomd, laat staan dat er scenario's zijn voor het geval dat het misloopt. Bedrijven zijn in de eerste plaats bezig met groeien."Paul Kumpen verwees onder meer naar cybercriminaliteit, waartegen veel bedrijven nauwelijks iets doen.