Steeds meer oliemajors vechten om een beperkt aantal investeringen in hernieuwbare energie. Dat heeft geleid tot enkele "waanzinnige waarderingen", waarschuwt Patrick Pouyanné. "Dit is een bubbel."
...

Steeds meer oliemajors vechten om een beperkt aantal investeringen in hernieuwbare energie. Dat heeft geleid tot enkele "waanzinnige waarderingen", waarschuwt Patrick Pouyanné. "Dit is een bubbel." De CEO van Total verwijst naar de recente veilingen in het Verenigd Koninkrijk. Daar betaalden EnBW, het energiebedrijf van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, en BP maar liefst 701,3 miljoen euro per gigawatt voor de jaarlijkse huur van een stuk zeebodem. De huurrechten voor drie andere domeinen gingen voor bedragen tussen 376,4 en 424,4 miljoen euro naar het Duitse RWE, een combinatie van het groene investeringsfonds GIG en Total, en het Spaanse bouwbedrijf Cobra en Flotation Energy. Het was de eerste keer dat er een veiling was voor het huurgeld. Tot nu legde The Crown Estate, de stichting die de zeebodem verhuurt, de huurprijs vast. Voor een deel zijn de hoge prijzen te wijten aan de kleine omvang van die vierde zeebodemveiling: 8 gigawatt. De derde veiling, in 2010, ging over 32 gigawatt offshore windproductie. Giles Dickson, de CEO van de sectorvereniging WindEurope, slaat alarm. "De hoge huurprijzen verhogen de kosten voor offshore wind. Het dreigt de energiefactuur de hoogte in te jagen en de ontwikkeling van de industrie te fnuiken. Het is slecht voor de economie en voor de energietransitie." "Het is te verwachten dat bedrijven die kosten zullen doorrekenen aan de consument", zegt Annemie Vermeylen, secretaris-generaal van het Belgian Offshore Platform, dat de offshore ontwikkelaars bundelt. Al wijst ze er ook op dat het Britse systeem atypisch is voor de rest van Europa. In het Verenigd Koninkrijk moet je eerst een bod doen om de zeebodem te mogen huren. Nadien moet je een positief advies krijgen voor de milieu-impactanalyse. Ten slotte moet je een akkoord vinden over het contract for difference, een soort bodemprijs die een investeerder krijgt voor de geproduceerde stroom. Ligt de marktprijs lager, dan past de overheid bij. In het andere geval moet de ontwikkelaar het verschil terugstorten. De finale beslissing over de 8 gigawatt van de vierde veiling valt tegen 2022. Dat Total en de andere oliemajors die torenhoge prijzen toch betalen, komt omdat ze in een spagaat staan. Blijven ze vasthouden aan hun fossiele activiteiten, die nog altijd de bulk vormen van hun omzet, hun winst en de dividenden die ze uitkeren? Of geven ze gevolg aan de steeds luider klinkende roep om hun investeringen in schone energie op te voeren? CEO Pouyanné wil dat Total niet langer een olie- en gasmajor wordt genoemd, maar een energiebedrijf. De Franse multinational, met 100.000 werknemers in 130 landen, wil tegen 2050 klimaatneutraal zijn en investeerde al miljarden in hernieuwbare energie. In ons land kocht het in 2016 de energieverkoper Lampiris. Om de koerswijziging te benadrukken, wil Pouyanné in mei de naam veranderen naar TotalEnergies. Volgens de topman is de publieke opinie sneller gekeerd dan iedereen enkele jaren geleden voor mogelijk hield. Nu dreigen zelfs grote institutionele investeerders ermee hun aandelen in olie- en gasbedrijven te dumpen, tenzij die meer doen om de klimaatopwarming te bestrijden. "Het is fout te denken dat we de klimaatuitdaging oplossen door niet meer te investeren in olie- en gasbedrijven. Zelfs wanneer BP, Total en Shell hun activa in olie en gas verkopen aan andere producenten, lost dat niets op. De staatsoliemaatschappijen, zoals Saudi Aramco, zijn niet bereid te stoppen met produceren. Als Total zich terugtrekt, pikken pakweg onze Russische sectorgenoten de projecten gewoon in." De zorgen over de spagaat werden vorig jaar wat weggeduwd door de impact van het coronavirus. Het stilvallen van de economische activiteit deed de vraag naar en de prijs van olie kelderen, wat Total opzadelde met een verlies van 5,96 miljard euro. Desondanks behield het zijn dividend. Mede daardoor verloor het aandeel, verder ondersteund door de sterke balans en lage schuldgraad van het bedrijf, 29 procent van zijn waarde. Daarmee deed het een stuk beter dan veel sectorgenoten. Het bedrijf ploegt voort met zijn plan voor klimaatneutraliteit. Ondanks de onvrede over de torenhoge waarderingen, is hernieuwbare energie een essentieel onderdeel van de toekomst van de groep. De Fransen willen dit jaar 1,65 miljard euro investeren in de elektriciteitstak en schone energie. Daarbij mikt het op een rendement van 10 procent. De hernieuwbare activiteiten moeten tegen 2025 meer dan 1,24 miljard euro vrije cashflow opleveren. In 2019 was dat ongeveer 83 miljoen euro, een peulschil tegenover de cashflow van 22,4 miljard dat jaar. Patrick Pouyanné gelooft niet in de aanpak van BP, dat zijn fossiele productie met 40 procent wil terugschroeven. "We hebben onze fossiele activa nodig om te kunnen investeren in hernieuwbare activa", klinkt het. "Wanneer je een deel van je cash kwijtspeelt en je kunt je ontwikkeling niet financieren, is er een onevenwicht." Total verwacht dat de olieproductie van de groep vrij stabiel blijft, maar het verwacht wel veel groei van de gasactiviteiten. Total kocht in 2017 voor 1,24 miljard euro de lng-tak van de Franse energiegroep Engie, waardoor het de wereldwijde nummer twee werd in gas, na het Brits-Nederlandse Shell. Mede daarom wil Total zijn hernieuwbare-energietak niet afsplitsen tot een apart beursgenoteerd bedrijf, wat sommige bankiers graag zouden zien gebeuren. "Die divisie heeft nog de financiële vuurkracht van de fossiele brandstoffen nodig. Ik geloof sterk in hernieuwbare energie, maar ik mis nuancering in het verhaal van de transitie naar groene energie. Politici en milieubewegingen zeggen nauwelijks iets over hoeveel de energietransitie zal kosten. Mensen denken: het is hernieuwbaar, dus het moet gratis zijn. Maar dat is fout."