De indicator van het ondernemersvertrouwen staat in oktober op +4, net als in september. In juli stond het ondernemersvertrouwen nog historisch hoog (op 10,1), maar nadien volgden twee dalingen.

Het vertrouwen van de ondernemers evolueerde in oktober verschillend naargelang de bedrijfstak. In de dienstensector herstelde het vertrouwen vrij sterk na drie opeenvolgende dalingen. 'De bedrijfsleiders tonen zich er aanzienlijk tevredener over de recente ontwikkeling van hun activiteit', stelt de Nationale Bank. 'Hun verwachtingen voor hun eigen activiteit en de algemene marktvraag zijn eveneens positiever.'

Maar in de andere sectoren - bouw, handel en verwerkende nijverheid - ging het vertrouwen erop achteruit. De daling was het grootst in de handel, volgens de Nationale Bank het gevolg van 'een forse verslechtering van de vooruitzichten voor de bestellingen bij de leveranciers en, in mindere mate, voor de werkgelegenheid'.

Wat de verwerkende nijverheid betreft, blijkt uit een driemaandelijkse enquête dat de fabrieken op een iets lager pitje draaien. De seizoensgezuiverde bezettingsgraad van het productievermogen (of de mate waarin de beschikbare productiecapaciteit benut wordt, red.) stond in oktober op 79,9 procent, tegen 81,1 procent in juli.

De algemene synthetische curve van het ondernemersvertrouwen, die de onderliggende conjunctuurtrend weergeeft, daalt in oktober voor het eerst sinds mei 2020. 'Toen bereikte ze haar laagste punt sinds het begin van de COVID-19-crisis', duidt de Nationale Bank.

De indicator van het ondernemersvertrouwen staat in oktober op +4, net als in september. In juli stond het ondernemersvertrouwen nog historisch hoog (op 10,1), maar nadien volgden twee dalingen. Het vertrouwen van de ondernemers evolueerde in oktober verschillend naargelang de bedrijfstak. In de dienstensector herstelde het vertrouwen vrij sterk na drie opeenvolgende dalingen. 'De bedrijfsleiders tonen zich er aanzienlijk tevredener over de recente ontwikkeling van hun activiteit', stelt de Nationale Bank. 'Hun verwachtingen voor hun eigen activiteit en de algemene marktvraag zijn eveneens positiever.' Maar in de andere sectoren - bouw, handel en verwerkende nijverheid - ging het vertrouwen erop achteruit. De daling was het grootst in de handel, volgens de Nationale Bank het gevolg van 'een forse verslechtering van de vooruitzichten voor de bestellingen bij de leveranciers en, in mindere mate, voor de werkgelegenheid'. Wat de verwerkende nijverheid betreft, blijkt uit een driemaandelijkse enquête dat de fabrieken op een iets lager pitje draaien. De seizoensgezuiverde bezettingsgraad van het productievermogen (of de mate waarin de beschikbare productiecapaciteit benut wordt, red.) stond in oktober op 79,9 procent, tegen 81,1 procent in juli. De algemene synthetische curve van het ondernemersvertrouwen, die de onderliggende conjunctuurtrend weergeeft, daalt in oktober voor het eerst sinds mei 2020. 'Toen bereikte ze haar laagste punt sinds het begin van de COVID-19-crisis', duidt de Nationale Bank.