De regering-Michel mag de Belgische bedrijven een bedankje sturen. Dat de begrotingscontrole 2017 zo gemakkelijk werd afgehandeld is onder andere het gevolg van de toenemende inkomsten uit de vennootschapsbelasting. In 2010 betaalden de bedrijven 9,2 miljard euro belasting op hun winsten, in 2016 werd dat 15,2 miljard euro of 3,6 procent van het bbp. In 2017 zou de vennootschapsbelasting meer dan 15,5 miljard euro opbrengen. In zeven jaar tijd is dat een stijging met 6,3 miljard euro of 70 procent. België steekt daarmee schril af tegenover de buurlanden. Daar schommelt de opbrengst van de vennootschapsbelasting tussen 2,5 en 2,6 procent van het bbp (zie grafiek Opbrengst vennootschapsbelasting in België stijgt).
...

De regering-Michel mag de Belgische bedrijven een bedankje sturen. Dat de begrotingscontrole 2017 zo gemakkelijk werd afgehandeld is onder andere het gevolg van de toenemende inkomsten uit de vennootschapsbelasting. In 2010 betaalden de bedrijven 9,2 miljard euro belasting op hun winsten, in 2016 werd dat 15,2 miljard euro of 3,6 procent van het bbp. In 2017 zou de vennootschapsbelasting meer dan 15,5 miljard euro opbrengen. In zeven jaar tijd is dat een stijging met 6,3 miljard euro of 70 procent. België steekt daarmee schril af tegenover de buurlanden. Daar schommelt de opbrengst van de vennootschapsbelasting tussen 2,5 en 2,6 procent van het bbp (zie grafiek Opbrengst vennootschapsbelasting in België stijgt). "De bedrijven hebben de staatskas de voorbije jaren in toenemende mate gespekt. Terwijl andere belastingen, die de economie minder verstoren, gedaald zijn", stelt Pieter Timmermans, topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) vast. Dat de vennootschapsbelasting almaar meer opbrengt, heeft verschillende oorzaken. Veel bedrijven zijn stilaan hersteld van de financiële crisis, wat betekent dat ze minder overdraagbare verliezen hebben. In België zijn fiscale verliezen voor een vennootschap onbeperkt in de tijd aftrekbaar. Dat fiscale voordeel speelt minder naarmate bedrijven minder verliezen boeken. Daarnaast is er de Europese aanval op de excess profit rulings, de overwinsten. De Europese Commissie noemt dat fiscale gunstregime voor multinationals in België illegale staatssteun, en de belastingen worden alsnog gevorderd. Maar de belangrijkste oorzaak is de minder aantrekkelijke notionele-intrestaftrek. De lage rente zet dit fiscale voordeel voor bedrijven met veel eigen vermogen onder druk. Met dit systeem kunnen bedrijven een rente van het eigen vermogen aftrekken van hun belastbare winst. Die rente is gebaseerd op de langetermijnrente en die daalt al een hele tijd. En dus neemt het voordeel voor de bedrijven af. Voor het aanslagjaar 2007 bedroeg de rente 3,4 procent, ondertussen is ze nog amper 1,131 procent. Het Rekenhof laat verstaan dat de staatskas in 2017 daardoor 772 miljoen euro meer binnen kreeg. Dat cijfer deed ook in de regering de ronde. In een recent interview zei minister van Begroting Sophie Wilmès: "Eigenlijk zouden we kunnen gaan tot ongeveer 700 miljoen euro, maar we zijn voorzichtig geweest en hebben 300 miljoen euro ingeschreven in de begroting." Op zeer korte termijn is dat een goede zaak voor de staatskas, maar steeds meer bedrijven maken zich zorgen over de langetermijneffecten. Want het Belgische reële tarief in de vennootschapsbelasting - dus zonder allerlei aftrekken en gunstregimes - schuift langzaam maar zeker in de richting van het nominale tarief van 33,99 procent. Alleen Frankrijk en Malta hanteren een hoger officieel tarief. Het reële Belgische tarief in de vennootschapsbelasting daalde jarenlang, tot ongeveer 25 procent in 2007. Momenteel schurkt het dicht tegen de 30 procent aan. En dat terwijl het gemiddelde in de Europese Unie blijft afnemen. Een stijgend reëel tarief in de vennootschapsbelasting maakt België minder aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. En dat is niet alles. "Terwijl onze aanslagvoet stijgt, denken onze buurlanden aan een verlaging. Zo prijzen we onszelf uit de markt", waarschuwt Timmermans. In Europa woedt inderdaad een strijd om bedrijven met lagere vennootschapsbelastingen te lokken. De Britten willen de verwachte exodus door de brexit tegengaan met een tarief van 15 procent, of misschien nog minder. In Frankrijk spiegelen de presidentskandidaten Emmanuel Macron en François Fillon 25 procent voor. Luxemburg spreekt van 18 procent en in Nederland wordt dezelfde discussie gevoerd. De race to the bottom is een feit. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) vindt dat België niet kan achterblijven. Hij pleit al meer dan een jaar voor een hervorming van de vennootschapsbelasting. Het nominale tarief zou dalen naar 20 procent tegen 2020. Tegelijk zouden allerlei kortingen afgebouwd of afgeschaft worden. Maar het dossier ligt nu al maanden in de koelkast en dat baart de werkgeversorganisaties zorgen. Timmermans: "Een hervorming is noodzakelijk. Een lagere vennootschapsbelasting stimuleert het ondernemerschap, de investeringen, de groei en de jobcreatie. Maar het wordt met de dag moeilijker om de vennootschapsbelasting te hervormen zonder de begroting in de problemen te brengen. Het was de bedoeling dat onder andere de afschaffing van de excess profit rulings en de minder aantrekkelijke notionele-intrestaftrek zouden worden gecompenseerd met lagere tarieven. Daar wachten we nog altijd op. Ook de verhoging van de roerende voorheffing naar 30 procent is niet gecompenseerd. De opbrengst wordt gewoon gebruikt om de begroting op orde te krijgen." Het VBO krijgt in zijn pleidooi voor een andere vennootschapsbelasting steun van het Internationaal Monetair Fonds. Het IMF pleit ervoor de tarieven te verlagen en tegelijk een aantal gunstregimes af te bouwen. Enkel fiscale kortingen die de groei bevorderen, kunnen behouden blijven. Dit zijn de krijtlijnen van de Belgische vennootschapsbelasting 2.0.