Een openluchtveld in Erwetegem. Hier groeien hennepplanten, meer bepaald Cannabis sativa L. De eigenaar is Mathieu Hendrickx. In een vorig leven runde hij een melkvee- en akkerbouwbedrijf. Voor u op verkeerde ideeën komt, dit is geen illegale marihuanaplantage. Zijn plantjes bevatten nauwelijks roesverwekkende stoffen. Ze worden gebruikt als isolatiemiddel voor een bouwtechniek die Hendrickx ontwikkelde met zeven vennoten. De hennep die op deze plantage gekweekt wordt, heeft een THC-gehalte van minder dan 0,2 procent. Industriële hennep mag van Europa niet meer dan 0,3 procent THC (tetrahydrocannabinol) bevatten, de psychoactieve stof die de roes van cannabis veroorzaakt. In België geldt een maximum van 0,2 procent. Hendrickx: "Ik vermaal de hennep en meng het geheel met kalk, mineralen en water tot kalkhennep, een veelzijdig bouwmateriaal. De cannabis heeft unieke isolerende en vochtregulerende kenmerken. Je bouwt er een gezond huis mee zonder milieubelastende isolatiematerialen."
...

Een openluchtveld in Erwetegem. Hier groeien hennepplanten, meer bepaald Cannabis sativa L. De eigenaar is Mathieu Hendrickx. In een vorig leven runde hij een melkvee- en akkerbouwbedrijf. Voor u op verkeerde ideeën komt, dit is geen illegale marihuanaplantage. Zijn plantjes bevatten nauwelijks roesverwekkende stoffen. Ze worden gebruikt als isolatiemiddel voor een bouwtechniek die Hendrickx ontwikkelde met zeven vennoten. De hennep die op deze plantage gekweekt wordt, heeft een THC-gehalte van minder dan 0,2 procent. Industriële hennep mag van Europa niet meer dan 0,3 procent THC (tetrahydrocannabinol) bevatten, de psychoactieve stof die de roes van cannabis veroorzaakt. In België geldt een maximum van 0,2 procent. Hendrickx: "Ik vermaal de hennep en meng het geheel met kalk, mineralen en water tot kalkhennep, een veelzijdig bouwmateriaal. De cannabis heeft unieke isolerende en vochtregulerende kenmerken. Je bouwt er een gezond huis mee zonder milieubelastende isolatiematerialen." Bouwen in plaats van blowen dus. Omdat zijn melkkoeien niet meer rendabel waren, broedde Hendrickx op een plan B. Hij leverde grondstoffen aan ecologische bouwbedrijven, zoals stro, maar merkte dat weinig traditionele bouwbedrijven de overstap maakten naar natuurlijke grondstoffen.Wie wel met kalkhennep durfde te werken, bracht het mengsel handmatig aan in een draagstructuur, een tijdrovend proces. "Op zoek naar een efficiëntere toepassing, kwam ik op het idee om op een industriële manier kalkhennepmuren te bouwen." In augustus 2015 was Hemp in a box een feit, een bouwsysteem van kalkhennepmuren in houtskelet die in een productiehal gebouwd en op de werf gemonteerd wordt. "We kunnen in één dag 100 vierkante meter kalkhennepmuren bouwen." Hendrickx voelt een groeiende interesse van musea en scholen. Ook brouwerijen willen met natuurlijke bouwmaterialen werken, omdat die het brouwproces niet beïnvloeden. "Met ons concept is ventilatie zelfs overbodig in een woning. Alleen: leg dat maar uit aan de overheid. Die blijft hameren op verplichte ventilatie." Hendrickx inspecteert zijn hennepplantage regelmatig, en de Vlaamse overheid controleert hem. Iedere landbouwer is verplicht de teelt van hennep voor energiewinning en/of industriële doeleinden te melden aan het Agentschap voor Landbouw en Visserij. Niet zelden vormt ze, in volle bloei, het doelwit van studenten met grijpgrage handen, want een ongetraind oog ziet amper het verschil tussen industriële hennep en roesverwekkende marihuana. "Voor eens en altijd: van industriële hennep word je niet high, maar mottig." Binnenkort zaait Hendrickx ook 12 hectare extra, speciaal voor het zaad. "Dat wordt verkocht als vogelzaad, maar ook verwerkt in menselijke voeding." Hennep of 'kemp' is een gewas met een eeuwenlange staat van dienst. De Egyptenaren gebruikten het gewas al in de zestiende eeuw voor Christus om touw en cosmeticaproducten te maken. De Chinezen gebruikten de hennepvezels 4500 jaar geleden voor papier en textiel, de zaden als voedsel en de bloemen in medicinale toepassingen. In de middeleeuwen werd op de Vlaamse velden volop hennep gekweekt, voor het draaien van touwen en teugels. Zonder hennep was er misschien zelfs geen sprake geweest van de Gouden Eeuw. Het Nederlandse handelsimperium, waarvan de ruggengraat de scheepvaart van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was, stimuleerde de cultivering van de hennepplant. Behalve hout was hennep het belangrijkste onderdeel van de scheepsbouw en voor een koopvaardijvloot zo groot als die van Holland waren talloze tonnen hennep nodig. Voor een gemiddeld zeilschip was ongeveer 21 kilometer touw nodig en honderden vierkante meters canvas. Rond 1900 gebruikte Rudolf Diesel hennepolie om het prototype van zijn motor te laten draaien. Henry Ford presenteerde een auto waarvan het koetswerk voor 70 procent uit hennepvezel, sisal en stro bestond. Maar in de 20ste eeuw werd hennep stilaan verdrongen door goedkopere geïmporteerde vezels zoals katoen en later synthetische vezels, met dank aan de boomende slavernij. Aan het begin van de jaren dertig kreeg industriële hennep de genadeslag. Het Amerikaanse Federal Bureau of Narcotics voerde steeds intensiever campagne tegen cannabis als drug, die gelieerd werd met criminaliteit en krankzinnigheid. Tegelijkertijd lobbyden petrochemische en papierproducenten met alle macht tegen de industriële hennepteelt, waaronder het chemische concern DuPont, dat in 1937 de kunstmatige vezel op de markt bracht en het patent op nylon kreeg. Dat leidde in 1937 ook tot de Marihuana Tax Act, die een hoge belasting op de productie en de handel van hennep oplegde, waardoor het tot een economisch oninteressant gewas degradeerde. Bovendien werden de industriële variëteiten van de Cannabis sativa L. steeds meer over één kam geschoren met de marihuanaplanten. Einde verhaal van een polyvalent gewas? Neen, een Europese verordening in 1992 zette het licht weer op groen voor industriële hennepteelt. In Duitsland en Frankrijk groeit de sector elk jaar, Canada is al jarenlang toonaangevend in de productie en verwerking van de zaden. De European Industrial Hemp Association is de koepelorganisatie voor alle Europese bedrijven actief in de hennepsector. De hennepplant heeft vandaag honderden economische toepassingen: hij levert vezels, scheven (houtachtige kern van de stengel) en zaad als grondstoffen voor kleding, voor isolatiewol en -dekens, voor vezelversterkte composieten in de carrosserie en bumpers van auto's, voor de productie van kalkhennepbeton, voor verwerking in voeding, voor stalstrooisel voor pluim- en rundvee, enzovoort (zie kader Hennep in ons dagelijkse leven). Het gros van de toepassingen gaat gepaard met minder verbruik van water en energie, minder vervuiling en uitstoot. Bovendien groeit hennep als kool, het is een ideaal rotatiegewas, het gaat bodemerosie tegen en het kan zelfs een met zware metalen vervuilde bodem saneren. En toch is de hennepindustrie nog klein en ontwikkelt ze zich relatief langzaam, zeker in België. Het lijkt bizar dat zo'n veelzijdig gewas zo weinig aangemoedigd wordt. Experts die al jarenlang onderzoek doen naar het plantje, halen een aantal redenen aan. Sinds 1992 is hennep weer legaal, maar industrieën zoals de katoen-, papier- en petrochemische industrie lobbyen verwoed tegen het plantje. Er is ook nog veel onderzoek en ontwikkeling nodig in alle delen van de keten: de teeltmethoden, de rendabele verwerking en de productie van eindtoepassingen. Bij de consument is hennep vaak niet bekend of heeft het een negatieve bijklank. Ook de vooralsnog hoge prijs en het beperkte aanbod remmen de doorbraak af. Een stijgende vraag van de consument zal de industrie stimuleren, maar er zijn ook signalen van de overheid nodig. Zoals vaak bij 'nieuwe' producten of ontwikkelingen hinkt de wetgeving achterop. En de hoeveelheid landbouwgrond is beperkt en peperduur in België. Volgens Sander Meyskens, werknemer bij Hempgreen, kunnen universiteiten en hogescholen ook een rol spelen door hennep en zijn toepassingen op te nemen in de leerstof en er onderzoek naar te doen. Meyskens: "De uitbouw van deze sector biedt mogelijkheden voor ondernemers en zal extra werkgelegenheid creëren." In België werd in 2013 een oppervlakte van 250 hectare hennep geteeld, vandaag is dat al ruim 400 hectare. De verwerkingsindustrie bleef tot voor kort beperkt tot slechts enkele spelers. De Belgische coöperatieve vennootschap Belchanvre, opgericht in 2012, brengt daar verandering in. Ze verenigt 80 landbouwers-pioniers in de teelt van industriële hennep en startte begin dit jaar in Marloie met de bouw van een verwerkingsfabriek, die de vezels van de scheven moet scheiden. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië zijn er aannemers die bouwen met (kalk)hennep of materialen aanbieden om zelf te bouwen, maar Wallonië leidt de dans. Isohemp en Prohemp zijn Waalse bedrijven actief in respectievelijk de productie van kalkhennepblokken en verkoop van kalkhennep. ChanvrEco in de provincie Luik is gespecialiseerd in de verwerking van hennepstro tot hennepgranulaat, een isolatiemateriaal voor gebouwen. De scheven worden gebruikt als bodembedekking van groene zones. Inagro, het onderzoekscentrum voor land- en tuinbouw in Rumbeke-Beitem, acht het mogelijk een hennepindustrie in Vlaanderen uit te bouwen, op voorwaarde dat telers, verwerkers en handelaars geïntegreerd samenwerken. Veronique De Mey, onderzoekster bij Inagro: "De sector ontluikt, maar telers aarzelen nog omdat er te weinig afzet is. Verwerkende bedrijven kunnen dan weer geen lijnen opstarten als er geen grondstoffen zijn. Om de teelt in Vlaanderen rendabel te krijgen, is het cruciaal om alle delen van de plant te gelde te maken met aangepaste oogstmachines. Dan kan de teelt een aanvaardbaar rendement opleveren." Sam De Kegel