De eerste antivirale medicijnen tegen covid-19 hebben hebben groen licht gekregen. Maar de pillen van MSD en Pfizer zijn niet de enige remedies tegen het coronavirus die het nieuws halen. Er zijn twee groepen geneesmiddelen tegen covid-19: virusremmers en antistoffentherapie. Antivirale middelen of virusremmers blokkeren de replicatie van het coronavirus, terwijl antistoffen een immuunreactie stimuleren.
...

De eerste antivirale medicijnen tegen covid-19 hebben hebben groen licht gekregen. Maar de pillen van MSD en Pfizer zijn niet de enige remedies tegen het coronavirus die het nieuws halen. Er zijn twee groepen geneesmiddelen tegen covid-19: virusremmers en antistoffentherapie. Antivirale middelen of virusremmers blokkeren de replicatie van het coronavirus, terwijl antistoffen een immuunreactie stimuleren. Vorig jaar bleek de therapeutische werking van de virusremmer Remsodesivir, oorspronkelijk ontwikkeld als een therapie tegen ebola, beperkt in de strijd tegen covid-19. Dat lag al anders bij de antistoffenbehandeling Sotrovimab, waarvoor GSK in juli bij de Canadese geneesmiddelenautoriteiten de goedkeuring kreeg. Begin november volgde het fiat van de Britse geneesmiddelenautoriteit voor Molnupiravir, een antiviraal middel van Merck Sharp & Dohme (MSD). Ook Pfizer kwam intussen met spectaculaire resultaten voor zijn virusremmer Paxlovid. Een testgroep die dat middel gebruikte in de eerste vijf dagen na de besmetting had 89 procent minder kans om in het ziekenhuis te belanden en te overlijden aan covid-19. Tussen al dat internationale geweld probeert ook Exevir, een spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), zijn therapie te ontwikkelen met zogenoemde nanobodies. Daarmee hoort het thuis in de categorie van de antistoffentherapieën. Waarmee onderscheidt Exevir zich? "De meeste therapieën mikken op een vroegtijdige behandeling, wij op een therapie voor gehospitaliseerde patiënten", zegt CEO Torsten Mummenbrauer. De zoektocht naar geneesmiddelen tegen covid-19 begon vrijwel meteen na de eerste besmettingen. Bijna twee jaar later blijken de beschikbare remedies vooral relevant als aanvulling op de vaccins. De bescherming door de vaccins neemt namelijk sneller af dan verwacht. "Antivirale middelen zijn een belangrijke aanvulling", bevestigt viroloog Marc Van Ranst (KU Leuven). "De mensen moeten niet denken dat de coronapillen een alternatief voor de vaccins kunnen zijn." Een belangrijke verklaring is dat virussen muteren. Ze ontwikkelen ook resistentie tegen virusremmers. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het middel tegen griep Tamiflu. Enkele jaren na zijn introductie zagen we een toenemende resistentie van de meeste griepstammen tegen dat medicijn. Desondanks zijn de antivirale middelen en antistoffenbehandelingen tegen covid-19 erg relevant, want er komen nog altijd heel wat mensen in het ziekenhuis terecht, hetzij omdat de bescherming door vaccins faalt, hetzij omdat ze niet gevaccineerd konden worden. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor patiënten met een verminderde immuniteit door een orgaantransplantatie of een auto-immuunziekte. De onlangs goedgekeurde covid-therapieën werken in een vroeg stadium van een besmetting. Ze helpen om het aantal ziekenhuisopnames te verkleinen. Voor patiënten met zuurstofnood hebben de pillen van MSD en Pfizer nog niet aangetoond een verschil te kunnen maken. In dat segment wil het Belgische Exevir een rol spelen. "Wij geloven dat de grootste medische nood ligt bij patiënten in de ziekenhuizen", zegt Mummenbrauer. "Bovendien blijken bij patiënten met immuniteitsproblemen de gebruikelijke antistoftherapieën moeilijker te gebruiken. Onze nanobodies hebben een beter veiligheidsprofiel." De VIB-spin-off hoopt met zijn therapie bovendien een verschil te maken in de zogenoemde compliance. Bij de antivirale therapie van MSD en Pfizer moet een patiënt 30 tot 50 pillen in vijf dagen innemen. Die behandeling nauwgezet volgen kan voor sommige mensen problematisch zijn. Die groep is gebaat met een intraveneuze behandeling in het ziekenhuis."Eigenlijk vissen we niet in dezelfde vijver", zegt Mummenbrauer. Exevir ambieert ook toekomstige mutaties van het coronavirus te kunnen behandelen. Het gebruikt genetisch gewijzigde nanobodies, een technologie die ook al bij Ablynx het mooie weer maakte. Die focussen op een specifiek aanhechtingspunt van het coronavirus. "Er zijn heel weinig mutaties waar dat epitoop bij betrokken is", zegt Mummenbrauer. "We denken daarom dat onze molecule ook zal werken tegen nieuwe varianten." Exevir is volop bezig met de klinische proeven om zijn geneesmiddel op de markt te kunnen brengen. Het rekruteert patiënten in ons land, Italië en Moldavië. Tegen eind dit jaar moeten daar ook proeven in Mexico, Brazilië, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten bij komen. "Tegen de start van de zomer moet fase II zijn afgerond", zegt Mummenbrauer. "Het Europese geneesmiddelenagentschap EMA staat nog altijd open voor een versnelde en voorwaardelijke goedkeuring. Als dat deze zomer nog zo is, kan de goedkeuring er zijn voor de winter van 2022-2023." Is dat niet het geval, dan moet Exevir wellicht op zoek naar financiële partners, om een uitgebreide fase III-studie te financieren. Een marktintroductie zou dan pas een jaar later mogelijk zijn. "We halen nu al geld op", meldt de CEO. "Maar we zetten in op de voorwaardelijke goedkeuring. Daarom is het belangrijk de klinische tests op de juiste manier op te bouwen." Of EMA zijn houding verandert, nu er therapieën beschikbaar komen, valt af te wachten. De wiskundige voorspellingsmodellen in ons land houden nog geen rekening met de impact van de geneesmiddelen op de epidemie. "Op een bepaald ogenblik zal dat veranderen", stelt professor Geert Molenberghs (UHAsselt/KU Leuven). "Als we zien dat bepaalde profielen van patiënten minder in het ziekenhuis terechtkomen, kunnen we dat vrij eenvoudig meenemen in onze berekeningen, maar daarvoor hebben we nu nog onvoldoende informatie over de impact van de nieuwe remedies." Dat de nieuwe geneesmiddelen een rol zullen spelen in toekomstige besmettingsgolven, staat buiten kijf. Het aantal besmettingen zal er allicht niet door dalen, maar wellicht hebben minder mensen intensieve zorg nodig. "De kans op een overbelasting van de zorg wordt kleiner", schat Van Ranst in. "En als dat zo is, zou een volgende golf toch al wat meer lijken op de jaarlijkse wintergriep."