Deze evolutie gaat op voor de meeste OESO-landen, klinkt het. Ook België maakt deel uit van de OESO. Vooral de jongere generaties hebben het alsmaar moeilijker om aan te sluiten bij de middenklasse - dat is het deel van de bevolking van wie het inkomen tussen de 75 procent en 200 procent van het mediaaninkomen ligt. Terwijl bij de generatie van de babyboomers op hun twintigste nog bijna 70 procent deel uitmaakte van de middenklasse, is dat voor de jongeren vandaag (generatie Y) slechts 60 procent. Ook het economische gewicht van de middenklasse taant. Met uitzondering van enkele landen is het middenklasse-inkomen vandaag amper hoger dan tien jaar geleden, staat in het rapport. De hoogste inkomens stijgen een pak sneller. Daartegenover staat dat de kosten sneller zijn gestegen dan de inflatie. In het bijzonder de kost voor huisvesting, waar traditioneel het grootste deel van het inkomen van een middenklasser naartoe gaat. In de jaren 1990 ging nog ongeveer een vierde van het besteedbaar inkomen hieraan, nu is dat al een derde. De voorbije twintig jaar steeg de prijs om te wonen drie keer sneller dan het mediaaninkomen van de gezinnen. Meer dan één op vijf van de middenklassegezinnen moet meer uitgeven dan er binnenkomt. Ook de jobperspectieven worden alsmaar onzekerder: één werknemer op zes ziet zijn baan bedreigd door automatisering. Steeds meer middenklassers hebben een tijdelijke of precaire job. "De overheden moeten luisteren naar de bezorgdheden van de burgers, maar ook de levensstandaard van de middenklasse beschermen en verbeteren. Dit zal leiden tot meer economische groei en een meer solidair sociaal weefsel creëren", luidt het in het OESO-rapport. De organisatie pleit voor een "globaal actieplan", waarbij er meer aandacht moet gaan naar kwalitatieve publieke diensten en naar een goede sociale bescherming. Ook betaalbaar wonen moet meer aandacht krijgen, met gerichte subsidies, financiële steun bij leningen en fiscale stimuli. Door de problemen op de arbeidsmarkt moeten er meer investeringen zijn in vorming, sociale bescherming en CAO's. De fiscale druk zou moeten verschuiven van arbeid naar kapitaal, en naar inkomsten uit vastgoed en erfenissen. Inkomstenbelastingen moeten progressiever en eerlijker. (Belga)