Uit een nieuwe raming door de Nationale Bank blijkt de totale loonkost in het coronajaar 2020 met 2,2 procent te zijn gedaald. In 2019 was er nog een stijging met 3,7 procent. In de privésector is de daling nog groter: 3,8 procent.

De daling van de totale loonmassa is logisch. Door de coronacrisis werden werknemers massaal op tijdelijke werkloosheid geplaatst en kregen ze een uitkering. De RVA keerde vorig jaar 4,6 miljard euro aan uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid uit, aan bijna 1,4 miljoen werknemers.

Terwijl de totale loonkost voor het eerst in vele jaren daalt, is de loonkost per uur wel gestegen: met 4,1 procent tegenover 2019. Ook hier zorgt de pandemie voor een vertekend beeld. De lockdownmaatregelen en de tijdelijke werkloosheid troffen vooral de lagere lonen (denk maar aan de horeca). Als er al banen verloren gingen, waren het bovendien vooral tijdelijke, minder goed betaalde banen. Dat zorgt ervoor dat het aandeel van de beter betaalde werknemers in de berekening van de uurlonen oververtegenwoordigd is. Ook een extra premie van sommige werknemers bovenop de tijdelijke werkloosheid of voor bijzondere prestaties in deze uitzonderlijke tijden - bijvoorbeeld de premie voor het zorgpersoneel - deden de loonkost per uur stijgen.

Arbeidsmarkt

De cijfers van de Nationale Bank bevestigen dat de arbeidsmarkt voorlopig gespaard is gebleven van grote gevolgen wegens de gezondheidscrisis. De werkgelegenheid stagneerde in 2020: er waren amper 800 mensen minder aan de slag in vergelijking met een jaar eerder. Een belangrijke nuance: bij de werkenden rekent men ook het record aantal tijdelijk werklozen van vorig jaar. Het aantal loontrekkenden daalde met 14.900, maar dat werd gecompenseerd door 14.100 bijkomende zelfstandigen. De daling van de loontrekkenden is vooral een gevolg van banenverlies wegens de stopzetting of niet-verlenging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten zoals die van uitzendkrachten, losse arbeidskrachten, flexi-jobbers en jobstudenten.

Het arbeidsvolume - gemeten in het aantal gewerkte uren - daalde in 2020 met 6 procent. Hier is de invloed van de tijdelijke werkloosheid wel duidelijk te zien.

Uit een nieuwe raming door de Nationale Bank blijkt de totale loonkost in het coronajaar 2020 met 2,2 procent te zijn gedaald. In 2019 was er nog een stijging met 3,7 procent. In de privésector is de daling nog groter: 3,8 procent. De daling van de totale loonmassa is logisch. Door de coronacrisis werden werknemers massaal op tijdelijke werkloosheid geplaatst en kregen ze een uitkering. De RVA keerde vorig jaar 4,6 miljard euro aan uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid uit, aan bijna 1,4 miljoen werknemers. Terwijl de totale loonkost voor het eerst in vele jaren daalt, is de loonkost per uur wel gestegen: met 4,1 procent tegenover 2019. Ook hier zorgt de pandemie voor een vertekend beeld. De lockdownmaatregelen en de tijdelijke werkloosheid troffen vooral de lagere lonen (denk maar aan de horeca). Als er al banen verloren gingen, waren het bovendien vooral tijdelijke, minder goed betaalde banen. Dat zorgt ervoor dat het aandeel van de beter betaalde werknemers in de berekening van de uurlonen oververtegenwoordigd is. Ook een extra premie van sommige werknemers bovenop de tijdelijke werkloosheid of voor bijzondere prestaties in deze uitzonderlijke tijden - bijvoorbeeld de premie voor het zorgpersoneel - deden de loonkost per uur stijgen. De cijfers van de Nationale Bank bevestigen dat de arbeidsmarkt voorlopig gespaard is gebleven van grote gevolgen wegens de gezondheidscrisis. De werkgelegenheid stagneerde in 2020: er waren amper 800 mensen minder aan de slag in vergelijking met een jaar eerder. Een belangrijke nuance: bij de werkenden rekent men ook het record aantal tijdelijk werklozen van vorig jaar. Het aantal loontrekkenden daalde met 14.900, maar dat werd gecompenseerd door 14.100 bijkomende zelfstandigen. De daling van de loontrekkenden is vooral een gevolg van banenverlies wegens de stopzetting of niet-verlenging van tijdelijke arbeidsovereenkomsten zoals die van uitzendkrachten, losse arbeidskrachten, flexi-jobbers en jobstudenten. Het arbeidsvolume - gemeten in het aantal gewerkte uren - daalde in 2020 met 6 procent. Hier is de invloed van de tijdelijke werkloosheid wel duidelijk te zien.